Commerciële thuiszorg vrij van BTW

DEN HAAG, 7 JUNI. Commerciële bedrijven in de thuiszorg hoeven geen BTW meer af te dragen. Het ministerie van financiën laat deze maatregel met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1995 ingaan.

De precieze afbakening van het begrip thuiszorg wordt in overleg met de sector gemaakt. In het algemeen worden drie onderdelen onderscheiden: kruiswerk, gezinsverzorging en kraamzorg. Ook huishoudelijke dienstverlening aan personen die door hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet in staat zijn om in hun eigen verzorging te voorzien en verpleegkundige verzorging door niet gediplomeerde krachten wordt van BTW vrijgesteld. Dit blijkt uit een brief die staatssecretaris W. Vermeend (financiën) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Vermeend spreekt zich niet uit over persoonlijke dienstverlening aan mensen die wèl in hun eigen verzorging kunnen voorzien, zoals tweeverdieners.

Op dit moment moeten instellingen 17,5 procent BTW afdragen over verleende diensten indien deze worden uitgevoerd door anderen dan gediplomeerde verpleegkundigen en het maken van winst “niet is uitgesloten”. Vermeend vindt deze regelgeving achterhaald. In de thuiszorg heeft zich de afgelopen jaren een ontwikkeling voorgedaan in de richting van commercialisering. Deze doet zich volgens Vermeend juist in belangrijke mate voor op terreinen waar de werkzaamheden door anderen dan gediplomeerde verpleegkundigen worden verricht.

Volgens de staatssecretaris staat Europese wetgeving het toe dat alle thuiszorg wordt vrijgesteld van BTW. Ook uitzendbureau's en instellingen voor thuiszorg die personeel aan andere instellingen in de thuiszorg uitlenen komen hiervoor in aanmerking. Ten aanzien van kinderopvang werd, in afwachting van uitspraken van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, al eerder een vrijstelling van BTW geregeld.