Russisch Museum toont schatten in Bonn

Tentoonstelling Staatliches Russisches Museum St. Petersburg. Die groben Sammlungen III. T/m 12 aug. Kunst- und Ausstellungshalle der BRD, Museumsmeile, Friedrich Ebert Allee 4, Bonn. Cat DM 48,-. Di t/m zo 10-19u.

Grigorii Vasiljevitsj Soroka was tuinman en huisschilder. Hij moest heggen snoeien op het landgoed van z'n baas en muren opschilderen. Zijn liefste wens was kunstenaar worden. Soroka had talent, veel talent, maar hij had de pech lijfeigene te zijn. In 1864 pleegde hij zelfmoord, op de vooravond van de voltrekking van een lijfstraf waartoe hij was veroordeeld wegens opruiend gedrag.

Iets meer dan vijftig jaar later leeft David Davidovitsj Boerljoek, de 'vader' van het Russische futurisme. Hij studeert aan kunstacademies in Kazan, Odessa, München en Parijs. Een internationale avantgardist is hij, iemand die in contact staat met de kunstenaarsgroep Der blaue Reiter in München, en met Popova, Malewitsj, Larionov en Gontsjarova deel uitmaakt van de club van 'wereldkunstenaars' in Moskou en Sint Petersburg. Boerljoek woont in 1917 en 1918 in de Oeral, maar een jaar later zit hij in Japan: verbannen door de nieuwe communistische leiders. In 1922 emigreert hij naar de Verenigde Staten waar hij in 1967 overlijdt.

Twee heel verschillende kunstenaars: Soroka blinkt uit met verstilde landschapsschilderijen, Boerljoek met dynamische, futuristische portretten. Maar Soroka maakt, hoewel hij veel onbekender is dan Boerljoek, deel uit van de door de overheid gesanctioneerde kunstkritiek in Rusland, en Boerljoek niet. Daardoor zul je in de catalogus bij de tentoonstelling Het Russisch Staatsmuseum in Sint Petersburg, te zien in de Kunsthalle in Bonn, tevergeefs op zoek gaan naar gegevens over het exil van Boerljoek. Uit een paar kale cijfers valt alleen af te lezen wanneer de kunstenaar waar woonde. Revolutie en verbanning zijn uit het vocabulaire geschrapt.

Het leven van de opstandige 'boerenschilder' Soroka wordt daarentegen uitgebreid beschreven. Want deze tuinman-tegen-wil-en-dank past uitstekend in het plaatje dat de machthebbers in de voormalige Sovjet-Unie van het leven in het tsaristische Rusland wilden scheppen. Zijn tragische zelfmoord is een politiek correcte soap voor Sovjets.

'Vooral op het gebied van de moderne kunst,' zo schrijft de Duitse tentoonstellingsorganisatrice Marie-Louise von Plessen in de catalogus, 'bevindt de Russische kunstgeschiedenis zich op een breukvlak en zoekt men naar nieuwe criteria.' Dat dit de Russen moeilijk valt, blijkt niet alleen uit zo'n 'speldeprik' als het veronachtzamen van Boerljoeks ballingschap. Van haast geen van de 450, in Bonn tentoongestelde kunstvoorwerpen, wordt de provenance, de herkomst, en tentoonstellingsgeschiedenis vermeld. Schilderijen van 18de- en 19de-eeuwse kunstenaars en avantgardisten als Malevitsj (een mooi vroeg suprematistisch doek uit 1915), Filonov, Larionov en Gontsjarova duiken ineens in de collectie op. Soms staat er vermeld dat ze geschonken zijn door een verzamelaar, de kunstenaar of diens familie, maar naar de omstandigheden waaronder die 'schenking' plaatsvond kun je alleen maar gissen.

Na het Museum of Modern Art in New York en het Archeologische Nationale Museum van Napels is het de beurt aan het Russisch Museum om in de door de Kunsthalle georganiseerde serie Die groben Sammlungen, te tonen wat het in huis heeft. Vergeleken met de andere twee 'gespecialiseerde' musea heeft het Russisch Museum daar een harde dobber aan. De collectie omvat immers zo'n 370 duizend kunstvoorwerpen - schilderijen, grafiek, toegepaste kunst, volkskunst, tekeningen, ikonen, beeldhouwwerken vanaf de vijftiende eeuw tot nu. Daar een representatief overzicht van geven lijkt net zo onzinnig als in één tentoonstelling de essentie proberen te vatten van de collectie van ons Rijksmuseum.

Von Plessen en haar Russische collega en onder-directrice van het Russisch Museum, Evgenija Petrova hebben zonder dralen de weidse Kunsthalle met panelen onderverdeeld in een aantal intieme zaaltjes. Hier wordt steeds een bepaalde periode uit de Russische kunstgeschiedenis - ikonenschilderkunst, de 18de-eeuwse romantische kunst, het 'kritisch realisme' uit de 19de eeuw, de avantgarde en sociaal-realistische kunst uit de 20ste eeuw - belicht. In één ruimte is bovendien een complete zaal met schoorsteenmantels, siervazen, stoelen, zuilen en pilasters uit het neo-classicistische Michaïl-paleis nagebouwd.

De tentoonstelling is niet chronologisch van opzet. Gelukkig maar. Want wie binnenkomt, na de maquette van Sint Petersburg in 1703 te hebben bestudeerd, botst meteen tegen een van de mooiste en beroemdste schilderijen uit de Russische geschiedenis op: de Wolgatrekkers van Ilja Repin. Repin schilderde dit kolossale doek in een tijdsbestek van drie jaar en wilde er de mensonterende omstandigheden mee aan de kaak stellen waaronder gevangenen gedwongen werden te werken. Geen reproduktie kan op tegen de kracht van dit schilderij. De verte is eindeloos, het bestaan is bar, maar het rivierzand kleurt lieflijk okergeel en de hemel is zachtblauw. Verderop op de tentoonstelling hangt een schilderij met hetzelfde thema van de romantische Orest Kiprenskij. Dan wordt duidelijk hoe kritisch meester Repin was. Kiprenskij's werk, ontstaan na 1804, is een flauwe prelude op De Wolgatrekkers. Zijn trekkers zijn anonieme schimmen, lijdend voorwerpen gebruikt voor de stoffering van een poëtisch landschap.

Sinds Peter de Grote van zijn residentie Petersburg een 'venster op Europa' maakte, hebben Russische kunstenaars zich georiënteerd op het Westen. Er werden reizen gemaakt naar Italië, Duitsland en Frankrijk, en men nam mee terug naar huis wat men mooi vond: de 17de-eeuwse Hollandse landschapsschilders, de Duitse mystici, Ingres, Géricault, David, Claude le Lorrain, Cézanne en Matisse. In Moskou, Petersburg en Kiev werden de indrukken verwerkt tot aristocratische portretten, 'rollende' landschappen en stoere genre-voorstellingen. Dit alles gebeurde meestal in opdracht.

En dat is de noemer waaronder de 450 kunstvoorwerpen in Bonn zich nog het beste laten rangschikken. Russische kunst is in essentie opdrachtkunst geweest, kunst die gedicteerd werd door de overheid, zowel voor als na de Oktoberrevolutie. Zelfs nu, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, valt het een instelling als het Russisch Museum moeilijk een onafhankelijke koers te varen. In Bonn wordt de Russische cultuur gepromoot en dat is een zaak van de overheid, de prachtige doeken van Repin, Malewitsj en Kandinsky ten spijt.

    • Lucette ter Borg