Moedig Amsterdam loopt vast op Duitse hockeybunker

TERRASSA, 6 JUNI. De bloemen die de Amsterdamse hockeyers naar het publiek gooiden, waren niet besteed aan de Duitse tegenstanders. De krachtsporters van HTC Uhlenhorst hoefden de toeschouwers niet te vermaken, zij kwamen hun Europese titel verdedigen. Met gedegen en uiterst effectief spel slaagde de club van coach Stefan Kleine in zijn opzet. De 1-0 zege op Amsterdam was kenmerkend voor het sobere en effectieve spel van Uhlenhorst.

Als de hockeyers van Amsterdam ooit de mogelijkheid hebben gehad om de titelhouder te verslaan, dan was het gistermiddag in het Spaanse Terrassa. De groepsindeling was gunstig, de vorm van de Nederlandse kampioen leek uitstekend, het meespelen van de Australiër Graham Reid betekende een versterking en de Duitse tegenstanders zouden een beetje op hun retour zijn. Maar de kansberekening ging niet op in de buurt van Barcelona.

De overwinning van Uhlenhorst was te danken aan doelmatig hockey. Terwijl Amsterdam de bal keurig verplaatste via de verschillende linies, maakten de Duitse spelers gebruik van de lange klap uit het achterveld. Daar stond de kale Carsten Fischer in het begin nog onzeker te spelen, maar naarmate de wedstrijd vorderde toonde deze fantastische sportman nog een keer zijn grote waarde. Hij was de leider die Amsterdam ontbeerde. Hij vormde de extra ervaring waarover de Nederlandse kampioen slechts theoretisch beschikte.

Tegen Uhlenhorst bleek inzet en moed niet voldoende voor een vijfde Nederlandse EC-zege. Na HCKZ (2), Kampong en Bloemendaal leek Amsterdam vooraf in staat de titel in de wacht te slepen. De hoge verwachtingen vertaalden zich binnen de lijnen in een voortvarende start. De manier waarop Amsterdam de strijd is aangegaan, getuigde van durf en overtuiging. Vanaf het beginsignaal werd Uhlenhorst onder druk gezet. De gewaagde tactiek leidde tot enkele grote kansen, maar niet tot doelpunten.

De Duitse muur bleek nog even onverslijtbaar als in de voorgaande zeven edities. “Het lijkt alsof je tegen een bunker hockeyt”, zo verwoordde de verliezende coach Joep Brenninkmeijer de verdedigende kwaliteiten van de winnende ploeg. Hij sprak heel even over een laffe tegenstander, maar hij nam zijn woorden een paar seconden later al weer terug. Waarschijnlijk uit respect voor de ware kampioen.

Volgens Brenninkmeijer waren zijn spelers niet gewend aan de zware omstandigheden van een Europa-Cuptoernooi. Vier speeldagen achter elkaar, de strijd tegen de verveling in het hotel, het lange wachten op de finale: dat is andere koek dan een willekeurige hoofdklasse-wedstrijd. “Die jongens van Uhlenhorst hadden ook drie keer meegedaan voordat ze kampioen werden”, sprak de coach na afloop. De laatste keer dat Amsterdam zich had geplaatst voor het Europa Cup 1-toernooi was in 1977, toen de meeste deelnemers van afgelopen weekeinde nog niet eens lid waren van een hockeyclub.

Voor Uhlenhorst betekende de zege op Amsterdam de achtste achtereenvolgende Europese titel. Spelers als Fischer, Tewes, Becker, Meinhardt en de gebroeders Brinkmann kunnen bogen op een rijk hockey-verleden. Voor hen heeft een internationaal bekertoernooi geen geheimen meer. Zij weten hoe ze de verveling en de tegenstander moeten bestrijden. Zij blijven even op de grond liggen als het spelverloop daarom vraagt. Zij zijn niet alleen Duitse sportlieden, maar ook ervaren cupfighters.

Bij Amsterdam ontbrak het in de finale aan het beetje geluk dat een outsider nodig heeft. Het elftal dat zo dankbaar gebruik maakt van zijn sterke strafcorner, moest toezien hoe het arbitrale duo de meeste vrije slagen buiten de cirkel liet nemen. Slechts een keer mocht Taco van den Honert aanleggen voor zijn gevreesde sleeppush, maar de nationale topscorer zag zijn inzet gestuit door doelman Steinwachs die vervolgens onreglementair werd aangevallen door Reid. Scheidsrechter Gallivan blies al op zijn fluit, nog voordat Erwin Peters de bal in het doel schoot.

De begenadigde pingelaar Van den Honert kreeg een etmaal voor de finale last van zijn maag. Tegen Uhlenhorst bleek hij niet fit genoeg om de wedstrijd naar zijn hand te zetten. Van den Honert werd constant en hardhandig verdedigd door Jan-Peter Tewes, die hem op de internationale velden al tientallen keren heeft bestreden. Zelden zal Tewes zo weinig hinder hebben ondervonden van zijn Nederlandse kwelgeest.

Amsterdam steunde dit keer op de fysieke kracht van Reid en de al even onvermoeibare Jack Brinkman. De rechtshalf is de enige Nederlandse speler die een Duitse stijl hanteert. Als een stofzuiger rolt Brinkman over het kunstgras, de neus tegen de vezels en de blik op oneindig. Zijn tomeloze energie zou de international in de tweede helft opbreken, toen hij na een zware overtreding op Andreas Becker met een gele kaart werd bestraft. Juist toen Amsterdam een achterstand had goed te maken, moest het met tien man verder spelen.

Op het eerste oog leek de obstructie van Brinkman een domme actie, gezien de stand op het scorebord en zijn grote waarde voor het elftal. Maar de ware vechtjas verdient waardering. Hij was een voorbeeld voor zijn ploeggenoten. Zo voorkwam hij in de laatste groepswedstrijd dat Amsterdam werd verrast door Havant. Het duel tegen de Engelsen ging nergens meer om, maar Brinkman had zich volgens Brenninkmeijer als een koning gedragen. Zoals de hele ploeg tegen Uhlenhorst strijdend ten onder was gegaan. “Ik ben best wel een beetje trots op de jongens”, vertelde de coach met gemengde gevoelens.