Boymans wil geld onderzoek inktvraat

ROTTERDAM, 6 JUNI. Het museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam wil geld om zijn collectie beter te kunnen conserveren. Het museum heeft een subsidieaanvraag ingediend bij de Europese Commissie en bij de Mondriaanstichting voor wetenschappelijk onderzoek. Een deel van het geld zal worden besteed aan onderzoek naar het herstel van een groot aantal tekeningen van oude meesters die door inktvraat dreigen te worden vernietigd.

De schade aan de tekeningen wordt veroorzaakt door het pigment dat bepaalde 16de- en 17de-eeuwse tekenaars voor hun inkt gebruikten. Het zwarte pigment werd onttrokken aan galappels van eikebomen en met water en roest vermalen. Door het hoge ijzergehalte van het gebruikte pigment oxydeert de inkt na verloop van tijd en 'vreet' zich een weg door het papier. “De mate waarin dit proces zich voltrekt, is afhankelijk van het bindmiddel dat de tekenaars gebruikten”, zegt A. Meij, hoofdconservator van het prentenkabinet van Boymans. “Veel kunstenaars gebruikten als bindmiddel arabische gom, dat het oxydatieproces enigszins vertraagt. Maar de tekeningen van de Italiaan Guercino, die andere bindmiddelen voor zijn inkt gebruikte, zijn al onherstelbaar beschadigd.”

Hoewel de problematiek van de inktvraat al tientallen jaren bekend is, hebben restaurateurs nog geen middelen kunnen vinden om het proces te keren. “In het kader van het Deltaplan voor het cultuurbehoud, waarin de nadruk ligt op conservatie, wordt deze problematiek weer onder de aandacht gebracht”, zegt Meij. “Wanneer er geld vrijkomt voor onderzoek kan mogelijk een chemische wijze gevonden worden om de tekeningen te behouden”.

Bijna alle musea kampen met de inktvraat. Meij: “Restaurateurs hebben daarom de handen ineen geslagen en subsidie bij de Europese Commissie aangevraagd. Het gaat om onderzoek, waar alle musea met een tekeningencollectie bij gebaat zijn”.

Hoeveel tekeningen in Boymans beschadigd zijn, kan Meij niet zeggen. “Over de hele wereld zullen er naar schatting tussen de 2.000 en 4.000 tekeningen zijn die nu al niet meer toonbaar zijn”.