Kolonel De Jonghe (1)

Als voormalige inwoner van ex-Joegoslavië en als vriend van vaders van Nederlandse 'peace keepers' in dat land lees ik met belangstelling alles wat NRC Handelsblad hierover schrijft. De meningen en standpunten zijn vaak verdeeld en dat is goed. Sommige meningen zijn echter te erg om onbesproken te laten.

In het artikel van Frank Westerman (30 mei) las ik over de begrijpelijke frustraties van kolonel De Jonghe, onze 'peace keeper' in Zagreb. Het grootste deel van zijn uitlatingen beschrijft nog een keer hoe dubbelzinnig en onuitvoerbaar het mandaat van de UNPROFOR is. Maar de kolonel gaat verder. Hij kan zich “het machogedrag van Karadzic en Mladic inbeelden”. Als De Jonghe Aideed heette, zou ik deze uitlating ook kunnen begrijpen, nu niet.

Een andere 'parel' van deze militair had ik liever gedroomd dan gelezen: “De Serviërs, Kroaten en moslims behoren in principe tot één volk en gezien hun volksaard denken ze allemaal op dezelfde Slavische manier.” Dat de Tsjechen, een van de meest rustige en vredelievende volkeren van de wereld ook een Slavisch volk zijn, deert de kolonel niet. Dat zo'n vergelijking van Nederlanders en Duitsers, “één pot Germaans nat” door de meeste Nederlanders als zeer beledigend ervaren zou worden, interesseert hem ook niet. Een dergelijke uitlating in dezelfde context over een van de minderheden in Nederland zou waarschijnlijk tot rechterlijke vervolging leiden. Maar De Jonghe is niet in Nederland maar op de Balkan en hij heeft zich kennelijk de streekmentaliteit aangemeten.