Van Manen treft de essentie van de menselijke relaties

Gezelschap: Nederlands Dans Theater 2. Holland Festival Programma . Nieuwe werken: Déjà Vu, choreografie: Hans van Manen, muziek: Arvo Pärt; Noce d'eau, choreografie en toneelbeeld: Philippe Trehet, muziek: Henri Dutilleux. Verder: Grosse Fuge, Van Manen/ Beethoven en Un Ballo, Kyliàn/Ravel. Muzikale medewerking: Nederlands Balletorkest o.l.v. Christof Escher. Gezien: 1 juni, AT&T Danstheater, Den Haag. Aldaar 7-10 juni. Verder: 3, 5 en 6 juni, Amsterdam, Muziektheater.

Déjà Vu noemt Hans van Manen zijn nieuwste duet, gemaakt voor het net geopende Holland Festival, met als programmatoelichting de verklaring die het Groot Geïllustreerd Woordenboek voor die uitdrukking geeft: 'situatie waarvan men de indruk heeft dat men ze al eerder heeft beleefd'. Een prikkelende titel, want de laatste jaren duikt in sommige recensies naar aanleiding van nieuwe choreografieën van Van Manen de term déjà vu op als kritische noot. Zo van 'we weten het nu wel'. Van Manen zet nu even de puntjes op de i. Zo zitten in Déjà Vu zonder twijfel veel elementen die ook in eerdere duetten te zien waren: de onderhuidse spanning in de relatie tussen twee mensen, de gecontroleerde agressie, de volstrekte evenwaardigheid van de seksen, de erotische geladenheid, het subtiele machtsspel en een diep gewortelde verbondenheid. Ook zijn er de vertrouwde armhoudingen, de diepe, zijwaarts gebogen knieën, de flitsende benen. Er is weer die perfecte muzikale frasering, die helderheid in iedere beweging, in iedere oogopslag, iedere lijn in de ruimte.

Oppervlakkig gezien zou dat de indruk kunnen wekken dat alles in dit duet meer van hetzelfde zou zijn. Dat is echter maar schijn, want in het verrassend volwassen en met veel spanning door Yolande Martin en Fabrice Mazliah gedanste Déjà Vu worden weliswaar dezelfde ingrediënten gebruikt, maar het resultaat is volstrekt anders dan Two, Andante, Theme, Sarcasmen of Evergreens. Het heeft een ongewone, subtiele nervositeit. Er spreekt onontkoombare onrust en twijfel uit de kronkelige, over de grond schuivende bewegingen. De drang tot zelfstandigheid krijgt een nieuwe vorm in het krachtig afbakenen van een eigen territorium, maar tegelijkertijd is in het korte steunen van het hoofd tegen de borstkas of de schouder van de partner, de plotseling slaphangende armen en het onverwachte langs elkaar glijden van de lichamen het verlangen voelbaar om die eeuwige strijd om onafhankelijkheid op te geven en zich zonder voorbehoud aan de ander over te geven.

Opnieuw weet Van Manen de essentie van menselijke relaties vlijmscherp in dans te treffen. Hij laat in de recente serie duetten zien hoe in eenzelfde thema andere accenten kunnen worden aangebracht, zoals hij ook de inmiddels overbekende Arvo Pärt-muziek Fratres (op band uitgevoerd) in een nieuw licht weet te zetten. Déjà Vu, sober in zwart-glanzende tricots aangekleed door Keso Dekker en met een precies in de sfeer passende belichting van Joop Caboort, is zo'n choreografie die je regelmatig terug wilt zien.

Van Manens Grosse Fuge, dat met Jírì Kyliàns elegante, fraai uitgevoerde Un Ballo ook op het Holland Festival programma van NDT2 prijkt, is eveneens een ballet dat niet aan tijd en mode is gebonden. Na 25 jaar imponeert het nog steeds, ook al was de uitvoering door muzikale oneffenheden niet optimaal en lijken bij de acht uitvoerende dansers vooralsnog de vier jongens/mannen met Jouri de Korte en Fabrice Mazliah als extra opvallers, over de sterkere persoonlijkheden te beschikken.

Het tweede nieuwe werk Noce d'eau (Waterbruiloft) is van de Fransman Philippe Trehet, gezet op de wat aanneuzelende 1e Symphonie van Henri Dutilleux. Het is een weinig zeggende, vooral op mooie plaatjes steunende choreografie. Er zijn veertien met water gevulde glazen bakken op wieltjes, veel priemende lichtbundels, veel wapperende armen, benen en lijven gehuld in fel groen/blauwe kostuums. Volgens de wollige tekst van Trehet in het door kleurgebruik bijna onleesbare programmaboekje gaat Noce d'eau over dromen, liefde, vloeibaarheid, tegenover hoekige strengheid, verfijnde dan wel wanhopige energie en het lot dat voor menselijke waarden is weggelegd. Wat ik zag waren twaalf paren die gezamenlijk of per seksegroep mooi ogende, maar niet boeiende bewegingscombinaties uitvoerden en, nogal willekeurig verschijnend en verdwijnend, de entourage vormden voor het koppel dat de waterbruiloft vierde. Noce d'eau hoef ik niet meer terug te zien. Een keer was, ondanks de inzet van de dansers, meer dan genoeg.