'Grieks' brandt van rauwe opstandigheid

Voorstelling: Grieks van Steven Berkoff door Het Vervolg. Vertaling en bewerking: Marcel Otten; decor: Frits van Hartingsveldt; regie: Hans Trentelman; spelers: Geert Jan Romeijn, Hans van Leipsig, Mieneke Bakker e.a. Gezien 2/6 Mergelgroeve 't Rooth, Cadier en Keer. Te zien t/m 1/7. Inl: 043-255333.

Is het wel Griekenland waar Grieks van Steven Berkoff zich afspeelt, zijn bewerking van de Oedipus-mythe? Of is het gewoon een mergelgroeve nabij Maastricht? De laagstaande zon doet de mergel goudgeel als een mediterraan gebergte opgloeien. Maar in de vertaling en bewerking is de dramatische handeling verplaatst van Griekenland naar een oerlimburgse omgeving, met dorpscafé, arme straat, zuidelijke tongval en al.

Grieks door het ensemble Het Vervolg is een bewerking van een bewerking. Auteur Steven Berkoff schreef in 1980 een venijnige, zich in Londen afspelende variatie op het oude Sophocles-drama. Oedipus wordt Eddie; de door pest geteisterde stad Thebe heet Londen. Berkoff stelt vragen die elke toeschouwer van de tragedie zich ooit eens heeft gesteld: waarom gaat Oedipus zover zich de ogen uit te steken? Als hij toch houdt van Jocaste, zijn vrouw die dus zijn moeder blijkt te zijn, als hij met haar de hoogste verrukkingen beleeft - waarom zou hij zich dan moedwillig blind maken, zodat hij haar schoonheid nooit meer kan aanschouwen?

Als antwoord op deze vraag eindigt dit verhaal dan ook, in het Griekse land van Zuid-Limburg. Hoofdrolspeler Geert Jan Romeijn als Eddie roept aan het slot uit, juist op het ogenblik dat je als toeschouwer denkt dat nu het ergste gaat komen: “Krijg allemaal het klaplazerus! Ik steek m'n ogen niet uit, ik wil blijven zien.” Maar Jocaste, eenzaam treurend op de rand van het podium, is gebroken. Ze is met haar zoon naar bed geweest, het jongetje dat ze, toen het nog klein was, verloor in het gewoel van een carnavalsoptocht en om wie ze haar hele leven heeft geweend. Plots keert hij als haar goddelijk-bezeten minnaar terug. Oedipus alias Eddie verliet 'het paradijs van haar lichaam om er de toegang tot de hemel in terug te vinden'. Elke man wil uiteindelijk terug naar de moederschoot, is de onontkoombare visie van Berkoff op Oedipus. Scherper dan hij had Sophocles noch Freud het kunnen zeggen.

Grieks is een rauw stuk. De taal is grof, er wordt fiks gescholden, het brandt van opstandigheid. Hierdoor is het evenwicht zoek. Zeker in het middelste gedeelte is er een terugslag. Dan raast Eddie in zijn monologen over de dramatische lijn heen. Daartegenover staan volmaakte scènes, vooral die tussen Eddies vermeende ouders, Hans van Leipsig en Mieneke Bakker. De laatste, die ook al schitterde in het onlangs opgevoerde Thuis van Claus, weet met lijzige stem en droeve oogopslag voortreffelijk de verweesde vrouw uit te beelden voor wie het grote geluk nooit zal komen. Hans van Leipsig vertolkt in een enkele monoloog de triomf van de onverschilligheid: “Mijn hoofd zit vol zaagsel. Nou en? Mijn botten zijn oud. Nou en?' Enzovoort. Subtiel zet Berkoff deze lijn voort in de onverschilligheid van Eddie aan het slot. Hij bekommert er zich niet om dat hij niet het kind is van het echtpaar, dat hij altijd als zijn ouders heeft beschouwd. Wat hij wil is leven, verdergaan. Straft de tragische held Oedipus zich lijfelijk, deze Eddie straft zichzelf door het onmogelijke te willen: de vernietigende macht van het noodlot ontkennen.

Regisseur Hans Trentelman sluit met zijn meer volkse dan dramatische regie vaardig aan bij de spitsvondige, banale en hilarische bewerking die Marcel Otten maakte. Deze Oedipus-bewerking is een merkwaardig staaltje van Limburgse kluchtigheid en Griekse hybris. Mijn enige bezwaar geldt dat het lachen ons te laat vergaat. Elke zijweg is overbodig. Hoe strakker de ontknoping aansluit op de dramatische handeling, des te onverbiddelijker het stuk. De verhakkelde Ford Mustang waarmee Oedipis en Jocaste komen aanscheuren vlak voordat de gruwelijke onthulling een feit wordt, illustreert de regieopvatting van Trentelman: Oedipus/Eddie moet eerst hoog stijgen, voordat hij dieper dan diep valt.