Pinksterpopfestivals trekken 170.000 bezoekers; Dynamo is 'keigezellig'

Festival: Dynamo Open Air met o.a. Type O Negative, Biohazard, Trouble, Machinehead, Dub War, Life Of Agony. Gehoord: 4/6 Vliegveld Welschap, Eindhoven.

'Keigaaf' noemt een Eindhovens meisje de tiende editie van het hardrock-festival Dynamo Open Air. 'Keigezellig' vult haar zusje aan. Gerard, een dealer uit Eindhoven, heeft zonder op het festivalterrein geweest te zijn al een geweldig weekend. Hij heeft op de camping voor ƒ 25.000 aan skunk - nederwiet - omgezet. “We hadden uitgerekend dat als er 100.000 mensen zouden komen waarvan ongeveer de helft blowt, zeg anderhalve gram per dag, dat er dan behoorlijk verdiend zou kunnen worden. En in heel Eindhoven is inderdaad geen stuff meer te krijgen. Ik moest er gisteravond voor naar Rotterdam.”

Het aantal hardrockliefhebbers dat afgelopen weekend naar Eindhoven kwam werd uiteindelijk 120.000, 50.000 meer dan vorig jaar. Dynamo Open Air is daarmee het grootste meerdaagse festival in Europa geworden. Om de voor een groot deel uit Duitsland afkomstige bezoekers te accommoderen, werd bij het militaire vliegveld Welschap drie kilometer weg geasfalteerd en waren elektriciteit, riolering en water aangelegd. Maar de speciale camping bij het festivalterrein kon de toestroom uiteindelijk toch niet verwerken, velen moesten uitwijken naar boerenvelden, bermen en parkeerplaatsen.

Dynamo Open Air, dat in 1985 begon met vijfduizend bezoekers, is in tien jaar tijd explosief gegroeid. Te oordelen naar het publiek van afgelopen weekend trekt hardrock tegenwoordig een gemêleerd publiek en is ze de stereotype liefhebber, de motor rijdende, bier drinkende 'zware jongen', ontgroeid.

Een verklaring daarvoor is wellicht dat de muzieksoort hardrock heeft geprofiteerd van de opkomst van andere 'harde' stijlen, zoals grunge in het begin van de jaren negentig, en de 'punk'-opleving van de afgelopen paar jaar. Hardrock is bovendien gevarieerder geworden, er worden invloeden uit funk en rap verwerkt en men experimenteert met het gebruik van samples.

Zondag speelde, behalve meer traditionele hardrockgroepen als Trouble en Life of Agony, bijvoorbeeld het Engelse Dub War. Deze band brengt een massief geluid van zagende gitaarklanken ondersteund door zwaar metalige baspartijen met een funk-achtige aanslag. En Biohazard uit Brooklyn, New York, sloot het festival zondagavond weliswaar af met doordravend hardcore-repertoire maar verraste ook met aan rap ontleende zangduels. Het geluidsbeeld van Biohazard wordt bovendien niet helemaal volgespeeld, net als bij de veelal 'kale' rapmuziek.

De programmering van Dynamo is obscuur en avontuurlijk, grote namen als Megadeth en Queensryche worden niet aangetrokken. Als voorlaatste groep speelt zondagavond Machinehead, de Amerikaanse groep die vorig jaar haar debuut-cd Burn My Eyes uitbracht. Zanger Robb Flynn zegt vooraf dat hij nog nooit voor zoveel mensen heeft gespeeld. Hij is erg nerveus en draait voortdurend aan zijn in drie plukjes opgesplitste sik.

Een terugkerend onderwerp in de teksten van zijn groep Machinehead en ook in die van Biohazard en Dub War is 'respect'. Flynn vertelt dat het verdienen van respect is uitgegroeid tot een centraal thema omdat hij daar als jochie mee te maken had. “Iedereen wil respect verdienen, dáár gaat het om. Dat leer je als je op straat opgroeit, tussen de junkies en het uitschot,” zegt Flynn. Op en neer springend als een boze Wiplala zal hij later zijn publiek duidelijk maken wat hij wil. En de bijval voor zijn hortende nummers die steeds een valse start lijken te maken, blijft inderdaad niet uit.

Het enthousiasme is groot, ook omdat het eindelijk is opgehouden met regenen. Het publiek dat zich tijdens de bui had verstopt, staat er nu weer met zijn honderdtwintigduizenden te dansen en springen. Een jongen die net een sprong wil wagen krijgt zijn voet niet omhoog - die is vastgezogen in de grond. Het veld is veranderd in modder en een deel van de aanwezigen ontdekt de lol van glijen, vallen en wentelen in de blubber.

Een Duitse bezoeker in batman-cape staat wat afzijdig te kijken. Hij heeft met twintig vrienden drie uur gereden om hier te komen want in Duitsland kan hij geen rockfestival bezoeken, het is daar veel te duur. Hij vindt Dynamo geweldig: “Hier kan alles.”