Wit schoonmaken

In de eerste helft van deze eeuw verdiende tien procent van de beroepsbevolking nog een inkomen met het verlenen van huiselijke diensten (schoonmaakwerk, tuinonderhoud, klusjes in en om het huis). In 1930 waren er nog net zoveel mensen in deze sfeer actief als in de bouw: 250.000 (waarvan 240.000 vrouwen). Na de oorlog ging het snel bergafwaarts met deze persoonlijke dienstverlening. Nu verdient nog maar 0,2 procent van de beroepsbevolking (9.000 vrouwen, geen mannen) daarmee officieel de kost. Officieel - want in het zwarte circuit zijn vele Nederlanders hyperactief met het oppassen op kinderen, het schoonmaken van huizen en het wieden van andermans onkruid. Vaak naast hun betaalde baan.

Dat dit werk niet meer 'wit' gebeurt, wordt volgens wetenschappelijke onderzoekers en werkgevers veroorzaakt door sociale premies en andere lasten die laagbetaalde arbeid peperduur maken. De werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft uitgerekend dat het 28 gulden per uur kost om iemand een uur lang tegen het minimumloon aan het werk te zetten. Behalve de 12 gulden die de werknemer hier zelf netto aan overhoudt, moeten sociale premies en 17,5 procent BTW worden afgedragen. En natuurlijk wil de werkgever er ook nog iets aan overhouden. Op de zwarte markt worden dezelfde diensten echter voor 15 gulden per uur geleverd, zo blijkt uit onderzoek van het Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) in Hoofddorp en de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam. Niemand zou méér willen betalen.

“Onzin”, zegt Wieneke Toby (48) van Thuishulpbureau De Inzet in Den Haag. “Als je goed werk aflevert, zijn mensen best bereid meer dan 15 gulden per uur te betalen”. Samen met de precies tien jaar jongere Ine Burgers verwisselde zij een half jaar geleden haar baan als manager in de thuiszorg voor het avontuur van een eigen bedrijf. De Inzet houdt zich vooral bezig met schoonmaakwerk en het oppassen op kinderen, maar Toby en Burgers zijn ook niet te beroerd om te koken en slecht ter been zijnde bejaarden te begeleiden naar het stadsdeelkantoor.

Aan hun ondernemerschap ging een jaar voorbereiding vooraf. Er werd een ondernemingsplan opgesteld, een computer aangeschaft, een eerste kostprijscalculatie gemaakt. “Eerst rekenden we 35 gulden per uur, maar dat bleek te veel te zijn”, zegt Toby. “Dus hebben we nog eens naar de kosten gekeken. Waar kunnen we zuiniger zijn?” Uiteindelijk kwamen ze samen met de boekhouder een prijslijst overeen, waarbij voor huishoudelijke hulp tussen 25 en 31 gulden per uur wordt gerekend (afhankelijk van het aantal uren hulp), 25 gulden per uur voor het oppassen op een kind en 28 gulden voor het oppassen op twee kinderen. Hetzelfde bedrag wordt in rekening gebracht voor het begeleiden van mensen naar instellingen of de fysiotherapeut en voor koken. Duur? Toby en Burgers vinden van niet.

“Het ligt er maar aan of de kwaliteit die je levert, opweegt tegen de prijs die je voor een klus in rekening brengt”, zegt Burgers. “Onze stelling is dat schoonmaken een vak is. Als je dat professioneel aanpakt kan het best zijn dat de klant uiteindelijk goedkoper uit is dan met een zwartwerker of een banenpooler”. Toby en Burgers doen veel klussen zelf, maar hebben twee oproepkrachten stand by om bij te springen. “We nemen niet zomaar iedereen aan”, zegt Toby. “Voor het opvullen van één vacature houden we zeker 20 sollicitatiegesprekken. We laten sollicitanten daarbij ook iets schoonmaken. Ze moeten écht goed zijn, want de kwaliteit die wij leveren bepaalt of mensen dertig gulden per uur voor onze dienstverlening willen betalen.”

Toby en Burgers hebben inmiddels een twintigtal vaste klanten. Dat het er niet meer zijn wijten ze aan de onbekendheid van het soort dienstverlening. “Klanten willen een betrouwbare hulp hebben”, zegt Burgers. “Als we ze eenmaal als klant hebben, houden we ze.”

De nieuwe ondernemers houden kantoor in een herenhuis in het Haagse Statenkwartier. Niet dat ze veel geld aan hun activiteit overhouden. “Wel iets, anders zouden we ermee stoppen”, zegt Toby. Maar de motivatie is toch vooral 'het eigen baas zijn'. Toby en Burgers vermoeden een enorme markt. Het probleem is alleen dat die nog moet worden ontwikkeld. “Het zou een stuk makkelijker zijn als er al vijftien van dit soort bedrijfjes zouden bestaan. Dan zouden we kunnen volstaan met het leveren van betere kwaliteit.” Er is wel een concurrent op de markt, maar die werkt met banenpoolers: de Dienstenwinkel. Deze rekent 10 tot 20 gulden per uur (plus 5 gulden voorrijkosten) voor schoonmaak van een woning, het opruimen van kelder, garage of zolder en het lappen van ramen.

“Oneigenlijke concurrentie”, oordelen Toby en Burgers. Het zit hen dwars dat de staat op deze manier hun entrepreneurship dwarsboomt. “Hoe meer mensen gesubsidieerd worden om dit soort werk te doen, hoe minder kans wij krijgen”, zegt Toby. Minister Melkert moet zich nog maar eens afvragen of hij wel meedoet aan de introductie van zogeheten dienstencheques. Want ook die zijn bedoeld om persoonlijke en andere diensten goedkoper te maken. Als Melkert dat zo graag wil, laat hem dan het btw-tarief verlagen, suggereren beide ondernemers. Verlaging van het minimumloon hoeft van hen niet. “Onze mensen werken er hard genoeg voor.”