DAMMEN AAN ZEE OM HET TIJ TE KEREN

Op Vlieland wordt sinds vorige week het Grandmasters damtoernooi gehouden. De winnaar speelt tegen Tsjizjov, de vorig jaar onttroonde wereldkampioen. De winnaar van die tweekamp mag de huidige wereldkampioen Valneris uitdagen. De nieuwe opzet maakt de damsport volgens organisator-deelnemer Harm Wiersma aantrekkelijker. Want dammen is meer dan een saai remise-spelletje.

Fier wapperen de beide vlaggen van de Koninklijke Nederlandse Dambond bij het Seeduynhotel in de Vlielandse zeewind. Op een groot schoolbord bij de ingang van het zonneterras worden toeristen opgeroepen een kijkje te nemen bij het “WK Dammen”. Voorzitter A. Schotanus van de dambond zegt er in het voorwoord van het programmaboekje zeker van te zijn dat “naast de echte damliefhebber honderden toeristen de gelegenheid zullen aangrijpen om de wereldtop aan het werk te zien”. Voor de eersten blijkt het Waddeneiland echter te ver weg en ook de duizenden toeristen die het eiland voor het bevrijdingsfeest bezoeken lijken niet bijster geïnteresseerd. Zoals slechts een enkele natuurvorser de stilte van de wijdse Vliehors opzoekt, zo zijn het slechts enkele damfanaten die de over het bord gebogen damgrootmeesters aanschouwen.

Eén van hen is Rende Brouwer, die elke morgen steevast klaarzit in de demonstratieruimte, waar familie en damliefhebbers gemoedelijk een potje spelen. Brouwer, trompettist - bij het grote publiek bekend als de ene helft van het duo Gebroeders Brouwer - combineert een bezoek aan het damtoernooi met een korte vakantie. Hij leerde als jongetje al de damschijven hanteren en is nog steeds verslingerd aan het spel. “Dammen is zo wonderbaarlijk mooi. Musiceren en dammen hebben veel overeenkomsten”, legt hij uit. “Zoals een muziekstuk een vaste compositie heeft, zo heeft het dammen een vaste structuur.”

Sinds zes jaar organiseert Brouwer in Harderwijk het Maars Werelddamtoernooi. Hij is op Vlieland om sfeer te proeven en contacten op te doen. Voor zijn inmiddels traditionele toernooi (“Toernooien moeten zich herhalen, kijk maar naar het Hoogoventoernooi”) heeft hij zelfs Iser Koeperman en wereldkampioen Guntis Valneris weten te strikken. De prijzenpot is met 25.000 gulden dan ook goed gevuld. Over publieke belangstelling heeft het toernooi niet te klagen. “Elk jaar komen er meer mensen.”

Het lijkt een uitzondering. Organisator Harm Wiersma constateert met spijt dat de belangstelling op Vlieland matig is. De populariteit van het dammen lijkt in Nederland gestaag af te nemen. Het aantal leden van de Dambond daalt en de jeugd laat het afweten. Veel dammers leggen de schuld bij de media die het spel in hun ogen te vaak afschilderen als een saai “remise-spelletje”. Dammen wordt door veel mensen beschouwd als het “zielige broertje” van de “echte” denksport schaken, zegt Ton Sijbrands. “Een spel waarvan iedereen de regels binnen vijf minuten onder de knie heeft, zal wel simpel zijn, denkt menigeen. Iets wat in werkelijkheid niet zo is.”

Rob Clerc noemt het magere financiële perspectief voor een damtopper in spe als reden voor de teruglopende animo. “Er is weinig te verdienen.” Hij geeft toe dat het damspel door de vele remises aan attractie heeft ingeboet. “Als er van de twintig matches op voorhand al achttien remise zijn, is dat niet te verkopen.” Om het spel aantrekkelijker te maken, pleit hij voor een aanpassing van de spelregels. Een koningsdam bijvoorbeeld die meer mag dan een gewone dam of voordeelremise, waarbij degene die aan het eind van de partij drie schijven overhoudt (en zijn tegenstander één schijf) een kwart punt meer krijgt, waar anders een gewone remise onontkoombaar was. Clerc, eeuwige tweede op vijf titeltoernooien de afgelopen twintig jaar, maakt die nieuwe spelregels niet meer mee. Hij heeft besloten een punt te zetten achter zijn lange loopbaan. “Ik ben na al die tijd uitgekeken op het toch conservatieve damwereldje. Bovendien is de kans dat ik ooit nog wereldkampioen wordt erg klein.”

Het is vrijdagmorgen een half uur voor de vierde partij. Clerc heeft, na zijn verrassende verlies tegen de Senegalees Ba de vorige dag, even genoeg van dammen, zegt hij. “Ik heb mijn eigen graf gegraven. Op papier is Ba de zwakste tegenstander. Twintig jaar geleden won ik zo van hem. Blijkbaar heb ik niet zo veel bijgeleerd”, klinkt het cynisch. Tijdnood speelde Clerc parten. Hij verbruikte te veel tijd op zoek naar de perfecte zet. Ba speelde veel onbevangener en pragmatischer. Clerc heeft de frustraties over zijn verlies gestoken in anderhalf uur fietsen, zwemmen en tennissen. Meneer Séne, voorzitter van de Senegalese dambond en begeleider van de Afrikaanse spelers Macodou N'Diaye en Bassirou Ba, noemt de overwinning van de laatste op Clerc “een grote verrassing”. “Clerc is a big player”, zegt hij. En Ba staat tenslotte pas 35ste op de wereldranglijst.

Dammen is in Afrika erg populair, zegt Séne. Op blote voeten en gekleed in een prachtig glanzend bruin gewaad betreedt hij de demonstratieruimte. Séne: “Dammen maakt onderdeel uit van onze cultuur. We spelen altijd.” De vrouw van Schwartzman, tegenstander van N'Diaye, nodigt hij uit voor een spelletje dammen. Irina Schwartzman-Hodas, toch derde bij het nationaal kampioenschap van de Oekraïne, moet haar meerdere al snel erkennen in Séne. “Revanche?”, vraagt hij. Of hij Ba of N'Diaye een kans geeft? “It's a matter of luck.” Alle spelers zijn aan elkaar gewaagd. Misschien is Sijbrands iets sterker dan de rest.”

Ton Sijbrands, de 45-jarige “tovenaar uit Voorst”, geldt na zijn rentree op de titeltoernooien zeven jaar geleden als één van de favorieten. De wereldkampioen van 1972 en 1973 prijkt dit jaar bovenaan de wereldranglijst. Sijbrands schat de kans dat hij de eerste ronde doorkomt op vijftig procent. Ook zijn vierde partij eindigde in remise. De 73-jarige Iser Koeperman, die de partijen voor de damliefhebbers analyseert, vindt dat de Nederlanders “goed, maar gecompliceerd” spelen. “De zwakte van de Hollanders is dat ze te vaak in tijdnood raken.”

Sijbrands herkent het euvel bij zichzelf: “Ik heb vaak moeite om knopen door te hakken. Andere spelers zijn tevreden als ze een goede zet vinden. Ik ben altijd op zoek naar de allersterkste zet.” Omdat de tegenstanders pas een maand geleden via een loting aan elkaar werden gekoppeld - nadat door de dambond vastgestelde paringen tweemaal als gevolg van protesten ongeldig waren verklaard - heeft ook Sijbrands zich niet optimaal kunnen voorbereiden. Zijn opponent, de Rus Gantwarg, is echter een oude bekende. Sijbrands' archieven staan vol met openingszetten van de vermaarde Russische wereldkampioen van 1978 en 1984.

De carrière van Sijbrands is opmerkelijk. In 1962 werd hij jeugdkampioen en tien jaar later wist hij op 22-jarige leeftijd de Russische hegemonie (sinds 1955) op damgebied te doorbreken door Andris Andreiko te verslaan. Het jaar daarop prolongeerde hij zijn titel, maar keerde de titeltoernooien de rug toe. In 1988 keerde hij echter terug. “Na vijftien jaar begon het weer te kriebelen”, vertelt Sijbrands, die op Vlieland geniet van de in zijn ogen perfecte entourage en de chique speelzaal. “De drive om te winnen is er nog steeds.”

Dat geldt ook voor Harm Wiersma. Ook hij keerde de actieve wedstrijdsport de rug toe, maar beleefde drie jaar geleden een come-back. Sindsdien wordt hij gezien als de grote promotor van de damsport. Hij heeft zich het vuur uit de sloffen gelopen om het Grandmasters Toernooi georganiseerd te krijgen. Via diverse zakelijke contacten wist zakenman/dammer Wiersma sponsors te vinden. De spelers krijgen een goede vergoeding, zegt hij. Hij is de bedenker van de achtkamp-formule. “Vroeger mocht de onttroonde kampioen de nieuwe wereldkampioen voor een tweekamp uitdagen. Maar zo bleven andere toppers buiten beeld.”

Het nieuwe systeem, dat zichzelf volgens Wiersma nog moet bewijzen, mondt bij voortdurende gelijke standen tussen beide spelers uit in de “uitputtingsslag” van de barrages. Daarin wordt steeds meer beknot op de speeltijd waardoor de dammers steeds sneller moeten spelen. “Er zullen koppen rollen. En de kans bestaat dat betere dammers hierdoor zullen verliezen.” Wiersma vindt het niet erg. Hij beschouwt een aanpassing als voorwaarde om het damspel aantrekkelijker te maken voor de jeugd. Op Vlieland heeft hij gewerkt aan een 'topsportplan' om het damklimaat te verbeteren. Hij wil topspelers inschakelen om de sport te promoten en is voorstander van een inhoudelijke aanpassing. “Een partij die drie, vier uur duurt is niet interessant. Het zal dus sneller moeten. Dan raken jongeren geïnteresseerd en vinden ze het spel leuk. Zo kweek je ook talent.”