Strak keurslijf maakt serie over feminisme slaperig

Feminisme en wetenschap, zondag, Ned.2., 23.05-23.35u.

Aan vooroordelen is er geen gebrek als het gaat om vrouwenstudies. Jarenlang heette het dat het niets voorstelde wat feministische wetenschapsbeoefenaars op onze universiteiten uitspookten; tegenwoordig is het in de mode om te zeggen dat vrouwenstudies te abstract, te theoretisch zijn.

De academische richting vrouwenstudies houdt zich bezig met onderzoek en theorievorming vanuit een feministische optiek en inderdaad gebeurt dat de laatste jaren op hoog niveau. Maar dat wil niet zeggen dat publikaties uit die hoek ontoegankelijk zijn. Mij valt juist het plezier en de creativiteit op waarmee feministen nieuwe inzichten op het gebied van de letteren, het recht en de sociale wetenschappen presenteren.

Dat plezier en die creativiteit zijn ver te zoeken in de serie Feminisme en Wetenschap die Teleac vanaf 4 juni wekelijks gaat uitzenden. In zes programmas van elk een half uur komen vooraanstaande geleerden aan het woord uit de vakgebieden politicologie, rechten en economie. Zij moeten in antwoord op een aantal schoolse vragen uitleggen welke invloed het feminisme op hun vakgebied heeft.

De serie opent met de Leidse hoogleraar politicologie Joyce Outshoorn. Aan enthousiasme ontbreekt het haar niet, aan wetenschappelijk niveau nog minder, maar de houterige manier waarop zij door de Teleac-presentatrice wordt geïnterviewd, maakt een spannend betoog vrijwel onmogelijk. Toch is het goed dat de serie met Outshoorn begint, want ze slaagt er wel in de ontwikkeling van vrouwenstudies en een aantal kernbegrippen uit de recente theorievorming helder uiteen te zetten. Centraal staat het onderscheid tussen sekse (het biologische geslacht) en het Angelsaksische begrip gender (het sociaal bepaalde geslacht). Met behulp van gender als analytisch instrument onderzoeken feministische wetenschappers hoe het sociaal bepaalde verschil tussen vrouwelijkheid en manlijkheid tot stand komt en welke betekenis dit heeft in uiteenlopende situaties. Outshoorn betoogt dat tal van zogenaamd neutrale begrippen als gelijkheid en zelfbeschikkingsrecht sekse-beladen, dat wil zeggen gendered zijn. Gelijkheid bleek voornamelijk op mannen te slaan toen gehuwde vrouwen geen recht konden doen gelden op sociale uitkeringen. Zelfbeschikkingsrecht gold lange tijd niet voor vrouwen die een abortus wilden.

In de twee uitzendingen over juridische vrouwenstudies gaat prof. Jenny Goldschmidt hier nader op in. Zij vraagt zich onder andere af hoe universeel universele mensenrechten zijn als deze vrouwenrechten impliciet uitsluiten. De feministische rechtsgeleerdheid is buitengewoon boeiend, vooral ook omdat zij directe gevolgen heeft voor de rechtspraktijk - denk bijvoorbeeld aan de recente strafbaarstelling van verkrachting in het huwelijk en aan het opleggen van straatverboden aan hinderlijke opdringerige heren.

Doodzonde, dat ook prof. Goldschmidt zich moet schikken in het strakke keurslijf van de Teleac-presentatrice die op haar voorgeprogrammeerde vragen voorgeprogrammeerde en dus slaapverwekkende antwoorden krijgt.