Aan de rand van het moeras

In het vroegere Joegoslavië naderen alle partijen behalve de Servische tot de situatie die ze steeds hebben willen vermijden. Het is niet meer het zwartste scenario maar een zwarte inventarisatie. De blauwhelmen, bedreigd, beschoten of gegijzeld worden van vredesmacht tot partij in de oorlog. Tot hun bescherming is door de Fransen en de Engelsen een grote troepenmacht aan land gezet met een uitrusting die op ernstige voornemens tot vechten wijst. Wij Nederlanders doen mee. De waarschijnlijke tegenpartij bestaat uit Bosnische Serviërs die over leven en dood van de gijzelaars beschikken. Zal de gecombineerde vechtmacht aanvallen? Zullen de Bosnische Serviërs het dan aandurven, gijzelaars te vermoorden? Dat leidt tot een wisse escalatie.

Daartoe is nu alweer geen reden meer want er worden gijzelaars vrijgelaten. ('Goede behandeling'). Zullen de Britten en de Fransen hun expeditieleger dan ongebruikt laten? In dat geval ontstaan er weer andere vraagstukken. Het zal door de Bosnische Serviërs worden vernederd en belachelijk gemaakt, en behalve dat: het is altijd gemakkelijker een leger ergens te laten landen dan het met goed fatsoen terug te trekken. De toegang tot het gevreesde moeras staat wagenwijd open, terwijl op het ogenblik nog niet te zien valt hoe de vereende krachten van de VN, de NAVO, twee grote Europese mogendheden, de Europese Gemeenschap en de heren Owen en Stoltenberg verdere agressie van Karadzic en Mladic zal kunnen verhinderen.

Dit is de rekening van drie jaar lafheid, zegt de bekende Amerikaanse strategische denker Zbigniew Brzezinski in een vraaggesprek met Oscar Garschagen van de Volkskrant. Zou het anders zijn gelopen als drie jaar geleden het Westen de bereidheid had getoond waartoe het zich nu weer een week gedwongen heeft gevoeld? Het valt niet te bewijzen en nakaarten heeft geen zin. Wel is het zeker dat in drie jaar van diplomatie de VN en de grote mogendheden van het Westen hun Servische tegenspelers hebben geleerd, de maximale winst uit onderhandelingen te halen door aan het slot van iedere ronde in het vredesproces alles cadeau te geven. Het is als blufpoker waarbij een beroepsspeler het heeft opgenomen tegen vier amateurs die luidkeels ruzie zoeken over de betekenis van de kaarten.

Met alle respect voor de persoonlijke moed van de blauwhelmen en het nut van hun werk erkennend, kunnen we de conclusie niet vermijden dat ze voor de Serviërs twee andere functies hebben. De VN is in de 'veilige gebieden' zetbaas voor Karadzic zolang hem dat nuttig lijkt en nu, voor de rest, leverancier van gijzelaars. Intussen hebben de tegenspelers van de Bosnische Serviërs voortdurend laten weten waartoe ze niet bereid waren. Bij iedere gelegenheid en ook als er geen gelegenheid was, werden van Westelijke en VN-zijde de zwakheden geadverteerd, bedreigingen ingetrokken, ultimata ontkracht. Zodoende is de Serviërs bij voortduring duidelijk gemaakt in welke richting ze hun bluf moesten uitoefenen. De angst van de Bosnische Serviërs nu, nog altijd, voor luchtaanvallen leert wat daarvan het effect had kunnen zijn.

Terwijl het eigenaardig bondgenootschap van de VN en de Westelijke partijen zijn elastische terugtocht uitvoerde, is voortdurend verwezen naar het 'nationaal belang' van de Verenigde Staten en de Westeuropese landen, dat niet door de oorlog werd geraakt. Hoever strekt het 'nationaal belang'; in hoeverre wordt het ondergebracht bij of overgenomen door de internationale organisaties? Zodra het om Bosnië ging, veranderden de organisaties van het Westen in op zijn best aarzelende, op zijn slechts krakelende, en altijd machteloze vergaderingen. Wat kan dat beloven? Wordt het 'nationaal belang' geraakt als bijvoorbeeld de volgende Russische regering, aangemoedigd door de Joegoslavische ervaringen, zou besluiten, naar haar inzicht weer orde op zaken te stellen in het naburige buitenland van de Baltische staten? Is het denkbaar dat we tegen die tijd de veldtocht in Tsjetsjenië hebben leren zien als niet meer dan eenvoudige manoeuvres, een voorbereiding op wat Riga en Vilnius te wachten zou staan? Zou het in overeenstemming zijn met alle nationale belangen dat de NAVO bij voorbaat wordt beschouwd als het grote fossiel uit de Koude Oorlog waarvan alleen de eigenaars nog denken dat het de unieke tyrannosaurus rex is?

De werkelijkheid waarvan het naburige buitenland van het Westen de afgelopen vijf jaar overtuigd is geraakt, is dat de voorstelling van het 'nationaal belang' in militair opzicht aan deze kant van de wereld verloren is gegaan. Anders gezegd: het Westen, Europa noch Washington, heeft een buitenlandse politiek waarin een gemeenschappelijk doel is gedefinieerd, een politiek die steunt op macht waarmee een fatsoenlijk belang zou moeten worden verdedigd. Dat is door Karadzic en de zijnen feilloos aangetoond.

Wat nu? William E. Odom, een vennoot in een serieuze Amerikaanse think tank van weleer, oppert dat er op de valreep nog 100.000 man naar de Balkan worden geëxpedieerd. Zijn voorstel toont hoe snel de tijd gaat. Het is nooit uitvoerbaar geweest; het is dat minder dan ooit. Moet het Bosnië van de moslims dan worden bewapend, zoals Bob Dole wil? Dat zou, zeggen de VN en de Europeanen, tot een bloedbad leiden, waaruit blijkt dat naar postmoderne maatstaven een bloedbad groter is dan het vermoorden van 200.000 mensen. Het 'nationaal belang' verzet zich tegen het bewapenen van een erkende staat die het slachtoffer van agressie is, hoewel het 'nationaal belang' zich niet verzet tegen leverantie van wapens aan staten die met hun betaling de werkgelegenheid bevorderen.

Vier jaar geleden hebben de leiders van het Westen ervoor gekozen, een als lokaal gedefinieerd conflict in quarantaine te houden. Die politiek is nu in zijn laatste fase. Het is een politiek waardoor het Westen voor zichzelf een val heeft gesteld waaruit het zich nu met de geringste kleerscheuren probeert te bevrijden. Het laat de kerkhoven en puinhopen achter waarop de eerste racistisch-fascistische staat van na 1945 wordt gesticht. De oneindige tolerantie van het 'nationaal belang' garandeert zijn voortbestaan.

    • H.J.A. Hofland