'Mission statement' verovert overheid

Het begrip mission statement is in de jaren tachtig overgewaaid uit de VS, voor bedrijven die zich afvragen wat hun kerntaak is. Ook de overheid heeft het nu ontdekt.

GRONINGEN, 3 JUNI. Wie zijn we ook alweer? Waarom bestaan we eigenlijk en waar willen we heen? Vragen die opkomen in cursussen filosofie, maar ook in de 'kerntakendiscussies' binnen de overheid. De daaruit voortvloeiende reorganisaties en verzelfstandigingen hebben geleid tot een nieuw verschijnsel op de Haagse ministeries: het mission statement. Verkeer en Waterstaat bijvoorbeeld, heeft dit moderne, uit het bedrijfsleven afkomstige middel ontdekt om zich 'naar buiten en naar binnen toe te profileren'.

“Sinds ook de overheid heeft bedacht dat ze aan klantvriendelijkheid en modern management moet doen, denkt men het zich niet te kunnen permitteren er geen 'mission statement' op na te houden”, zegt M. van Gils, hoogleraar bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Vorige maand nog trokken topambtenaren van het ministerie van justitie door het land om aan medewerkers van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) en van de twee aanmeldcentra voor asielzoekers het 'mission statement' van de onlangs gereorganiseerde dienst uit te reiken. Letterlijk. Per touringcar werden de werknemers naar zaaltjes vervoerd. Daar konden ze een 'toolkit' in ontvangst nemen, de gereedschapskist die een videoband over de vernieuwde dienst en een rijk geïllustreerde brochure over 'de missie' bevatte.

Naast een taakomschrijving van de dienst bevat het 'mission statement' zinnen die geformuleerd zijn alsof ze elke morgen in koor dienen te worden gescandeerd: “Wij, de medewerkers van de IND, zijn ons bewust van het maatschappelijk belang van onze taak. Wij willen flexibel en dynamisch inspelen op snel veranderende omstandigheden. Wij staan voor een snelle en zorgvuldige afhandeling van zaken en bewaken hierbij het evenwicht tussen zakelijkheid en humaniteit (...). Op de naleving van dit Mission Statement kunnen wij worden aangesproken.”

De missie omvat ook regels voor 'ethisch handelen' en 'gedragscodes'. De IND-manager wordt opgedragen “regelmatig en actief te communiceren” en “onder geen beding een lauwe of ongeïnteresseerde werkhouding” te accepteren. De medewerker wordt gevraagd: “Sta achter de doelstellingen en de werkwijze van de IND èn achter uw collega's.” Ook dienen zij in te zien dat “elke verandering eigenlijk een uitdaging” is.

Pag.2: 'Het doel stond vroeger in dikke nota's'

De IND krijgt regelmatig kritiek te verduren, vooral waar het gaat om de trage afhandeling van asielaanvragen. De presentatie van het 'mission statement' vormde het startschot voor een 'kwaliteitsproject' dat tot 1 januari 1996 zal duren. “Kritiek pakken wij op om er mee aan de slag te gaan”, zegt hoofd van de IND, H. Nawijn, in een recente uitgave van de Justitiekrant.

Heeft een missie-verklaring echt een functie? L. Markensteyn, directeur van het communicatie- en adviesbureau Berenschot, denkt van wel. “Het heeft natuurlijk trendy kanten maar het is wel degelijk een instrument om mensen bij de les te houden of bij een nieuwe les te krijgen. Vroeger had je ook wel zoiets, maar toen werd een doelsteling vaak in dikke nota's beschreven. Een missie is aansprekender, dynamischer.”

C. van Eykelenburg, hoofddirecteur van de verzelfstandigde Informatie Beheergroep die onder meer studiebeurzen administreert voor het ministerie van onderwijs, kreeg bij het formuleren van de missie hulp van het Amsterdamse communicatie-bureau Ogilvy & Mather. “De medewerkers hadden een streefdoel, een houvast nodig”, zegt Van Eykelenburg. Vindt de missie weerklank in zijn organisatie? “Absoluut, zeker weten. In discussies met het personeel over de hele verzelfstandiging waar we nog steeds in zitten blijkt dat men heel goed weet waar we naar toe moeten en hoe de missie luidt.”

Een andere overheidsdienst die de zegeningen van marktgericht en efficiënt werken en daarmee de missie heeft ontdekt, is Senter, onderdeel van het ministerie van economische zaken en belast met de uitvoering van milieu- en technologiebeleid. Als eerste agentschap - een overheidsdienst die werkt volgens het bedrijfseconomische principe pay for services - presenteerde Senter onlangs haar externe jaarverslag. Daarin is de in februari van kracht geworden missie terug te vinden. Ook staat de missie, in trefwoorden, vermeld op een memoblokhouder die onlangs aan de medewerkers werd uitgedeeld.

Hoewel hij twijfels heeft over de mogelijkheden van resultaatgericht denken binnen de overheid - “Omdat je daar moeilijker kunt afrekenen op kwantitatieve eenheden” - vindt J. Soeters, hoogleraar organisatiesociologie aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) het “motiveren van je mensen met een boodschap een goede zaak”. Het is tenslotte “een stukje empowerment”. De “sekte-achtige” manier waarop binnen sommige Amerikaanse bedrijven gepoogd wordt de neuzen dezelfde kant op te laten wijzen, is volgens Soeters bij Nederlandse bedrijven niet aan de orde, en in nog mindere mate bij de overheid.

“In de Verenigde Staten hebben bedrijven de missie vaak ingelijst aan de muur hangen. Daar gá je er voor”, zegt Markensteyn van het bureau Berenschot. In Nederland zouden we daar lacherig over doen, denkt hij.

Ook de gereorganiseerde landmacht heeft sinds kort een missie, afgedrukt op A4-formaat met een stemmig camouflagekleurig randje. “In de krijgsmacht zou je verwachten dat collectivisme aanslaat”, zegt Soeters. “Toch is men daar heel nuchter.” Erg Nederlands, vindt hij.