Grootste invasie in de geschiedenis was in Pacific

Toen Europa verlost was van de Duitse overheersing ging de oorlog in de Stille Oceaan nog door. Verwacht werd dat de oorlog tegen Japan pas in 1946 beëindigd zou worden. Maar de atoombom dwong Japan bijna een jaar eerder op de knieën.

Dat Japan de oorlog in de Stille Oceaan zou gaan verliezen was tegen het eind van 1943 wel duidelijk. Met de zee- en luchtslagen in het oceaangebied ten noordoosten van Australië had ook het keizerrijk zijn Stalingrad gehad. Bovendien was de Amerikaanse oorlogsproduktie zo omvangrijk dat Japan het op den duur wel moest afleggen.

Op 23 december 1943 besloot de Amerikaanse legertop de oorlog tegen Japan min of meer alleen af te wikkelen. Van de Britse bondgenoot was vooral op zee weinig steun te verwachten. Hetzelfde gold voor bondgenoten Australië en Nieuw-Zeeland. Die hadden meer mannen voor Europa beschikbaar dan voor het eigen gebied. En Nederland, tot voor kort een koloniale wereldmacht, kon met de schamele resten van het KNIL en de Koninklijke Marine de geallieerden slechts zeer bescheiden van nut zijn.

Langs drie lijnen wilden de Amerikaanse oorlogsleiding in de aanval. Eerst moesten de Filippijnen worden heroverd. Vervolgens kwam Japan zelf aan de beurt. De zuidelijke aanvalslijn liep door de Solomon-eilanden, Nieuw-Guinea en de Noord-Molukken naar Manila. Nederlands-Indië bleef daarbij voor het allergrootste deel links liggen. De middelste lijn ging over de Gilbert-eilanden, de Carolinen en de zuidelijke Filippijnen naar Manila en de noordelijke lijn via de Marshall-eilanden, de Carolinen en de Marianen eveneens naar Manila. Ten slotte zou Japan, terwijl het veertiende Britse leger de vijand uit Birma zou verdrijven, worden aangevallen vanuit de Aleoeten, de Marianen en de Filippijnen.

Het jaar 1944 begon met Amerikaans-Australische landingen op de noordkust van Nieuw-Guinea. Kort daarop volgden de Marshall-koraaleilanden die in het hart van de Stille Oceaan liggen. Nadat die waren ingenomen, waren de Admiraliteits-eilanden en de Bismarck-archipel ten noorden van Nieuw-Guinea aan de beurt, alsook de Marianen halverwege Australia en Japan. Van deze eilandengroep was Guam, dat in juni 1944 werd aangevallen, verreweg het belangrijkste. Het had een uitstekende natuurlijke haven, waarvandaan het hele midden van de Pacific kon worden beheerst.

Het gevolg van het Amerikaanse optreden ter zee en in de lucht was dat de Japanse zeemacht medio 1944 het veld moest ruimen in het zuidwestelijke deel van de oceaan en een groot deel van de vloot naar Singapore werd verplaatst. Weliswaar bleven op veel eilandjes Japanse eenheden achter, maar de geallieerden lieten die bij hun 'island hopping' voor een groot deel ongemoeid. In april 1944 waren er opnieuw geallieerde landingen op de noordkust van Nieuw-Guinea, nu ook in het Nederlandse deel. Na eerst hevig te zijn gebombardeerd werd Hollandia ingenomen en na een maand van zware gevechten in de jungle ook Biak en de Vogelkop.

In maart 1945 bezocht de Nederlandse admiraal C.E.L. Helfrich, die zich in 1942 uit Indië had moeten terugtrekken, die plaatsen. “Ik stond versteld over de Amerikaanse prestaties”, schreef hij in 1950 in zijn memoires. “In huizen, wegen, vliegvelden, en kaden omgetoverde wildernis. Barakken met frigidaires, gekoelde opslagplaatsen, schepen en vliegtuigen en mensen, en geen muskieten. Die konden niet tegen DDT, dat uit vliegtuigen over land, moeras en bos werd gesproeid (...) En dan de eeuwige ice-cream-soda en coca-cola. Waterleiding en elektrisch licht (...) In Hollandia had generaal MacArthur drie maanden een hulp-hoofdkwartier gehad, maar de accommodatie was voor minstens drie jaar opgezet. Geld speelde geen rol en de technische hulpmiddelen waren reusachtig en onbeperkt beschikbaar.”

Terwijl in de zomer van 1944 geallieerde bombardementen werden uitgevoerd op Ambon, Balikpapan op Borneo, Soerabaja en andere steden, werd in de Indische archipel, onder meer in Hollandia, de Amerikaanse invasievloot in gereedheid gebracht om de Filippijnen te heroveren. Na de inname van het Noordmolukse eiland Morotai was het niet ver meer naar Mindanao, het zuidelijkste eiland van de Filippijnen. De armada die generaal MacArthur aan land moest brengen was de grootste uit de wereldgeschiedenis. Ze bestond uit bijna zevenhonderdvijftig schepen en bracht op Leyte en andere eilanden ruim honderdzestigduizend man, meer dan bij de eerste invasiedagen in Normandië, aan land.

De strijd om de Filippijnse archipel verliep voor de Amerikanen naar wens. Nu Japan zelf nog. Op 24 november 1944 werd Tokio voor het eerst gebombardeerd. Nog vele zware aanvallen zouden volgen. Eind november ging het Japanse reuzenslagschip Shwano verloren. Met dit verlies was, zo menen sommige krijgshistorici, de keizerlijke zeemacht vrijwel gebroken. Toch zou het nog geruime tijd duren voordat de Pacific-oorlog kon worden beëindigd. Eerst moest op de eilanden Iwo Jima (eind februari) en Okinawa (april-juni 1945) nog vreselijke strijd worden geleverd. Volgens John Ellis, schrijver van The sharp end. The fighting man in World War II, waren de gevechtsomstandigheden op Okinawa, waar in tweeëntachtig dagen ongeveer tachtig procent van de Amerikanen om het leven kwam, zo onvoorstelbaar dat bijna niemand daarover verslag heeft kunnen doen.

Dat de oorlog niet nog tot medio 1946 voortduurde, zoals de legendarische bevelhebbers, de admiralen King, Nimitz en Halsey als ook generaal MacArthur, hadden voorzien, kwam door de twee atoombommen die Japan in augustus 1945 op de knieën kregen.