Wij worden gezien als afval; Onverschilligheid Tsjechen jegens grootste minderheid exemplarisch voor anti-zigeuner houding Oost-Europa

Sinds de Fluwelen Revolutie eiste de 'zigeunerjacht' in Tsjechië zeker twintig dodelijke slachtoffers. In vrijwel alle Oosteuropese landen is het sinds 1989 al tot pogroms tegen de vijf miljoen Roma gekomen. Een reportage uit Tsjechië, waar de skinheads zigeuners aanvallen, de politie de andere kant opkijkt en de bevolking zwijgt. De Muur is gevallen, maar wel bovenop de Roma.

Uit de verte lijkt de wijk Chánov, bij de Noordboheemse stad Most, een moderne buitenwijk in aanbouw. Het betonnen karkas van een hoog flatgebouw torent boven lagere bebouwing uit. Je kijkt er dwars doorheen. Maar eenmaal dichterbij blijkt de flat niet in aanbouw te zijn, maar juist geheel ontmanteld. Om te voorkomen dat er mensen in gaan wonen hebben de autoriteiten alle toegangen op de benedenverdieping dichtgemetseld. De lagere woongebouwen verkeren in een verregaande staat van afbraak. Raamkozijnen zijn weggebroken, hier en daar zijn nog sporen van een brand, deuren zijn verdwenen. De kale trappenhuizen leiden naar onheilspellend duistere spelonken.

In dit decor moeten naar schatting tweeduizend van de allerarmste zigeuners van de Tsjechische republiek leven. Er zijn elders in het noorden van Bohemen wel meer van dergelijke getto's. Ze zijn overbevolkt, vooral met zigeuners die kort voor of na de splitsing van 1 januari 1993 van Slowakije naar Tsjechië trokken. In Slowakije bedraagt de werkloosheid zo'n vijftien procent; in de Tsjechische republiek schommelt dat cijfer om de drie procent. Maar werk hebben ze er niet gevonden. Zigeuners zijn in Tsjechië paria's, verschoppelingen; dat geldt vooral degenen die uit Slowakije afkomstig zijn.

Chánov moet ooit een mooie nieuwe wijk zijn geweest. Ze werd opgetrokken in de communistische tijd toen er in en om Most woonwijken en zelfs hele dorpen ten offer vielen aan de bruinkoolwinning - het landschap werd over vele vierkante kilometers afgegraven. De zigeuners uit Most kregen er een woning.

Een ouder zigeunerechtpaar - hij leunt op een wandelstok, zij zit op een klein krukje - woont al zeventien jaar in Chánov. “Het was hier vroeger heel mooi”, zegt de man. “We hadden een gouden leven, maar nog tijdens het communisme kwamen er steeds meer zigeuners uit Slowakije en is alles achteruitgegaan. We hebben wel geprobeerd om weg te komen, maar als je eenmaal in Chánov woont, ben je getekend.” Hij wijst naar een verderop gelegen loods. “Zie je dat dak? Afgebroken door mensen uit deze wijk. De golfplaten brengen tenslotte geld op bij de oud-ijzer-handelaar.”

In de loop van de jaren is in een groot aantal appartementen alles wat enige waarde had aan sanitair, leidingen en houtwerk gesloopt en verkocht, vertelt de man. Nee, niet door de oorspronkelijke bewoners van Chánov, meestal door de nieuwkomers. Wat er overgebleven is, zijn vaak niet meer dan kale krotten, die nauwelijks geschikt zijn voor menselijke bewoning.

“Wij worden gezien als afval”, zegt Joanna Gabcová, een gescheiden vrouw met twee kinderen, die met haar zuster op weg is naar haar vader, die in het dorp woont. “Ze wilden van de zigeuners af en hebben alles in deze wijk gestopt. Maar we zijn geen apen die in een reservaat horen, we kunnen ook lezen en schrijven, we kijken ook tv, net als de Tsjechen. Als je tussen witten (gadja's) woont, probeer je op hun niveau te komen. Hier is het precies andersom geweest.”

De goeden in Chánov lijden onder de slechten. Wanneer iemand weigert om water en elektriciteit te betalen, wordt de hele wijk afgesloten en bevriezen de mensen die wél hebben betaald evengoed. “Het is waar dat deze puinhoop hier door onze mensen is aangericht”, zegt Joanna, “maar waarom moet de rest daarvoor worden gestraft?”

Een branie-achtige dertiger met een brede borstkas mengt zich in het gesprek. Hij woont al elf jaar in Chánov. “Als je naar de stad gaat, word je achtervolgd door skinheads”, vertelt hij. “Maar ik ben niet bang voor ze, ik ben gewapend.” En enigszins terzijde, zodat omstanders het niet kunnen horen, voegt hij er fluisterend aan toe: “Weet je, de mensen hier zijn natuurlijk veel te primitief, ze hadden ons moeten verspreiden over de steden.”

Assimilatie

Chánov geldt in de Tsjechische republiek als het meest afschrikwekkende voorbeeld van wat er gebeurt als de overheid zigeuners faciliteiten ter beschikking stelt. De 35-jarige Jan Horváth, medewerker van het Museum voor Roma-cultuur in Brno, is het daar pertinent mee oneens. “Het grootste deel van de zigeuners leeft op exact dezelfde manier als de witten. De Tsjechische samenleving weigert dat te aanvaarden. Het is eenvoudiger te veroordelen dan te begrijpen. De meerderheid van de zigeuners wil een dialoog met de samenleving, maar hoe is dat mogelijk als die samenleving geen barst van onze cultuur afweet?”

De wijk Chánov in Most noemt Horváth een schoolvoorbeeld van de gedwongen assimilatie die de communistische autoriteiten voor 1989 probeerden door te voeren. “Zigeuners werden gezien als burgers die zich niet kunnen aanpassen. De Roma-taal werd genegeerd, de Roma-cultuur werd genegeerd, ze wilden alles liquideren dat daarmee te maken had. In Most dachten ze dat de zigeuners vanzelf zouden verbeteren als ze met elkaar in één wijk zouden zitten. Er werden steeds meer onaanpasbare zigeuners uit Slowakije, mensen die bij wijze van spreken gewend waren zonder water en elektriciteit in het bos te leven, in appartementen gezet van de luxe-categorie. Nogal logisch dat die flats zijn gesloopt.”

Er leven in de Tsjechische republiek tussen de 200.000 en 400.000 zigeuners, de grootste etnische groep naast de Duitse en Slowaakse minderheden. Velen, naar schatting enige tienduizenden, zijn rond 1993, de tijd van Tsjechoslowaakse splitsing, vanuit Slowakije gekomen en ingetrokken bij kennissen en familieleden in Tsjechië.

De toen ijlings aangenomen Tsjechische nationaliteitenwet bepaalt dat mensen die de Tsjechische nationaliteit willen krijgen, de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag een blanco strafblad moeten hebben. Voor vele al jarenlang in Tsjechië wonende, maar vaak uit Slowakije afkomstige zigeuners was dat een onoverkomelijke drempel om hun vroegere Tsjechoslowaakse identiteitsbewijs te kunnen ruilen voor een Tsjechisch. Een werkvergunning die recht geeft op sociale uitkering krijgt men pas als men het Tsjechische staatsburgerschap heeft of over een verblijfsvergunning beschikt. Maar voor die verblijfsvergunning is, sinds vorig jaar een amendement is aangenomen, zo'n blanco strafblad niet meer nodig. Veel zigeuners zijn daarvan echter niet op de hoogte, óf omdat ze niet kunnen lezen, maar meestal omdat Tsjechische overheidsinstellingen hen ongaarne vertellen welke rechten ze hebben. Met als gevolg dat een groot aantal van de in de Tsjechische republiek wonende zigeuners nog steeds in feite statenloos is en aangewezen is op zwart werken.

Zoals Desa Kotlah, een 32-jarige, in Slowakije geboren, maar al jaren in Praag wonende zigeuner. Hij werkt zo nu en dan zwart bij een zigeuner die een graafbedrijf heeft, zijn vrouw Eva krijgt 900 kronen (ruim 50 gulden) per maand kinderbijslag voor hun drie kinderen. Ze denken er niet over om terug te keren naar Slowakije, ook al worden zigeuners door de Slowaken wel beter behandeld dan door de Tsjechen. “We wonen hier nu eenmaal en de kinderen hebben het naar hun zin op school”, zegt Desa. “Dat we de kinderen thuis houden, zoals de witten beweren, is onzin. Ik zie wel degelijk in dat het belangrijk is dat ze naar school gaan, dan krijgen ze het hopelijk beter dan ik.”

Koud

In het wat morsige café Slavie, in de Praagse wijk Zikov waar ik Desa heb ontmoet, zit ook Jan Licartovsky, een jonge zigeunerondernemer. Hij is drie jaar in Duitsland geweest, heeft drie maanden in Nederland in een asielzoekerscentrum gezeten, maar werd teruggestuurd “omdat hier zogenaamd geen racisme is”. Jan laat een honend gelach horen. “Zigeuners durven hier nauwelijks meer de straat op, skinheads wachten ons in groepen op in metrostations, slaan op ons in met honkbalknuppels. In veel cafés worden we niet toegelaten, alleen omdat we bruin zijn. Er zijn ook fatsoenlijke zigeuners. De witten gooien ons allemaal op één hoop. Als er gevechten uitbreken met skins krijgen de zigeuners altijd de schuld.”

Tsjechen noemt hij “het koudste volk ter wereld”. “Als ze maar zuurkool, varkensvlees en noedels hebben, dan is alles goed. Er zijn wetten in dit land die het verbieden om propaganda voor het fascisme te maken, maar als er skins door de straten 'Sieg Heil, zigeuners naar de gaskamers' lopen te roepen, dan wordt daar niets tegen gedaan.”

In een café in de nabijgelegen wijk Karlín dat berucht is als ontmoetingsplaats van skinheads, deelt de eigenaar desgevraagd mee dat zigeuners in zijn etablissement niet worden bediend. En wat de skinheads betreft: sinds een grote groep vorig jaar zijn zaak kort en klein heeft geslagen worden er maar “een stuk of vijf geselecteerde skins” in het café toegelaten. Een van hen is de 27 jaar oude Jirí Koranda, een bankbediende die me met zijn kortgeknipte haar, zijn babyface en zijn ouderwetse brilmontuur in de verte aan oud-minister Van Aardenne doet denken.

“We willen hier een staat op basis van de natie-gemeenschap”, legt hij omstandig uit. “U moet niet simplificeren. Het is geen racisme dat ons beweegt, het is een juridisch probleem. Mensen moeten zich aan de wet houden.” De rest van zijn betoog maakt echter zonneklaar wat Koranda werkelijk beweegt: “Zigeuners hebben hier niets te zoeken, wíj zijn hier geboren. Elke etnische groep hoort op zijn eigen plaats. Soldaat Schwejk zei het al: 'We zijn ergens geboren en daar horen we thuis'.”

Koranda legt er de nadruk op dat de skins “aan de kant van de Tsjechische burgers staan: we werken, betalen belasting en we houden ons aan de wetten”. Hij begrijpt niet dat de communistische partij in Tsjechië wél is toegestaan, maar dat het verboden is een fascistische partij op te richten, zoals hij graag zou willen.

Zigeunerjacht

Op een tafel in het politiebureau in Smíchov, een andere wijk in Praag waar veel zigeuners wonen, staat een kartonnen doos met stille getuigen: een hardhouten honkbalknuppel, wurgkettingen, een spuitbus met traangas, een gaspistool. Het zijn de wapens waarmee een paar weken geleden een grote groep skinheads “op zigeunerjacht” ging. Een regelmatig terugkerende gebeurtenis waarvan Koranda zegt: “Het niet toe te juichen, maar ook niet te veroordelen.” In een kelder werd een zigeunerjongen in elkaar geramd. De politie was er op tijd bij om hem te ontzetten, dertien skins te arresteren en beslag te leggen op hun wapens. De jongen werd relatief licht gewond.

Inspecteur Franta Válek van het bureau Smíchov haalt z'n schouders op: “Die jongen durft niet te getuigen tegen z'n aanvallers omdat hij bang is voor represailles. In de vijf jaar na de Fluwelen revolutie zijn ze nog niet in staat geweest een beetje fatsoenlijke wetgeving op te zetten. Er zijn bijvoorbeeld ook nog steeds cafés met borden: 'Verboden voor zigeuners'.”

De positie van zigeuners is er in vergelijking met de communistische tijd alleen maar op achteruitgegaan, vindt Válek. “Tijdens het communistische regime waren de mensen bang voor de politie en was de criminaliteit heel gering. De criminaliteit onder de zigeuners was nauwelijks hoger dan onder de Tsjechen. Daarna kreeg iedereen de vrijheid, de grenzen gingen open en de criminaliteit nam op alle fronten toe: bij zigeuners vooral wat betreft autodiefstal en zakkenrollerij.”

Om vertrouwd te raken met moderne methodes om dit soort kleine misdaad te bestrijden heeft Válek enige tijd geleden een week in Nederland doorgebracht. “De Nederlandse politie heeft een veel betere uitrusting, wij lopen honderd jaar achter. In Nederland is er overgeschakeld van repressie op preventie, de mensen worden tewerkgesteld. Dat is hier nog allemaal niet.”

Eind mei werd de Tsjechische samenleving opnieuw opgeschrikt door racistisch geweld. Het was net na de plechtige onthulling door president Václav Havel van het monument in Lety voor de zigeuners die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Van de ongeveer 8000 zigeuners die er voor de oorlog in Bohemen en Moravië woonden hebben er maar ongeveer 600 de kampen overleefd. Uitgerekend op dezelfde dag dat Havel waarschuwde tegen de groeiende intolerantie in het land, drongen vier dronken skinheads in de Zuidmoravische plaats Zd'ár nad Sázavou met geweld de flat binnen van een willekeurige zigeunerfamilie, die overigens in de wijk goed bekend stond. Daar sloegen ze het meubilair kort en klein en knuppelden een 42-jarige man neer, in aanwezigheid van zijn vrouw en vijf kinderen. De man overleed een dag later aan zijn verwondingen.

Sinds 1989 zijn in de Tsjechische republiek al zeker twintig zigeuners om het leven gekomen door het geweld van skinheads. De ene keer ging het om een meisje dat, bedreigd door skinheads, uit een rijdende tram moest springen en om het leven kwam, de andere keer om een jongen die door skinheads in een rivier werd gejaagd en verdronk. En wat doen Tsjechische omstanders, wat doet de Tsjechische politie? Meestal niets. Ook de rechtbanken zijn sterk bevooroordeeld: skins krijgen in veel gevallen slechts voorwaardelijke straffen, terwijl zigeuners de gevangenis ingaan.

Misdrijven

We zijn naar café U Honzy gegaan, een van de weinige cafés in Smíchov waar zigeuners mogen komen. Franta Válek heeft zijn uniform verruild voor een groen camouflagepak met het opschrift US Army. In het café wordt hij hartelijk begroet. “De politie?” smaalt Petr Balác, een werkloze jonge zigeuner die aan de bar staat. “Die spant samen met de skins.” Franta moet toegeven dat veel politiemensen bij conflicten vaak liever de partij van de skins kiezen. “Als ik word aangevallen”, zegt Petr, “is er kennelijk opeens geen sprake meer van wetsovertreding.” Petr vertelt ook hoe elke keer als hij via de telefoon reageert op een vacature, hij vriendelijk wordt uitgenodigd voor een gesprek en dat elke keer, zodra de werkgever hem ziet, de vacature toevallig al blijkt te zijn vervuld. “Dan ben je wel gedwongen om te gaan stelen als je je kinderen te eten wilt geven.”

Na de gruwelijke moord in Zd'ár is de Tsjechische regering gealarmeerd. Tijdens een buitengewone zitting van het kabinet werd besloten “de registratie van alle organisaties met raciaal-geïnspireerde activiteiten te controleren.” De straffen wegens raciaal gemotiveerde misdaden zullen worden verhoogd, en de onderdrukking van dit soort misdrijven zal worden uitgebreid, zo kondigde premier Václav Klaus aan. Klaus noemde de moord “zeer ernstig” en “verontrustend” omdat er geen sprake was geweest van enigerlei provocatie.

Jindrich Sídlo, journalist bij het weekblad Respekt, gelooft dat de maatregelen weinig om het lijf hebben. “Verhoging van de strafmaat was toch al in voorbereiding”, zegt hij. “De rassendiscriminatie in dit land is op regeringsniveau stelselmatig onderschat. Het enige nieuwe is nu dat de Tsjechen uit de mond van Klaus zélf hebben gehoord dat racistisch geweld niet wordt getolereerd. Dat heeft hij nog nooit gezegd. Je kunt hier op dat punt namelijk niet politiek scoren.”

In kringen van zigeuners wordt de uitspraak van Klaus wel als positief ervaren. Karel Holomek, de 59-jarige, jeugdig ogende voorzitter van de vereniging van vrienden van het museum voor Roma-cultuur in Brno, is ook kritisch. Dat er pas stappen worden ondernomen als er iets ernstigs is gebeurd toont volgens hem aan dat de regering geen concept heeft voor de zigeunerpolitiek: “Het is een ad-hoc-beleid, waaraan geen enkel idee ten grondslag ligt.” Holomek is een van de weinige intellectuelen in de Roma-gemeenschap en de enige zigeuner die in Lety binnen het presidentiële protocol een krans mocht leggen bij het monument.

Het argument van de regering dat de verdeeldheid onder de zigeunerbewegingen het moeilijk maakt om representatieve gesprekspartners te vinden wijst hij van de hand. “De regering doet eenvoudig geen moeite om gesprekspartners te vinden. Ik kan zo twintig mensen opnoemen met wie op gelijke voet kan worden gecommuniceerd”, zegt Holomek. Hij sympathiseert met de Vrijheidspartij van de vroegere minister van buitenlandse zaken Jirí Dienstbier, tegenwoordig lid van de gemeenteraad van Praag.

Ladislav Body, de enige vertegenwoordiger van de zigeuners in het Tsjechische parlement, voor het oppositionele Links Blok, is bang dat er “een equivalent van de Zwarte Panters” onder de zigeuners zal ontstaan. “De moord in Zd'ár zal niet zonder gevolgen blijven. Ik ben ervan overtuigd dat die kinderen hun vader zullen wreken.” Body heeft de Raad van Europa al een brief geschreven waarin hij aandacht vraagt voor de mensenrechten van de zigeuners in de Tsjechische republiek. “Alle mogelijkheden in de binnenlandse politiek zijn uitgeput, maar zou een land waar constant mensenrechten worden geschonden ooit kunnen toetreden tot de Europese Unie?”

Ook Jan Horváth, de al eerder genoemde medewerker van het museum in Brno, legt de verbinding met het feit dat de Tsjechische republiek altijd als voorbeeld wordt gesteld voor andere Oosteuropese landen wegens de bloeiende economie en de lage landelijke werkloosheid. Onder zigeuners bedraagt die naar schatting zestig tot negentig procent. “Tegen discriminatie en racisme wordt niets gedaan”, zegt Horváth, “de nu aangekondigde maatregelen zijn om vijf minuten over twaalf genomen. In dit land is het tegenwoordig wel in de mode om te práten over bestrijding van het racisme, maar er gebéurt niets. Uit onderzoek blijkt hoe diep de haat van de Tsjechen tegen de zigeunerminderheid is. Zeker tachtig procent van de Tsjechen keurt acties van skinheads stilzwijgend goed, of juicht ze zelfs toe.”