Wij worden gezien als afval; Verschoppelingen van Oost-Europa

Sinds de Fluwelen Revolutie eiste de 'zigeunerjacht' in Tsjechië zeker twintig dodelijke slachtoffers. In vrijwel alle Oosteuropese landen is het sinds 1989 al tot pogroms tegen de vijf miljoen Roma gekomen. Een reportage uit Tsjechië, waar de skinheads zigeuners aanvallen, de politie de andere kant opkijkt en de bevolking zwijgt. De Muur is gevallen, maar wel bovenop de Roma.

Abel was een herder: een nomade. Kaïn was een landbouwer: sedentair. “De twist van Abel en Kaïn duurt vanaf de oorsprong der tijden tot in onze dagen van geslacht op geslacht voort in de atavistische tegenstelling tussen nomaden en sedentairen, of, nauwkeuriger gezegd: in de genadeloze vervolging van de nomaden door de sedentairen”, schreef Michel Tournier.

De vijf miljoen Roma (zigeuners) in Oost-Europa, Oost-Europa's grootste en tegelijkertijd meest kwetsbare etnische minderheid, hebben sinds de omverwerping van het socialisme in 1989 die atavistische tegenstelling aan den lijve ondervonden; zij zijn, als minderheid, de eerste slachtoffers van de transformatie van de Oosteuropese landen.

Niet dat ze het onder het socialisme zo goed hadden. Stalin zond hele Roma-volkeren naar Kolyma of andere onherbergzame eilanden van de Goelag Archipel, waar ze en masse stierven. Zijn plaatsvervangers en opvolgers waren minder drastisch, maar overal werden Roma gedwongen hun nomadenbestaan te beëindigen, te assimileren en hun cultuur op te geven.

Na 1989 zijn de Oosteuropese Roma tussen de wal en het schip beland: zij zijn de kansarmsten van het Oosten. Ze onderscheiden zich door hun uiterlijk, hun taal, hun cultuur en hun godsdienst. Hun opleiding is doorgaans slecht. Van de 35.000 Roma in Polen hebben er maar vier een universitaire opleiding. Van de officieel 400.000 (en onofficieel twee miljoen) Roemeense Roma is 27 procent nooit naar school geweest en kan de helft niet of slechts moeizaam lezen.

Een gebrekkige opleiding leidt tot werkloosheid: meer dan zestig procent van de Oosteuropese Roma is werkloos en in sommige landen, zoals Bulgarije, is het percentage zelfs tachtig tot negentig. Hun traditionele vaardigheden worden nergens meer gevraagd en ze worden massaal gediscrimineerd bij het zoeken naar werk. De armoede leidt tot serieuze gezondheidsproblemen, zoals ondervoeding, en tot criminaliteit en handel op de zwarte markt. In Bulgarije wordt een derde van alle misdrijven gepleegd door Roma en in sommige andere landen liggen de percentages niet of nauwelijks lager.

Dat versterkt de discriminatie nog, niet alleen van de kant van de burgers, maar ook van politie, justitie en vooral de lagere overheden in het algemeen. In de Oosteuropese regeringskantoren zitten wellicht verlichte bureaucraten, bij de plaatselijke overheden ontbreken die doorgaans volledig en wordt volop gediscrimineerd. Roma vormen vaak de eerste zondebokken op lokaal niveau en de eerste slachtoffers van een vrijheid, die niet alleen fatsoenlijke politieke partijen en media heeft gelegaliseerd, maar ook heeft geleid tot het openlijk of oogluikend tolereren van racistische groeperingen als skinheads in vooral Tsjechië en Hongarije. Ook zijn extreem-rechtse of racistische partijen toegelaten, bijvoorbeeld de 'Organisatie ter Bestrijding van de Zigeuners' die in 1993 in het Roemeense Ploiesti werd opgericht, of de Roemeense Partij van Nationaal Rechts, waarvan de leden bruine uniformen dragen en de Hitlergroet brengen en waarvan de leiders de sterilisatie van Roma voorstaan. De Roma-bevolking van Bosnië-Herzegovina (35.000), Kroatië (18.000) en Servië (530.000) bleek de afgelopen jaren nog kwetsbaarder dan de andere etnische groepen voor de gevolgen van oorlog en instabiliteit.

Nog steeds hebben de meeste Oosteuropeanen een slechte mening over Roma: 77 procent van de Tsjechen vindt Roma bijvoorbeeld minderwaardig en de Tsjechische televisie noemt hen soms “zwarten”. In vrijwel alle Oosteuropese landen is het sinds 1989 tot pogroms tegen Roma gekomen, de meeste in Roemenië, maar zelfs Polen, waar slechts 35.000 Roma leven, is niet van zulke pogroms verstoken gebleven.

Een extra handicap van de Roma is hun extreme onderlinge verdeeldheid, die hun vertegenwoordiging in de nieuwe politieke structuren in de weg staat. In Hongarije maken 800.000 Roma tien procent van de bevolking uit, maar zij zijn zelf verdeeld in twintig nationale en negentig plaatselijke organisaties die elkaar doorgaans fel bestrijden. In het parlement zit dan ook slechts één Rom. In Roemenië halen tien onderling concurrerende Roma-partijen nooit de kiesdrempel: tien procent van de bevolking heeft géén stem. De enige uitzondering op die fragmentatie vormt Macedonië, waar de 55.000 Roma tot één Roma-volk behoren, dezelfde taal spreken, dezelfde godsdienst aanhangen en bovendien bij elkaar wonen in twee voorsteden van Skopje - Macedonië is het enige Oosteuropese land waar Roma niet worden gediscrimineerd.

Als gevolg van de fragmentatie blijven hun problemen liggen en komt het zelden tot gezamenlijke actie. Het kostte de Roemeense Roma twee volle jaren voordat ze zich ertoe konden brengen het Duits-Roemeense repatriëringsakkoord van 1992 te veroordelen. Dit akkoord voorzag in het terugsturen van Roma-asielzoekers naar Roemenië. Van de door Duitsland gefinancierde opvangcentra voor teruggestuurde Roma in Roemenië hebben alleen maar teruggestuurde Roemenen geprofiteerd, zo stelden ze uiteindelijk vast.

Oosteuropese overheden zijn zich doorgaans wel bewust van de noodzaak, het nieuwe democratische fatsoen uit te breiden tot de Roma. Maar ze stuiten daarbij niet alleen op de verdeeldheid bij de Roma, wier vele organisaties wedijveren om beperkte overheidsfondsen, ze stuiten vooral op gebrek aan medewerking van de eigen overheidsdiensten. Op een internationaal symposium in Sofia over politiegeweld tegen Roma bleven vorig jaar vertegenwoordigers van de politie weg omdat “het onderwerp [van het symposium] blijk gaf van bevooroordeeldheid”. In Hongarije - dat veel aandacht schenkt aan de goede behandeling van minderheden - kozen vorige maand 1.696 Roma-afgevaardigden in Szolnok een 53 leden tellend eigen parlement en beschikken de Roma over eigen zelfbestuursorganen en een 'nationaal bestuur' dat als bemiddelaar optreedt in zaken als werkgelegenheid, onderwijs en woningbouw.

Ook in Hongarije zijn inmiddels veel excessen tegen Roma geweest. Alleen in de stad Eger werden in drie jaar dertig gewelddadige acties van skinheads en leerlingen van de plaatselijke militaire academie tegen Roma geregistreerd. De Hongaarse televisie concludeerde in februari dat Hongarije “eigenlijk geen humaan en democratisch land kan worden genoemd”. In Roemenië, zo stelde Amnesty International deze week vast, is sprake van “een catalogus van onrechtvaardigheden” tegen de Roma. Racisme en racistisch geweld worden aangemoedigd door het ontbreken van politiebescherming voor Roma en door gebruik van politiegeweld tegen hen.

Bovendien struikelen ook de nieuwe bureaucraten aan de top regelmatig over eigen vooroordelen. Berucht zijn de opmerkingen die de Slowaakse premier Vladimír Meciar zich in september 1993 over de Roma permitteerde: Roma zijn “geestelijk achtergebleven” en “sociaal onaanpasbare” mensen, wier geboortencijfer hoger ligt dan dat van “blanken”, reden waarom “we iets aan hun moeten doen voor zij iets aan ons doen”. “Kinderen baren kinderen en grootmoeders baren kinderen - mentaal moeilijk aanpasbaar, sociaal moeilijk aanpasbaar, met serieuze gezondheidsproblemen: een last voor de samenleving”. Zijn voorstel, Roma minder kinderbijslag te geven, struikelde over het schandaal dat de Tsjechen (niet de Slowaken) over die opmerkingen ontketenden.

De Roemeense regering - vorig jaar door de Raad van Europa gehekeld wegens “de vele vormen van onofficiële discriminatie tegen Roma die zij niet in staat of niet bereid is te verhelpen” - veranderde deze maand de officiële aanduiding van Roma, Romani, in Tigani (zigeuners). Dit om het woord Romani duidelijker te onderscheiden van het Roemeense woord voor Roemenen, Români, hoewel de Roma het woord Tigani als een scheldwoord ervaren. Het bracht wéér voor even alle Roma tezamen. Een van hun 'keizers', Iulian Radulescu, is sindsdien in hongerstaking. Maar waarschijnlijk is die eenheid ook ditmaal slechts incidenteel.