Een reünie van modelburgers

EPEN. Het lijken gewone Pinkstertoeristen, maar deze kampeerders vormen de ruggegraat van Nederland. Ze komen hier om te wandelen en te fietsen, maar ze komen niet alleen, en ook niet voor het eerst. Voor tienduizenden Nederlanders is Pinksteren een jaarlijkse reünie, een gelegenheid om vrienden, familie en collega's te ontmoeten. Ze treffen elkaar zoals ze dat het liefst doen: buitenshuis maar toch huiselijk, onder elkaar, maar met behoud van de vertrouwde scheidslijnen.

De caravans vallen het eerst op. Ze waren vroeger beige, maar ze zijn tegenwoordig steeds vaker grijs met donkergrijze strepen. Er staat Chateau op, Esterel, Caravelair of Südwind. Ze zijn hierheen getrokken door Citroën BX-en en Opels, maar ook tref je vaak het bestelbusje met de naam van het loodgietersbedrijf naast de caravan aan. Buiten staan plastic klapstoelen en tafels uit de Blokker-catalogus en als het gaat regenen worden die snel in de voortent gezet. Daar gaat het leven gewoon door. “Wij letten niet op het weer, want het weer let ook niet op ons”, zegt een gepensioneerde bakker uit Boxtel. Hij zit in een tuinstoel, zijn vrouw staat achter hem, en in een wijde kring om hen heen bivakkeert zijn nageslacht. Hij is hier elk jaar met Pinksteren, en het gezelschap wordt steeds groter. De caravan van de pater familias staat in het centrum, de caravans en bungalowtenten van zijn vijf kinderen en hun echtgenoten staan eromheen. De rand van dit familiekamp wordt gevormd door een ring van zeven koepeltentjes - slaapplaats voor de zestien kleinkinderen en de twee achterkleinkinderen. Niet iedereen is er op dit moment, er moet ook gemountainbiked en gewandeld worden, maar vanavond is er barbecue, en dan eten ze allemaal mee.

Ook de tandtechnieker uit Lichtenvoorde is hier voor de 'ik weet niet eens meer hoeveelste keer'. In de voortent van zijn caravan zit hij met zijn vrouw en vijf jonge volwassenen. Zijn drie kinderen zijn mee, en hun aanhang. In de zomer kamperen de kinderen ook allemaal - “maar niet zo luxe als nu”, zegt zijn zoon, een landschapsarchitect. Hij gaat meestal met een rugzak op stap, de anderen trekken er graag met de motor op uit. Vanavond gaat de hele familie lekker eten in een restaurant, en morgen zien ze wel weer verder. Ze wandelen wat, ze puzzelen, ze praten en ze lachen.

Voor de andere lagen van de kampeermaatschappij moeten we naar de verderop gelegen veldjes. Hier golft het bruine en het groene doek van de echte tenten. Twee categorieën kampeerders zien we hier. De meest gearriveerde groep is tussen de dertig en de vijftig en het symbool van zijn positie is de enkeldaks piramidetent. Het zware katoen van de De Waard-tenten domineert, maar de iets goedkopere Esvo's rukken op. Deze recreanten hebben soms een Volvo, maar het kan ook heel goed een Mitsubishi zijn. Vaak hebben ze drie kinderen. Ze zijn aan het wandelen of ze komen net van een wandeling terug. Zij kamperen niet met hun ouders, maar met buren, vrienden, of collega's. Ze zijn beleidsambtenaar of leraar, of ze doen wat in de medische sfeer. Zoals de fysiotherapeut uit Losser, die met zijn vrouw en zijn drie kinderen voor zijn De Waard zit. Zijn vrienden komen er net aan lopen, die kamperen een meter of twintig verderop. Meestal kamperen ze in Frankrijk. “Doen waar je zin in hebt, leven zonder horloge.” Hier in Epen zijn ze min of meer toevallig. De dochter van de fysiotherapeut is figurante in Macbeth, een produktie van de Nederlandse Reisopera en gisteren was er een voorstelling in Maastricht. Ze hebben Macbeth gecombineerd met een korte kampeervakantie.

Dan zijn er op deze veldjes de jongeren. Sportieve kampeerders meestal, met lichtgewicht dwarsslapertjes en slaapmatjes van gesloten cel-schuim. Sommigen zouden de kinderen van de De Waard-generatie kunnen zijn, maar dat weet je niet, want deze jongeren kamperen bij voorkeur niet met hun ouders. Ze komen met de trein, op de fiets of in een gehuurd busje. Ze koken hun macaroni op benzinebranders of camping-gasjes en de favoriete dranken zijn koffie, soep, thee en bier. De zes Groningse studenten die voor hun drie koepeltentjes op hun matjes zitten hebben geen geld voor iets sterkers. 's Zomers gaan ze op vakantie in België of Luxemburg, soms in Frankrijk. Eerst een stukje met de trein, en dan lopen, met de rugzak. Je kunt dan rondkomen van zeventig gulden per week. Tenminste, als je wild kampeert. Ze zouden ook wel eens naar Denemarken willen, maar dat is voorlopig een droom.

Vijftig meter verderop staat een gevarieerde verzameling tentjes. Een vrolijke groep twintigers is bezig tientallen bruine boterhammen met pindakaas naar binnen te werken. Het is carnavalsvereniging De Schuimsnuivers uit Dongen. Dertien jongens en meisjes, zes stellen en een losse. Sommigen studeren nog, de meesten werken. In de verpleging, met computers of in een bakkerij.

Ze hebben dit jaar met een nieuw materiaal gewerkt: polyester. Daarvan zijn de reusachtige ijsco's gemaakt waarin ze aan de straatparade hebben meegedaan. Elk jaar sluiten ze het seizoen af met iets gezelligs. Vorig jaar was het wadlopen, dit jaar kamperen. Ze voetballen, barbecuen en fietsen. Ze hebben meer geld dan de studenten, en ze drinken vaker bier dan thee. Ze lachen veel, maar ze denken ook na over de vraag hoe ze zich volgend jaar gaan uitdossen. Ze zoeken nog een werkruimte, of ik dat er vooral bij wilde schrijven.

Het weer betrekt voor de zoveelste keer. De kampeerders klappen hun stoelen in en rollen hun matjes op. Voortenten worden dichtgerist, wandelschoenen binnengezet. Bij het kampement van de gepensioneerde bakker wordt een reusachtig zeil boven de barbecue gespannen. De tandtechnieker heeft zijn familie in de auto geladen en rijdt het terrein af. De studenten lopen naar de bushalte, de carnavalsvereniging probeert of ze in één tent past. Alleen een paar kleine voetballertjes gaan nog even door. Als de bui losbarst roepen hun moeders ze naar binnen. Zo haalt de middenklasse de banden aan. Het gebeurt hier op camping Oosterberg in Epen, maar het gebeurt ook in de Achterhoek, op Texel, op de Zeeuwse eilanden en in Drenthe. Familie, vrienden en kennissen treffen elkaar en nemen elkaar opnieuw de maat. Klokken worden gelijk gezet, ervaringen uitgewisseld en verwachtingen op elkaar afgestemd. Op het gras, bij de washokken en in de caravans voltrekt zich een informele reünie van modelburgers.