Bananen zijn inzet van omvangrijke straatrellen

Walhalla. Regie: Eddy Terstall. Met: Marc van Uchelen, Linda Jellema, Huub Stapel, Gène Bervoets, Jan Mulder, Antje de Boeck. In: Amsterdam, Tuschinski 2; Den Haag, Movieworld 7.

Drie jaar geleden debuteerde de toen 28-jarige Amsterdammer Eddy Terstall verrassend als regisseur van Transit, een genuanceerde en realistische low-budget-speelfilm over illegale Brazilianen in de Jordaan. Ook in zijn tweede film Walhalla gaat Terstall - als een van de weinige Nederlandse filmmakers - het straatrumoer van de jaren negentig niet uit de weg. Nog voordat Walhalla, een film over extreem-rechts in een fictieve Nederlands-Belgische grensplaats, in de bioscopen verscheen, werd er al een beetje stemming tegen gemaakt, door beoordelingscommissies en door de vader van de beoogde hoofdrolspeelster Marion van Thijn, die hem het scenario had laten lezen. In zijn boek Retour Den Haag, dagboek van een minister schrijft Ed van Thijn: “Alhoewel de film bedoeld is als een waarschuwing tegen de opkomst van extreem-rechts lijkt de uitwerking toch eerder op een propagandaverhaal van het ergste soort. Ik ben blij dat mijn dochter niet te koop is”.

De jonge producent van Walhalla, Emjay Rechsteiner, lijkt zeer in zijn nopjes met zulke publiciteit en verstrekt de filmpers gaarne deze en andere citaten. Het is eerder dat soort gretigheid dan de vermeende dubbelzinnigheid die Walhalla de das omdoet.

Skinheads en racistische voetbalsupporters zullen het misschien niet in de gaten hebben, maar voor elke goede verstaander is er geen twijfel mogelijk dat Terstalls film stelling neemt tegen rassenhaat en de manipulatie van dergelijke gevoelens door louche politici en schimmige entrepreneurs. In zijn beste momenten legt Walhalla ook de seksuele afgunst bloot, die aan veel racisme ten grondslag ligt: die potente apen moeten met hun poten van onze vrouwen afblijven, of zoiets.

Het bij de naam noemen van dit soort politiek uiterst incorrecte opvattingen siert de film. Terstall, die zegt geen 'film voor de grachtengordel' te hebben willen maken en een hekel heeft aan 'de geitenwollen aanpak', gaat nog veel verder: hij wil ons doen geloven dat er in Nederland of België actie gevoerd wordt tegen 'negerfruit'. Een politicus genaamd Somers (Gène Bervoets als Filip de Winter van het Vlaams Blok) ageert tegen papaya, avocado, mango en banaan: “Zijn onze appelen en peren soms niet goed genoeg?”

Om toch vooral aansluiting te vinden bij het breedst mogelijke publiek, spreken Terstall en Rechsteiner de ranzige, ronkende beeldtaal van mede-financier Veronica, die overweegt de film uit te zenden nog voor het einde van haar bestaan als publieke omroep, dit najaar. Daarmee overschrijden zij de grenzen van realisme en satire en betreden het rijk van koning Keihard de Lekkerste. Daarin wordt de achterlijkheid van een tienermeisje (Linda Jellema) uitgebeeld door haar naakt door de kamer te laten lopen, kun je wethouders alleen maar in het bordeel omkopen en vliegen de blote meiden je om de oren, al sneuvelde de scène tussen billen en borsten die de als acteur debuterende Jan Mulder - heel aardig als cynische projectontwikkelaar - op verschillende plaatsen beschreef toch nog in de eindmontage.

De toon van Walhalla verschilt drastisch van die in Transit: Terstall maakt niet meer van de nood een bescheiden deugd, maar schreeuwt in gezelschap van zijn nieuwe producent moord en brand. In enkele scènes bewijst Terstall opnieuw zijn talent in de omgang met acteurs, bij voorbeeld een hilarische dronkemansscène van Huub Stapel. De geloofwaardigheid is echter steeds ver te zoeken, al was het maar door de ongelukkige beslissing Nederland en België in een soort Terneuzen (waar een groot deel van de opnamen plaats vonden) op een hoop te gooien. Ook Hollanders kennen corruptie en racisme, maar die groeien hier niet op dezelfde voedingsbodem van armoede en nationale vernedering, ook niet in Zeeuws-Vlaanderen. Alle Belgische en Nederlandse acteurs spreken er een soort van Hugo-Claus-taal: een Vlaamse tongval en deel van het idioom, maar dan begrijpelijk voor Noordnederlanders.

Maar goed, laten we nu eens aannemen dat in een stad als Terneuzen een PvdA-wethouder met sadomasochistische neigingen overloopt naar de Centrumdemocraten en onder de leuze 'Zachte heelmeesters zijn stinkende honden' de weg plaveit voor een projectontwikkelaar die een volkswijk wil slopen om er een meubelwalhalla neer te zetten. En dat er een liefde ontstaat tussen de dochter van De Winters lijfwacht (Huub Stapel) en een Marokkaanse kruidenier (Najib Amhali), waar de partij geen genoegen mee neemt. Dan nog geloof ik niet dat het al dan niet eten van bananen mede de inzet zou kunnen worden van grootscheepse straatrellen.

Walhalla is geen racistische film, maar de makers bezondigen zich wel aan onzorgvuldigheid in hun poging om toch vooral 'populair' te doen, dat wil zeggen: plat en ordinair. Wie daar kritiek op levert, komt uit de grachtengordel en begrijpt het volk niet. Inderdaad heb ik er lang over gedaan voordat ik het verband begreep tussen de bananen die ex-Ajax-keeper Stanley Menzo naar zijn doel geworpen kreeg en zijn huidskleur. Je moet wel heel briljant zijn om die absurde mentaliteit tot voorwerp van een geslaagde satire te maken. Paul Verhoeven zou het misschien gekund hebben, Eddy Terstall (nog) niet.