De Vilder wil 'publicitair straatverbod' na aantijgingen

AMSTERDAM, 6 JUNI. De voorzitter van de Amsterdamse Kamer van Koophandel, R. de Vilder, heeft vandaag bij de rechtbank in Amsterdam een civiele procedure aangespannen tegen twee beleggers die sinds 1987 in een financiële strijd zijn gewikkeld met zijn 34-jarige zoon, Robin. De Vilder sr. wil bereiken dat de twee een 'publicitair straatverbod' wordt opgelegd zodat een einde komt aan het doen van publieke aantijgingen aan zijn adres.

De reden waarom De Vilder sr. nu gerechtelijke stappen onderneemt tegen de twee beleggers hangt samen met het feit dat zijn zoon zich vandaag moet melden voor de tenuitvoerlegging van zijn straf waartoe hij vijf jaar geleden werd veroordeeld. “Rob de Vilder heeft de publicitaire provocaties van Laverman en Van Buuren nu al zeven jaar ondergaan, zonder zich in het openbaar te weren, vooral in de hoop daarmee het belang van zijn zoon te dienen. De aanvang van Robins gevangenisstraf is een geschikt moment om de rechter te vragen Laverman en Van Buuren een halt toe te roepen”, aldus een persverklaring. De Vilder sr. wil niet reageren op de aantijgingen.

De beleggers W. Laverman en J. van Buuren vertrouwden in 1987 elf miljoen gulden aan De Vilder jr. toe in de verwachting dat die, in zijn functie van beleggingsadviseur, op voor hen gepaste wijze met het geld zou omgaan. Het geld werd echter besteed aan de aankoop van auto's, een huis en kunstwerken. Laverman en Van Buuren wisten drie miljoen terug te vorderen. Zij spanden een rechtszaak aan tegen De Vilder jr. die in 1990 werd veroordeeld tot twee jaar gevangenistraf waarvan zes maanden voorwaardelijk en terugbetaling van zeven miljoen gulden aan de gedupeerden.

De uitspraak werd tot twee keer toe in hoger beroep bekrachtigd. Tot verbazing van Van Buuren en Laverman werd de tenuitvoerlegging van de straf telkens uitgesteld. En tot ergernis van De Vilder sr. zochten beide beleggers steeds de publiciteit om hun ongenoegen hierover publiek te maken. Het uitstel werd De Vilder jr. verleend in verband met de afronding van zijn proefschrift. waarop hij volgende week woensdag aan de Universiteit van Amsterdam hoopt te promoveren. Voor die gelegenheid mag hij korte tijd de strafinrichting verlaten. In zijn proefschrift behandelt hij de oorzaken van conjunctuurgolven in de economie waarbij voor hem die factoren centraal staan die uit het economisch systeem zelf voortkomen.

Volgens De Vilder sr. “heeft Robin na de veroordeling door de rechter zijn leven gebeterd”. Waarom hij heeft besloten tot een civiele procedure en geen kort geding aan wil spannen tegen Laverman en Van Buuren is onduidelijk. De verwachting is dat de rechtbank pas over een jaar vonnis zal wijzen. “Een snel kort geding zou ons toch eerder de mond snoeren”, aldus Laverman. Hij veronderstelt dat De Vilder sr. het in zijn omgeving wil doen voorkomen “dat hij er wat aan doet om vervolgens weer hooghartig te zwijgen”. Hij ontkent desgevraagd dat hij en Van Buuren De Vilder sr. verantwoordelijk houden voor het gedrag van zijn toen 26-jarige zoon, zoals de vader in het persbericht stelt.

Volgens Laverman moet De Vilder jr. inmiddels geen zeven maar tien miljoen gulden terugbetalen. “Er is nogal wat rente bijgekomen, namelijk.” Hij betwijfelt of het geld inderdaad wordt terugbetaald. Toen hij beslag wilde laten leggen op het huis van De Vilder jr. bleek het huis en de huisraad “tot het laatste teelepeltje per notariële akte eigendom te zijn van zijn vader. Vader Rob kreeg bovendien 30 mille van het gestolen geld op zijn rekening bijgeschreven die hij ons nimmer uitbetaalde”.