'De situatie in Japan is hopeloos, de mensen zijn hulpeloos'

TOKIO, 7 JUNI. Men zou kunnen denken dat een vernietigend boek van een Nederlander die maar een beetje Japans spreekt en geen universitaire graad heeft, hier even goed zou verkopen als een handboek over het in model brengen van blond haar.

Maar Het systeem dat de Japanners ongelukkig maakt, geschreven door Karel van Wolferen, is een bestseller in Japan, uitgekomen in een oplage van 240.000 exemplaren. De verkoop moge een hulde zijn aan van Wolferens scherpziendheid of aan het masochisme van het Japanse publiek. Misschien heeft Van Wolferen wel gelijk als hij Japan beschrijft als een neurotisch land - een van zijn mildere opmerkingen - want de langdurige Japanse fascinatie over wat buitenlanders over hen zeggen heeft de verkoop van het boek bevordert.

Van Wolferen is bewonderd en verguisd als een van de meest originele denkers over Japan in lange tijd. Er bestaan veel verschillen van mening over de vraag of zijn analyse accuraat en origineel is.

Als commentator heeft hij de reputatie een wilde tijger te zijn, maar in levende lijve valt dat wel mee. De 53-jarige liefhebber van klassieke muziek laat zich vallen in een stoel van een coffeeshop in een Tokio's hotel en steekt intensief maar kalm van wal over een scala van Japanse onderwerpen.

“Het maakt me toch wel een beetje gelukkig”, zegt hij (maar hij kijkt niet gelukkig), als het succes van zijn boek ter sprake komt en de manier waarop sommige van zijn gezichtspunten door vooraanstaande Japanse commentatoren zijn beaamd. “Maar de situatie is hopeloos. De Japanners zijn hulpeloos.” Van Wolferens somberheid stemt overeen met de heersende stemming onder de Japannners op dit moment. Sinds de aardbeving in Kobe in januari en de aanslag met gifgas in de metro van Tokio in maart, vragen de Japanners zich jammerend af wat er aan de hand is in hun land. En ze vragen zich af of de vulkaan Fuji, als 'toegift' misschien nog tot uitbarsting zal komen.

Als 17-jarige voelde de Rotterdammer Van Wolferen voor het eerst de aantrekkingskracht van Azië toen hij de klassieke Chinese roman 'De droom van de Rode Kamer' las. “Ik heb het in de lotus-houding gelezen, ik dacht dat dat de manier was om het te doen”, herinnert van Wolferen zich. Hij spreekt Engels met een heel licht accent. Het bracht hem ertoe liftend naar het oosten te trekken, onderweg had hij de vreemdste baantjes. Na twee jaar kwam hij in Japan aan en hier is hij sindsdien meestentijds gebleven.

Eerst werkte hij in Japan voor een Nederlandse krant [NRC Handelsblad], nu voorziet hij in zijn onderhoud als voltijds auteur. Hij schrijft columns voor Japanse bladen en is een plaag voor Japanse ambtenaren. Van Wolferen verschijnt, met een tolk aan zijn zij, veelvuldig op de Japanse televisie. Zijn jongste boek, geschreven in het Engels en vertaald in het Japans, is bedoeld voor de Japanse markt en zal niet in andere talen verschijnen.

“De Japanse samenleving is hopeloos gedeformeerd”, zegt hij in zijn boek. Hij voert hiervoor een reeks sociale verschijnselen aan : kinderen die de school haten, vrouwen die veel later trouwen dan voorheen en veel vrouwen die ervoor kiezen geen kinderen te krijgen.

Volgens van Wolferen is de hoofdoorzaak van Japans mismaaktheid dat het land is overgenomen door een elite die de Japanse burger onvoldoende toegang verschaft tot accurate informatie en hun daarmee de mogelijkheid ontneemt hun land te besturen. Japan beschikt niet over politiek leiderschap en is blijven steken in een situatie waarbij de politieke strategie wordt bepaald door de automatische-piloot die moeilijk valt bij te sturen. “Japan is nooit een democratie geworden”, schrijft van Wolferen, “die bestaat slechts op papier.”

Over Van Wolferens eerste boek Japan, de onzichtbare drijfveren van een wereldmacht bestaan grote controverses, maar veel van zijn kritiek - zoals zijn bewering dat Japan een machtscentrum ontbeert - wordt inmiddels door sommige Japanse politici, die van Wolferen in zijn boek kritiseert, gedeeld. Zo wordt hij steeds minder beschouwd als een 'Japan-pester', nu politieke leiders als Ichiro Ozawa van de oppositionele Shinshinto dergelijke standpunten hebben overgenomen.

Een Japanse bureaucraat, van het soort waarover van Wolferen rept, tracht zijn kritiek te relativeren. “Van Wolferen heeft wel een punt, maar hij voert het te ver,” aldus de bureaucraat. “Veel van de zaken die hij signaleert, kunnen op ieder land van toepassing zijn. Zo zegt van Wolferen dat niemand in Japan in staat is beslissingen te nemen, maar geldt dat ook niet voor de Verenigde Staten? In dat land is de macht verdeeld over drie takken van de regering.”

Japanse recensenten hebben het boek hoofdzakelijk positief ontvangen, maar sommigen hebben verbaasd geconstateerd dat het een buitenlander was die de kwalen van Japan moest onderzoeken. “Wanneer een buitenlander in Japan op ons vit, zorgen we ervoor dat zijn scheldpartij wordt omgezet in een bestseller”, aldus een recensent in het Japanse tijdschrift Da Capo. Japanners zijn in ieder geval bereid om zowel voor vleierijen als kijverijen te betalen.

De verkoop van Van Wolferens boek haalt het overigens nog niet bij de 624.000 verkochte exemplaren van een ander boek dat door een buitenlander over Japan is geschreven: Japan op de eerste plaats: lessen voor Amerika, uit 1979, geschreven door de Amerikaanse hoogleraar Ezra F. Vogel. Dat boek schetst een optimistisch en krachtig Japan, een beeld dat veel Japanners zich nu nog maar vaag kunnen herinneren.

© The New York Times