Pakkende titel voor treurige waan

Voorstelling: Howard Hughes' sadistisch universum. Research en vertaling: Liet Lenshoek. Regie: Bob Ruijzendaal. Vormgeving: Lilian ter Horst. Spel: Cas Enklaar, Tjeerd Bischoff, Marcel Faber. Gezien 1/6, Amsterdam, Amphitheater. Aldaar t/m 17 juni, tournee in najaar.

Egomaan en megalomaan, regisseur Bob Ruijzendaal vermenigvuldigde die twee treurige vormen van waan, en hopla: daar heeft hij Howard Hughes bij zijn kladden. Hij koos, na het niemandalletje Terug naar Stolwijk, geen gemakkelijk onderwerp voor zijn voorstelling. Howard Hughes (1905-1976) was in de VS zowel de meest succesvolle zakenman aller tijden als de meest succesvolle kluizenaar. Een mythe van macht en invloed bij leven, gestorven als ongenaakbare zonderling. Decorontwerpster Lilian ter Horst zag voldoende mogelijkheden. Ze schiep een ruimte die wordt gedomineerd door een reusachtige hoeveelheid keurig geordende dozen Kleenex en een toren van honderden overhemden in plastic hoezen - Howard Hughes leed aan smetvrees.

Nu nog een broeierige titel: Howard Hughes' sadistisch universum noemde Ruijzendaal het stuk. Sadistisch universum? Naar de titel van een bundel essays van W.F. Hermans? Hoe dat zo? Of bedacht Ruijzendaal die term op eigen kracht opnieuw? Klinkt mooi, betekent in verband met Hughes niets. Het universum dat we te zien krijgen is gesloten, dat wel, maar sadisme komt er niet aan te pas.

Die uit pretentie en behaagzucht geformuleerde titel is tekenend voor Ruijzendaals voorstelling. We zien drie acteurs, Cas Enklaar als Hughes, Tjeerd Bischoff en Marcel Faber hoofdzakelijk als de verzorgers van de door fobieën en neuroses geteisterde man. Ze mogen zich van Ruijzendaal op basis van historische teksten uitleven en doen dat aanstekelijk en met veel pret - een dansje, een song, een sketch. Enklaar, hij geeft de rol vorm zoals hij er honderden heeft gespeeld, geeft een enig showtje weg geïnspireerd door Hughes' voorliefde voor boezems, Marcel Fabers Sinatra-imitatie is ook reuzeleuk en Tjeerd Bischoff grijpt de kans om zijn geslagen hond-mimiek te etaleren. Ruijzendaal vond het niet de moeite om daar grote lijnen, structuur of minstens één idee over Hughes' tragiek in aan te moeten brengen. Waar zijn de gedachten over zijn ontwikkeling, of over de relatie tussen zijn verleden als Amerikaanse volksheld en zijn geestelijk berooide heden, of voor mijn part over zijn vrouwenverzamelarij. Iets. Maar verder dan de flamboyante kanten van Hughes' gekte en zijn schreeuwend gebrek aan decorum heeft Ruijzendaal niet gezocht. Kleine gegevens worden ellenlang uitgesponnen omdat de acteurs zo lekker op dreef zijn, grote elementen uit Hughes' leven samengevat en dus ogenblikkelijk vergeten.