De Senaat bijt

OP GEPASTE WIJZE heeft de oude Eerste Kamer gisteren afscheid genomen. Uitgerekend op de laatste vergaderdag van de zo weerbarstige senaat - volgende week is de beëdiging van de nieuwe Eerste Kamer - werd met 35 tegen 34 stemmen het wetsvoorstel van minister Ritzen (onderwijs) om te komen tot de invoering van een prestatiebeurs verworpen. Alsof de senatoren toch nog een monument in de vorm van een daad wilden achterlaten. Want de Eerste Kamer heeft de afgelopen jaren dan wel vaak haar tanden laten zien, echt gebeten is er vrijwel nooit. Politieke opportuniteit leidde altijd weer tot inkeer, waardoor het protest van de Eerste Kamer in de meeste gevallen uiteindelijk beperkt bleef tot verbaal verzet.

Dit keer dus niet en het gevolg is dat het kabinet met een schadepost van meer dan een half miljard gulden zit. De Eerste Kamer sloeg de afgelopen jaren niet eerder zo'n groot gat in de rijksbegroting. Dat de toevalsfactor gisteren een grotere rol speelde dan het principe, maakt de nederlaag van Ritzen alleen maar wranger. Waren alle senatoren gisteren aanwezig geweest, dan was de stemming hoogstwaarschijnlijk anders uitgevallen. De kwalificatie 'bedrijfsongeval' die gisteren herhaaldelijk viel is hier dan ook zeker op haar plaats. Met enige oplettendheid had de nederlaag kunnen worden voorkomen.

DAT NEEMT NIET WEG dat de aarzelingen die een groot deel van de Eerste Kamer tijdens de behandeling van het prestatiebeursvoorstel heeft geuit, de Tweede Kamer in een eerder stadium trouwens ook, terecht waren. Daarbij ging het niet zozeer om de doelstelling, als wel om de wijze van invoering. Het idee achter de prestatiebeurs is zeer goed verdedigbaar. Er valt veel voor te zeggen een lening om te zetten in een gift als prestaties daadwerkelijk zijn getoond. Het is een betere prikkel dan het bestaande systeem waarin de beurs in eerste instantie los van de resultaten wordt verstrekt.

Een nadeel is dat het systeem van prestatiebeurs geheel voortkomt uit de noodzaak tot bezuinigen. Eerst was er het uit het regeerakkoord voortvloeiende bedrag dat Ritzen op het hoger onderwijs diende te bezuinigen, daarna volgden pas de maatregelen. Het heeft ertoe geleid dat de prestatiebeurs de sporen van nogal wat haastwerk vertoonde. Zeker als het gaat om studiefinanciering, is aarzeling dan op zijn plaats. Het pad op weg naar het optimale stelsel is immers geplaveid met grote problemen als gevolg van overhaaste invoering.

Dat de minister van onderwijs een politieke garantie gaf dat de foutenmarge niet meer dan één procent zou bedragen, deed dan ook niet terzake. Het ging er om dat het nieuwe stelsel waar honderdduizenden studenten mee te maken krijgen op een ordentelijke wijze zou worden ingevoerd. En het was juist de Informatiebeheergroep, belast met de uitvoering van de wet, die hier vraagtekens bij plaatste.

TOT DE KLASSIEKE taken van de Eerste Kamer behoort wetsvoorstellen te toetsen op hun uitvoerbaarheid. Zo bezien heeft een meerderheid van de senaat gisteren gedaan, wat zij hoort te doen. De meerderheid heeft niet het idee van de prestatiebeurs zelf afgewezen, maar het tempo waarin dit nieuwe systeem moest worden ingevoerd. Dat maakt het nu ontstane financiële probleem voor het kabinet ook hanteerbaar. De bezuiniging komt er, alleen later. Het komt nu aan op het vinden van een 'tussenoplossing' voor het ontstane financiële gat. Juist wegens het tijdelijke karakter van deze oplossing mag dit geen al te groot probleem zijn.