Liberaal

Een briefschrijver signaleerde afgelopen zaterdag een links-intellectueel offensief dat door NRC Handelsblad is ingezet om het volk te waarschuwen voor de verschrikkelijke gevolgen van het liberalisme, en onder de namen van de complotteurs zag ik de mijne. Ach, speerpunt te zijn van een groot anti-liberaal offensief! Ik doe mijn rood-zwarte hemd aan, trek de zware leren riem een gaatje strakker en kijk wilskrachtig in de spiegel. Alle macht aan de raden! Elders doen de heren Anstadt en Wöltgens, die ook in het complot zitten, hetzelfde. Apart marcheren, gezamenlijk toeslaan!

De briefschrijver overschat de ideologische discipline waaraan de medewerkers van een krant onderworpen zijn. Ik sein met enige regelmaat mijn vertellingen naar de computer van de krant. De computer seint geld naar mijn rekening. Een mooi liberaal contact. Vanwege de sociale saamhorigheid bezoek ik ieder jaar de nieuwjaarsreceptie, waar ik mij met enige redacteuren kort onderhoud over christelijke normen en waarden. Het is niet zo dat die redacteuren me dan de opdracht geven om het komende jaar een links offensief in te zetten. Lang niet allemaal zouden ze dat willen, briefschrijver maakt zich onnodige zorgen. Zo is er bijvoorbeeld een economie-redacteur die iedere ochtend bij het ontbijt een uitkeringstrekker verslindt. Zoals koning Otto van Beieren de dag niet kon beginnen voor hij een boer had neergeschoten. Het huis van onze hoofdredacteur heeft vele woningen.

Wie in Nederland is opgevoed is een beetje socialist, een beetje liberaal, een beetje corporatistisch en een beetje christelijk. Hij kiest een standpunt. “Als socialist ben ik van mening...“ Zo'n zinswending hoorde je vroeger vaker dan nu. Ik moest er altijd om lachen, omdat het deed denken aan een militair simulatiespel, waarin een deelnemer het blauwe standpunt uiteenzette omdat het lot nu eenmaal had bepaald dat hij bij de partij Blauw hoorde. Hoe koddig ook, de zinswending spreekt een waarheid uit: eerst wordt de groep uitgekozen waar je bij horen wilt, en dan komen de meningen die er bij passen. Niet andersom.

Neem bijvoorbeeld onze liberale leider Bolkestein. Toen hij uit het buitenland in Nederland terugkwam, informeerde hij eerst bij de PvdA of daar een politieke loopbaan voor hem mogelijk was. Hij kreeg te horen dat mensen die jarenlang nederig partijwerk hadden gedaan, voor zouden gaan. Het was nog lang voor het tijdperk Rottenberg. Toen ging hij naar de VVD en merkte hij dat het daar vlugger zou gaan. Hij was dus liberaal. Zo zal het bij de meeste mensen gaan, al denken ze zelf meestal dat ze eerst hun standpunten bepalen en zich vervolgens met gelijkgezinden verenigen. Je kan je voorstellen dat Bolkestein, als hij een rede in de Kamer heeft gehouden, nog wel eens mijmert over wat hij op diezelfde plaats gezegd zou hebben als de PvdA wat inschikkelijker voor nieuw talent zou zijn geweest. Hij zal niet denken dat hij dan een heel ander mens zou zijn geweest. De accenten wat anders gelegd, natuurlijk. Dat is nu eenmaal politiek. Je kan niet in iedere functie alle meningen die je kan bedenken naar buiten brengen.

Als kranteschrijver wel. Laat ik eens wat liberale hervormingen bedenken die me aanstaan. De terugtredende overheid is me sympathiek. We horen er veel over, maar we merken er niets van. Het zou geloofwaardig worden als er eens een bericht zou komen dat een ministerie moest verhuizen omdat het gebouw te groot was geworden wegens overheidskrimp. Onwaarschijnlijk dat we dat snel mee zullen maken. Ministeries en stadhuizen worden alleen maar groter. Het is pijnlijk om te bedenken dat Joseph Goebbels uit moest komen met een fractie van het budget van de Nederlandse overheidspropaganda. Hij had er genoeg aan. Wat wil de Nederlandse staat ons eigenlijk wijsmaken? Ik ben een beetje liberaal en een beetje socialist en dus op twee manieren ontevreden, omdat de socialist vindt dat de overheid haar fundamentele taken niet meer uit kan voeren, en de liberaal ziet dat de overheid zich bemoeit met allerlei dingen die haar niet aangaan.

Het is archaïsch, dat gepraat over socialisme en liberalisme. Het moderne conglomeraat van overheid en particuliere overheidssatellieten zou met andere woorden moeten worden beschreven. Ik gebruik de oude termen ook alleen maar om de bezorgde briefschrijver gerust te stellen. Hij heeft gelijk als het hem opviel dat de liberale geluiden de laatste tijd wat minder luid klonken in mijn hoekje. Het is er de tijd niet voor, vind ik. Zoals twintig jaar geleden iedere bendeleider die ergens de macht veroverd had zich automatisch socialist noemde, zo is nu iedere roofzuchtige brabbelaar een liberaal. En zoals vroeger de socialisten voor hun ogen zagen dat het slecht ging met de wereld, overal waar zij de macht veroverd hadden, en toch met een blijmoedig optimisme van mening bleven dat het rechte pad bewandeld werd, zo zijn het nu de liberalen die een stralende toekomst voorspiegelen terwijl zij het verval om zich heen zien.

Het ontgaat niemand dat de openbare voorzieningen niet meer zijn wat ze waren. Ik zal geen voorbeelden geven, want die kan iedereen zelf bedenken. Ik wil er ook niemand de schuld van geven. Maar de liberalen denken dat ze de geestelijke strijd gewonnen hebben. Je zou ze willen vragen hoe ze de toekomst zien. Is het tijdelijk, de verslechtering van allerlei algemene voorzieningen, of is het een onafwendbaar oprukkend natuurproces, iets als woestijnvorming, veroorzaakt door de groei van de wereldbevolking, de globalisering van de economie of weet ik veel wat? Ik heb niet het idee dat we een ernstig antwoord kunnen verwachten van de liberaal. Hij spreekt over de zegeningen van de vrije markt, iets dat niet bestaat en nog nooit in de geschiedenis bestaan heeft, een utopie zoals vroeger de socialistische heilstaat. Hij is blijmoedig, want hij heeft de verkiezingen gewonnen en hij verwacht dat hij de volgende verkiezingen met nog veel grotere cijfers zal winnen. Hij is niet zozeer een liberaal, als wel een triomfalist, die het gevoel heeft dat hij aan de winnende kant staat. En als energieke medewerkers van de spoorwegen, die het niet kan deren dat treinen niet meer op tijd rijden en haltes worden opgeheven, zingen zij: we gaan er voor! In het echte leven is het anders overigens. Toen ik laatst mijn jaarkaart bij een loket liet zien, zei de beambte hulpvaardig: meneer, in uw plaats zou ik voor dat geld een autootje nemen. Een ware liberaal, in alle betekenissen van het woord.