Stamppot aandelen versus krachtvoer

Beleggen in aandelen van bedrijven en obligaties van overheid en bedrijfsleven, door particulieren, verandert in hoog tempo van karakter, zo lijkt het althans. De financiële wereld komt bijna dagelijks met nieuwe beleggingsfondsen, die samen miljarden guldens weten aan te trekken, voortdurend aan de weg timmeren en alle aandacht opeisen. Het oude (echte) beleggen verliest daarentegen vrienden en propagandisten.

Een beleggingsinstelling is een bedrijf dat volgens een zelf opgesteld ondernemingsplan (het beleggingsbeleid) gelden van deelnemers aantrekt en beheert om daarop een goed rendement te behalen, binnen afgesproken risicogrenzen en soms met een beperkte opbrengst-garantie. Vertaald in keukentermen is de trend ongeveer zo.

Wanneer er geen fondsen zouden zijn, bereidt een belegger zelf of met hulp van een adviseur, een hem smakend gerecht uit vele honderden beschikbare aandelen en obligaties, en onroerend goed, liquiditeiten en afgeleide instrumenten (de kruiden en smaakmakers) als opties, warrants en converteerbare obligaties. Die bereiding vraagt, afhankelijk van de behoefte, veel of weinig tijd en kennis. Net als koken.

Wie geen tijd, zin, ervaring, kennis of fantasie heeft om zelf wat te kokkeren, sluit een verbond met iemand die graag in de keuken staat of stilt zijn eetlust in een restaurant, bij de traiteur op de hoek of met een diepvriesmaal uit de winkel, killer kan het niet.

Beleggingsfondsen bieden particulieren en bedrijven, die de potten en pannen liever aan kookgekken overlaten, honderden verschillende gerechten aan: van stamppot Hollandse aandelen met call-opties tot Asian Tigers en het IS Himalayan Fund, actief in India, Bangladesh en Sri Lanka. Het nieuwe beleggen. Is een fondsbedrijfje restaurant, traiteur of kille maaltijd? Sommige exploitanten doen er alles aan om hun opzet te laten lijken op een gezellige club met dito voordelen en kleurig clubblad. Die façade moet een deelnemer negeren: alleen de opbrengst telt, de rest is flauwekul. Marketing-hutspot.

Voorziet het nieuwe beleggen echt in een behoefte? Ja en nee. Ja, omdat men bijvoorbeeld via zo'n pool met een gering bedrag kan investeren in andere (onbekende) landen of maandelijks een participatie kopen. Nee, omdat er thans in Nederland honderden fondsen, met of zonder beursnotering, bestaan. Wie kan daar nou uit kiezen, uitgaande van eigen vermogensdoelstellingen? Niemand toch.

De keuze is verlegd: van juiste aandelen (eventueel samen met opties en dergelijke) in het oude beleggen naar juiste fondsen in het nieuwe beleggen. Terwijl het juist de bedoeling is om fondsdeelnemers alle zorgen uit handen te nemen. Oud en nieuw beleggen in één portefeuille maakt het nog ingewikkelder.

Is een beleggingsfonds in internationale aandelen een fenomeen? Niet in alle opzichten. Vergelijk het eens met een internationaal werkend bedrijf als Koninklijke Olie, Unilever, Akzo of Philips. Zo'n onderneming profiteert direct (niet via de omweg van aandelen, participaties en een achterstand in informatie, zoals een fonds) van ontwikkelingen over de hele wereld. Philips bouwt lampenfabrieken in China, Unilever probeert zijn haarzeep op alle emerging markets te slijten. Enzovoort. Een onderneming zit dicht bij het vuur.

Bovendien zullen externe concurrentie en interne beoordeling de managers prikkelen tot prestaties. Tevens weten beleggers wie verantwoordelijk is voor de gang van zaken en rapporteert de leiding kwartaal- en jaarcijfers. De beheerders (managers) van Nederlandse beleggingsfondsen krijgen minder prikkels en welke man of vrouw precies verantwoordelijk is, wordt meestal naar buiten toe niet onthuld.

De fluctuatie in koersen is mogelijk een ander verschil tussen internationale ondernemingen en wereldfondsen.

Neem Koninklijke Olie. Dit jaar daalde het aandeel tot 177,50 en bereikte een top van 202,50. Een verschil van 25 gulden of 14 procent. Akzo ging in de afgelopen twaalf maanden neer tot 164,00 en op naar 225,50, een marge van 61,50 of 37,50 procent. Unilever bewoog 18 procent en Philips 34,5 procent. Wie instapt op een lage koers en tijdig uitstapt (niet eenvoudig, dat is waar) kan flinke, onbelaste winsten maken.

Wat deden de fondsen in twaalf maanden? ABN Amro Aandelenfonds 20 procent, Aegon Aandelenfonds 25 procent, Delta Lloyd Investment Fund 11 procent, Obam 18 procent, Postbank Aandelenfonds 10 procent, Robeco 8 procent en Rolinco 21 procent. Iets minder beweging dan de internationals, die vergeleken met de fondsen meer pit hebben, een eenzijdig soort krachtvoer lijken.

Conclusie: wereldwijd beleggen hoeft niet perse in fondsen, maar kan wellicht beter in aandelen van internationals. Op een geschikt moment. Dat wel.