Flippo-geluk

In de buurtwinkel treuzelt een kleuter bij de versnaperingen, terwijl zijn moeder het wagentje al richting zuivel heeft geduwd. “Kom nou”, dringt ze aan. De kleuter is een andere mening toegedaan. Hij heeft zijn zinnen gezet op het pak chips dat hem op ooghoogte toelonkt. Zijn moeder kijkt streng naar hem, maar haast leidt haar af. Hij strekt zijn hand uit, rukt het begeerde artikel uit het schap, drentelt er mee naar voren en deponeert het met een ferm gebaar in het wagentje. Dan ontspint zich een felle discussie waarvan hij inmiddels weet, dat hij de beste kaarten heeft. En hij wint haar, want het is bijna sluitingstijd.

Het ging hem niet om de zoutjes, het ging hem uiteraard om de verrassing binnenin. Hij wilde de flippo's aan zijn groeiende verzameling toevoegen. Mogelijk scheurt hij, zoals velen van zijn generatiegenoten, de zak bij thuiskomst vakkundig open, kiepert de inhoud er uit en graait zijn schatten bijeen. En als hij eenmaal op de toonbank van de sigarenzaak de glinsterende laserflippo's ontdekt, moet hij die ook hebben. Hoezeer tal van fronsende artikelen in verschillende dag- en weekbladen ook wijzen op de vileine wervingstactiek van borrelhapproducent en trendvolgers, het kind heeft gelijk. Er is op die leeftijd niets zo mooi als een groeiende verzameling nutteloze voorwerpen, waarmee je kunt pronken bij je leeftijdgenoten.

Op zolder staat nog steeds een schoenendoos vol sleutelhangers, ouder dan dertig jaar. Stuk voor stuk - en daarin onderscheiden ze zich van de flippo-rage - aardige voorwerpjes, die de lang vervlogen sensatie van begeerte aanwakkeren. Allerlei merken levensmiddelen zijn vertegenwoordigd, sommige bestaan al niet meer. Potjes jam en sandwichspread, flesjes ketchup en chianti, blikjes bonen en boter, kuipjes kaas en smeerleverworst, tubes mayonaise en tandpasta, pakjes brusselse kermis en sigaretten, chocoladereepjes, schoonmaakmiddelen, wc-rollen, alles geschikt voor de kabouterhuishouding. Ook series zitten er tussen, afkomstig uit de ideeënwinkel van de slimste producenten. Had je eenmaal de sleutelhangerbadge met Batman er op, dan wilde je ook die met Robin en die met de Batcar. Om niet te gewagen van de perfect gelijkende Thunderbird-figuren van rubber en Flipje van Tiel en zijn makkers. Dus werd er soep van Royco gegeten, of met een ander merk afgewassen, totdat de collectie compleet was.

De sleutelhangers kwamen na de speldjes en dáárvoor had je fraaie, gekleurde glazen beestjes die onderin de zak met waspoeder zaten. Schoolgenoten uit grote gezinnen waren in het voordeel.

Suikerzakjes, sigarebandjes, voetbalplaatjes. Wie herinnert zich niet de spanning om de plakboeken van Jac P. Thijsse vol te krijgen. Het ging niet eens zozeer om de mooie afbeeldingen, het ging om het gelukzalige gevoel de open plekken gaandeweg te zien verdwijnen. De kleine fans van de nieuwste Disney's hebben diezelfde mengeling van fanatieke ernst en pret in hun ogen als ze hùn albums laten zien met plakplaatjes.

Flippo's zullen de tijd niet weerstaan, daarvoor zijn ze te kwetsbaar. Maar het gevoel dat ze teweeg brengen blijft gelukkig.