Beleggers lopen niet warm voor Easdaq-schermenbeurs

AMSTERDAM, 7 JUNI. Institutionele beleggers lopen niet warm voor Easdaq, de Europese elektronische schermenbeurs die volgend jaar van start moet gaan. Dit blijkt uit een onderzoek dat Coopers & Lybrand heeft gehouden onder institutionele beleggers, participatiemaatschappijen en investeringsbanken in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Spanje naar hun belangstelling voor deze beurs voor relatief jonge, snel groeiende Europese bedrijven.

Kandidaatbedrijven voor Easdaq zullen worden geselecteerd op basis van groei- en winstpotentie. Kenmerkend is dat ze gemiddeld een hoger risicoprofiel hebben dan bedrijven die bijvoorbeeld genoteerd staan op de Amsterdamse beurs. De afkorting Easdaq staat voor European Association of Securities Dealers. Ten grondslag aan het initiatief ligt Nasdaq, de Amerikaanse schermenbeurs waarop bedrijven als Apple en Microsoft groot werden. Nasdaq biedt jonge bedrijven, die zo snel groeien dat ze niet zichzelf uit eigen winst van werkkapitaal kunnen voorzien, de mogelijkheid risicodragend vermogen aan te trekken voor expansie.

Als groot obstakel voor het succes van Easdaq noemen beleggers de afwezigheid in Europa van een echte beleggingscultuur: de beperkte bereidheid van bedrijven om informatie te verstrekken en de aarzeling bij beleggers om geld te steken in jonge veelbelovende bedrijven. Een andere hindernis is volgens hen het ontbreken van goede aandelenresearch-instituten die zich op heel Europa richten. Hetgeen nog wordt versterkt door de vele taalgebieden waarin dergelijke research zou moeten worden verspreid.

In een reactie op het onderzoek stelt mr. D.W Heyning, bestuurslid van de Europese Vereniging van Participatiemaatschappijen die het initiatief tot Easdaq nam, de huiverigheid van de beleggers te begrijpen. “Juist het creëeren van Easdaq beoogt een goede informatievoorziening, verhandelbaarheid en strenge spelregels. Zolang die er niet is blijven beleggers terughoudend geld in kleine, succesvolle Europese bedrijven te steken. Ik ben ervan overtuigd dat Easdaq van de grond komt en voldoende belangstelling krijgt: ze investeren immers ook op Nasdaq”.

Ten tijde van het onderzoek had de meerderheid van de Nederlandse beleggers nog niet van Easdaq gehoord. Het merendeel van hen prefereert de grote fondsen aan de Amsterdamse of andere Europese beurzen. Uit het onderzoek blijkt dat 80 procent van de ondervraagde Nederlandse beleggers minder dan 5 procent belegde in bedrijven met een marktkapitalisatie - uitstaand aantal aandelen vermenigvuldigd met de koers - beneden de 250 miljoen gulden.

Coopers & Lybrand heeft ook 475 bedrijven ondervraagd die overwegen binnen drie jaar een notering op een beurs aan te vragen. Van deze groep bleken er 230 (48 procent) een geschikte kandidaat voor Easdaq. Volgens Coopers bewijst dit het grote draagvlak voor deze nieuwe beurs. Van de ondervraagde bedrijven behoorde 33 procent tot de categorie high-tech. Van de bedrijven verwacht 94 procent bij een eerste notering een marktkapitalisatie van minder dan 250 miljoen gulden en 54 procent zelfs van minder dan 15 miljoen gulden. Iets meer dan de helft van de ondernemingen wil tussen de 20 en 40 procent van de aandelen bij een beursgang laten noteren.

Beursvoorzitter drs. B.F. Baron van Ittersum ziet Easdaq niet als bedreigend voor de Amsterdamse beurs. Hij twijfelt aan de 'levensvatbaarheid'.