Cultuurwetten

Het probleem van een vrouw is dat ze iets aan moet. Andere mensen hebben dat ook wel, maar bij een vrouw valt het zo op. Zij doet, zeg, een broek aan en een oud overhemd - en hop, is ze een vrouw die in een broek en een oud overhemd loopt. Noemt zij het basics of gewone kleren, het doet niet terzake: de indruk die zij maakt wordt genadeloos bepaald door wat zij heeft aangetrokken.

Zoals bekend is dat bij mannen anders. Een man komt een enorm eind in die broek en dat overhemd zonder dat iemand zelfs maar ziet wat hij aan heeft. Als hij in kringen verkeert waar iedereen een jasje draagt kan hij er zonder hoofdbreken een jasje bij aantrekken, en vervolgens weer opgaan in de menigte. Voor een vrouw ligt dat veel moeilijker.

Regelmatig wordt tegen deze cultuurwet gemord. Niet door mannen natuurlijk, en ook niet door de vele vrouwen die gezagsgetrouw hun best doen om er zo aantrekkelijk/voordelig/netjes mogelijk uit te zien. Nee, wie in opstand komen zijn de vrouwen die zich eigenlijk meer gewone mensen voelen, en helemaal geen zin hebben in die hele verplichte verkleedpartij. Zij hebben er geen tijd en geen geld voor over, al verzwijgen zij dat laatste meestal. “Ik wil er wel leuk uitzien, maar ik wil er niet te veel moeite voor doen”, zeggen zij - en geef ze eens ongelijk.

Er zijn verschillende oplossingen.

Bewonderenswaardig zijn de vrouwen die weigeren mee te spelen. Sommigen kunnen dat, misschien vooral onder wat ze in advertenties 'academici' noemen. Mijn nicht Nicolien, heel geleerd en buitengewoon aardig (het spijt mij, zij is al getrouwd), is zo iemand. Toen zij laatst iets te vieren had, zag zij er vanuit het standpunt van de mode domweg niet uit. Een bloesje van het jaar nul, een rok uit de tijd van de oliecrisis, kousen in de verkeerde kleur en bruine schoenen - en nam iemand haar die uitmonstering kwalijk? Natuurlijk niet, iedereen vond haar knap en zij was het middelpunt van het feest.

Toch is deze simpele oplossing maar voor weinigen weggelegd. Je moet er of een ijzersterk karakter voor hebben - of stekeblind zijn voor het hele verschijnsel mode.

Chiquer is de aanpak die geëmancipeerde dames voor de oorlog wel eens kozen: het mantelpak. Altijd hetzelfde, grijs en streng van snit, liefst op maat gemaakt: heren droegen immers ook geen confectie? Een zwak afschijnsel van die mantelpakken is het kokerrokje plus getailleerd jasje waarin hedendaagse carrièrevrouwen lopen. Cisca Dresselhuys, zelf meer het broekpaktype, noemde dat in Opzij verontwaardigd 'dwangpakjes'.

Niets is begrijpelijker dan het verlangen naar het uniform dat ons soms overvalt. Ons, de halfslachtigen die mode wel onzin vinden, maar toch niet helemaal langs de kant durven of willen staan. Die er, kortom, leuk uit willen zien maar er niet echt veel voor over hebben. Onlangs weer collega Ritsema. Zij scheen te denken dat de mode in vroeger tijden, toen die nog voorschreef wat moest en wat niet kon, ook een soort uniform was. Nu, dat het zo eenvoudig niet lag is haar van bevoegde zijde ingepeperd.

Maar wat Ritsema niet inziet en anderen ook lafhartig verzwijgen, is de factor tijd of, om het nog botter te zeggen: leeftijd. Want een meisje is al schattig in een juten zak, een jonge vrouw kan charmant zijn in een slobbertrui, maar als je ouder wordt luistert het nauwer. Ook dat is een cultuurwet, en al even onbarmhartig. Vrouwen die dertig jaar lang maar wat aangerommeld hebben, moeten daarna ineens hun hoofd erbij houden om er leuk uit te zien. Moeite doen misschien zelfs, of geld uitgeven.

Er zijn culturen waar ze daar iets op hebben gevonden. Daar loopt wie oud is - nu ja, boven de veertig - in het zwart. Ernstig, onzichtbaar zwart, geen blote knie of schouder te bekennen: wat een opluchting, zo'n beperking van de modieuze speelruimte. En zwart, nietwaar, is vaak heel decoratief.

Misschien is dat een idee. Niet de schooljeugd in uniform, maar de middelbare dames. Dan houden die tenminste tijd over voor de echt belangrijke dingen in het leven.