Weer thuis

In de buurt van Keulen zijn we definitief door onze vakantiebandjes heen, zodat we moeten besluiten toch maar eens een Nederlandse radiozender op te zoeken. Alsof je op de rand van het zwembad zit en, tanden op elkaar, het water probeert.

Ik verheug me op mijn kinderen in Nederland. Ik verheug me op een paar kennissen in Nederland. Ik verheug me op spullen die ik in Nederland heb staan en een deel van de herinneringen die ik in Nederland heb liggen, maar op Nederland zelf verheug ik mij niet.

Eén keer in al die weken heb ik een Nederlandse krant onder ogen gehad. Ik zag dat Melkert had gereageerd op dingen die waren gezegd door Bolkestein en heb die krant zou gauw mogelijk weggegooid.

Ergens heb ik een hekel aan Nederland. Daar zou ik best voor uit willen komen, als ik maar niet ook zo'n hekel had aan mensen die een hekel hebben aan Nederland, als het niet zo Nederlands was om een hekel te hebben aan Nederland.

En zo passeren we de grens. Arnhem, Ede, Veenendaal. Daar is volkomen nodeloos de berm gemaaid. Daar staat een kievit roerloos bij een omgekomen kuikentje.

Ik zeg: we zijn weer thuis.

Ik geloof grif dat het mogelijk is om met warmere gevoelens in dit land terug te keren.

Misschien moet je dan om te beginnen langer wegblijven.