Wereldrecord kinderspel voor Gebrselassie

HENGELO, 6 JUNI. Aan iedereen die het wilde horen had Haile Gebrselassie het verleden week verteld: “In Hengelo ga ik een wereldrecord lopen op de tien kilometer.” Gisterochtend, op de dag van de Adriaan Paulen Memorial, had de 22-jarige Ethiopiër die woorden tegen enkele andere atleten uit zijn land herhaald. Natuurlijk, hij wist dat het met het weer nog alle kanten op kon. Dat het weleens kon gaan regenen, dat de wind verder kon toenemen. Maar hij voelde zich goed. Heel goed zelfs. En daarbij: hij houdt niet van excuses. Beloftes zijn er om na te komen. Punt uit.

Gebrselassie kwam, net als precies een jaar geleden toen hij in Hengelo het wereldrecord op de vijf kilometer verbeterde, zijn belofte na. Op een wijze die deed vermoeden dat het lopen van een wereldrecord op de 10.000 meter kinderspel is. De klok stond stil op de voor onmogelijk gehouden tijd van 26.43,53, bijna negen seconden minder dan de oude, vorig jaar zomer in Oslo gelopen toptijd (26.52,23) van William Sigei uit Kenia.

De omstandigheden in Hengelo waren verre van ideaal. Er stond een vervelende wind, die Gebrselassie gedurende de laatste vier kilometer - toen hij zich niet meer kon verschuilen achter zijn gangmakers - in een van de bochten recht in het gezicht kreeg. De atleet kon daarom na afloop alleen maar gissen naar de tijd die hij had gelopen als het windstil was geweest. “Dan was misschien 26.40 wel mogelijk geweest.” Zijn begeleider Jos Hermens meende zelfs dat Gebrselassie de laatste vier kilometer (tien rondes) een seconde per ronde verloor door de wind.

Hermens coachte zijn pupil gedurende de hele race vanaf de baan. Om aanwijzingen te geven had hij aan drie woorden voldoende: bakka (“vraag me niet hoe je het schrijft, maar het is Ethiopisch en betekent zoiets als niet te snel”), easy (“om aan te geven dat het tempo precies goed is”) en heat (“versnellen!”). Aanvankelijk riep hij alleen maar bakka, “omdat het meteen vanaf het begin al zo verschrikkelijk hard ging. Te hard, vreesde ik”.

De eerste twee kilometer gaf de Ierse haas Paul Donovan het tempo aan. Daarna nam Gebrselassies vriend en landgenoot Worku Bikila de koppositie over. Toen ook hij vier kilometer verder uit de baan stapte, lag Gebrselassie elf seconden voor op het wereldrecord van Sigei. In zijn eentje - de overige deelnemers hadden al meer dan een ronde achterstand, de Ethiopiër Mezgube werd uiteindelijk tweede op ruim 75 seconden - moest de atleet slechts een paar tellen ten opzichte van de tussentijd op zes kilometer prijsgeven. Hermens: “Even dacht ik dat hij het moeilijk zou krijgen, maar na zeven kilometer wist ik dat het niet meer mis kon gaan. Hij had een blik in z'n ogen die maar één ding betekende: dit wordt een makkie.”

Een makkie, kinderspel. Gebrselassie is maar 1.60 meter lang en weegt niet meer dan 54 kilo. Een onopvallende verschijning. Tot hij zijn trainingsbroek uittrekt en gaat lopen. Hardlopen. Met die verrassend, maar oh zo natuurlijk ogende grote passen. Ze verraden een leven waarin hardlopen altijd iets vanzelfsprekends is geweest. Als klein kind rende hij al om de loslopende veestapel van zijn vader, om te zorgen dat de dieren bij elkaar zouden blijven. En als hij dat niet deed, rende hij naar school. Tien kilometer heen, tien kilometer terug. Niets bijzonders, want voor veel schoolgaande kinderen in Ethiopië en andere Afrikaanse landen geldt hetzelfde verhaal. Maar dat Gebrselassie uitzonderlijk getalenteerd is, werd pas onderkend door zijn sportleraar op de middelbare school. Vanaf dat moment loopt hij ook op vierhonderd meter banen. En meestal als snelste.

Op dit seizoen had Gebrselassie zich voorbereid in de bossen in de omgeving van Addis Abeba. Zo nu en dan trok hij ook voor een hoogtestage naar de op drieduizend meter hoogte gelegen Etotoberg. Anderhalve week geleden kwam hij naar Nederland, waar hij zaterdag 27 mei bij atletiekwedstrijden in Kerkrade de beste wereldtijd liep op de incourante twee mijl. Dat was leuk, dat was mooi meegenomen. Maar ook niet meer dan dat. Hij had zijn zinnen gezet op de tien kilometer van de Adriaan Paulen Memorial, omdat het volgens hem de hoogste tijd werd om het wereldrecord op die afstand te verbeteren. Als wereldkampioen (Stuttgart 1993) was hij dat tenslotte aan zijn stand verplicht.

In Hengelo wilde hij daarom net als vorig jaar van zich doen spreken. Toen was vijf kilometer voldoende om zijn naam als nieuwe recordhouder de wereld over te laten gaan. Gisteren moest hij die afstand twee keer lopen. Tot groot enthousiasme van de circa vijftienduizend toeschouwers, die de atleet van de eerste tot de laatste meter begeleidden met een staande ovatie.

Als dank voor de steun van het publiek (“Zij zijn er mede verantwoordelijk voor geweest dat het me gelukt is het wereldrecord te verbeteren”) liep hij vrijwel meteen nadat hij over de finish was gekomen nog een extra rondje. Alsof zijn inspanningen van daarvoor niet meer dan een ontspannen duurloopje waren geweest. Hermens vertelde op dat moment tegen de internationale pers dat Gebrselassie “nog wel zeker een kilometer” in hetzelfde tempo had kunnen doorlopen. Niemand die hem niet geloofde. Ook Gebrselassie niet, erkende de breed lachende Ethiopiër even later zelf.

Historie wereldrecord 10.000 meter

27.30,47 Samson Kimobwa(Ken)Helsinki 20-06-77 27.22,37 Henry Rono(Ken)Wenen 11-06-78 27.13,81 Fernando Mamede(Por)Stockholm 02-07-84 27.08,23 Arturo Barrios(Mex)W-Berlijn 18-08-89 27.07,91 Richard Chelimo(Ken)Stockholm 05-07-93 26.58,38 Yobes Ondieki(Ken)Oslo 10-07-93 26.52,23 William Sigei(Ken)Oslo 22-07-94 26.43,53 Haile Gebrselassie(Eth)Hengelo 05-06-95