'Super-huisarts' kan meer dan zijn patiënten denken

Als een huisarts moet kunnen voldoen aan alle taken die de minister hem in haar bezuinigingsplannen toebedeelt, dan ontstaat een zogenaamde 'superarts'. Ook voor relatieproblemen hoeft de patiënt nu niet meer naar het Riagg.

DEN HAAG, 3 JUNI. Het vak van huisarts is enorm in ontwikkeling. Het takenpakket van de arts wordt specialistischer en breder - de opleiding tot huisarts is in korte tijd dan ook verlengd van één tot drie jaar. Daarvóór heeft de student zes jaar studie basisopleiding voor arts gevolgd.

Sinds de Commissie-Biesheuvel, die het kabinet in 1994 adviseerde over veranderingen binnen de gezondheidszorg, de huisarts de functie van 'poortwachter' toebedacht, heeft deze arts meer verantwoordelijkheid gekregen. Niemand kan meer om de huisarts heen. Alle doorverwijzingen naar de dure tweede lijn (ziekenhuis, medisch specialist) lopen via hem.

Maar minister Borst gaat in haar bezuinigingsplannen in de gezondheidszorg nog verder met het inschakelen van de huisarts. Zo zou volgens haar de huisarts ook kunnen voorkomen dat er te veel beroep wordt gedaan op de Geestelijke Gezondheidszorg. In een korte gesprekstherapie zou de dokter bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat een patiënt met relationele problemen een beroep doet op het Riagg.

CDA-woordvoerder Lansink vroeg minister Borst donderdag in het debat over de bezuinigingen in de gezondheidszorg, of de huisarts ook niet in staat is om vast te stellen of een patiënt 'chronisch-ziek' genoeg is om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van beperkte fysiotherapiebehandeling. “Goed idee”, zei de minister, “ik zal die aanbeveling meenemen in mijn besluitvorming.”

Ook zei minister Borst vorig jaar september dat er gedragsregels voor huisartsen moeten komen die weigeren mee te werken aan euthanasie. Er zou behoefte zijn aan duidelijkheid “terwille van een zorgvuldig medisch handelen”. De huisarts dient te weten hoe te handelen indien hem een euthanasieverzoek bereikt.

Het Tweede-Kamerlid Varma (GroenLinks) sprak van een soort 'superarts' die de minister creëerde. “Al weer de huisarts die het allemaal moet weten”, riep ze verbaasd in haar slotbetoog. En, het Kamerlid Oudkerk (PvdA), die naast zijn Kamerlidmaatschap ook huisarts is in Amsterdam, zei dat hij zich aansloot bij de woorden van CDA'er Lansink: “Met de voorgenomen plannen van de minister is het niet meer mogelijk part-time huisarts te zijn.”

Een eenmanspraktijk van huisartsen heeft nu gemiddeld 2.350 patiënten. Het basis takenpakket varieert van hulpverlening thuis - bijvoorbeeld bij ziekte, bevallingen en stervingsprocessen - tot het verrichten van kleine chirurgische ingrepen. Verder dient de huisarts zich ook steeds op de hoogte te stellen van alle nieuwe ontwikkelingen in de gehele gezondheidszorg en doet hij meestal ook zijn eigen administratie.

De Landelijke Huisartsen Verniging (LHV) betreurt de gang van zaken niet. Woordvoerder P. Wouters vindt het een “opwaardering van het vak”. De term 'poortwachtersfunctie' wordt volgens hem makkelijker gebruikt dan dat de functie gedefineerd wordt. “Het betekent niet dat wij de patiënt zorg onthouden. Een poortwachter dient, als hij het zelf niet meer weet, de patiënt naar de juiste plek in de gezondheidszorg te dirigeren. In een aantal gevallen is het niet nodig de patiënt door te verwijzen. Wij kunnen zelf meer dat de patiënt meestal denkt. Dat het kabinet ons die taak nu ook toebedeeld, is een heel goede zaak.”

Als voorbeeld noemt Wouters de 'algehele check-up' die patiënten graag door een specialist laten doen. Wouters: “Het is een illusie te denken dat een algehele controle van het lichaam verder ziek-zijn kan voorkomen. Patiënten willen ook te snel naar de huidarts terwijl de dermatologische kennis van de huisarts op een heel behoorlijk peil is. Soms lijkt het dat een patiënt meer vertrouwen heeft in de specialist dan in zijn eigen huisarts. Medisch gezien is dat in toenemende mate onterecht. Maar dat gevoel is blijkbaar niet altijd weg te nemen.” De LHV steunt de plannen van de minister op een aantal randvoorwaarden. Die zijn van financiële aard - niet zozeer de honorering van de huisarts als wel financiële subsidies in de vorm van praktijkassistentie en onderzoeksondersteuning. Wouters: “Om de poortwachtersfunctie te verstevigen, heeft de huisarts vooral meer 'tijd voor patiënten' nodig. Een praktijk met 2.000 patiënten zou daarvoor ideaal zijn.”