Bob Berg de diepte in met kokende hardbop

Concert: Bob Berg Quartet. Gehoord: 3/6 Bimhuis, Amsterdam.

Bob Berg in het Bimhuis - dat ligt niet voor de hand. Deze Amerikaanse tenorsaxofonist heeft, sinds zijn korte verschijning in de band van Miles Davis in 1984, weinig inspirerende mainstream voortgebracht. Hij behoorde tot de lichting blanke virtuosi, zoals ook Michael Brecker, die commercieel succes had maar nogal eens bekritiseerd werd om een gebrek aan soul.

Maar Berg lijkt zijn vorm te hebben teruggevonden in een traditioneel, akoestisch kwartet. Afgelopen zaterdag wist hij althans drie uur lang een afgeladen zaal aan zich te binden met kokende hardbop. Zelfs de volstrekt afgekloven standard Autumn Leaves, waarmee Berg de set begon bij wijze van plaatsbepaling, klonk in zijn interpretatie, gecombineerd met de inbreng van de schijnbaar meerarmige pianist David Kikoski, speels, diep en overtuigend.

In andere stukken (zoals Promise, van Chick Corea) schemerde wat fusion door, in de twijfelachtige betekenis van het woord: nodeloos ingewikkelde riedels, unisono met piano uitgevoerd, over bijna vermoeiende tempowisselingen. Gelukkig schakelde de rythmsectie daarna snel over op rechttoe rechtaan begeleiding van solo's, die overigens misschien iets korter hadden gekund. De meeste stukken duurden twintig minuten of langer en dat is voor deze muziek ruim tien minuten te lang.

Nu en dan waagde Berg zich aan een onbegeleid intro. Hoewel op zo'n moment blijkt dat hij qua instrumentbeheersing nog altijd in de eerdergenoemde Brecker zijn meerdere moet erkennen, zijn toon was steeds hard en furieus. Dat gold ook voor zijn groepsleden, van de standvastige bassist James Genus tot de verwoed drummende Gary Novak. Ze speelden alsof hun leven ervan afhing. Geen routine dus, die dit soort jazz tot een zouteloze pap kan maken. Overigens is het kwartet niet op het North Sea Jazz Festival 1995 te horen. Berg treedt daar alleen op als gast, in de groep van (fusion-)bassist John Pattitucci.

    • Viktor Frölke