KLAUS ZERNACK: Natiebegrip

Polen und Ruszland. Zwei Wege in der Europäischen Geschichte

710 blz., geïll., Propyläen Verlag 1994, ƒ 170,20

Duizend jaar lang zijn de lotgevallen van Polen, het Duitse rijk en het latere Russische rijk met elkaar verbonden. Uiteraard zijn de herinneringen aan de zoveelste Poolse deling aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, het lijden van Polen in de jaren 1940-'45 en de hernieuwde Sovjetoverheersing tot de val van het communisme in 1989 het sterkst. Maar in het meer dan 700 pagina's tellende boek van de Duitse historicus Klaus Zernack gaat het vooral om de continuïteit van de verhoudingen in Oost-Europa, tussen Polen en Rusland.

Het is de schrijver te doen om een constructie van een 'dubbelbiografie', waarin de historische verhoudingen tussen de latere landen Polen en Rusland op elkaar zijn afgestemd. Daarvoor heeft hij een aanloop van enkele eeuwen nodig. Tot ver in de Middeleeuwen waren de bemoeiingen van de voorgangers van de Romanov-tsaren en van het rijk van Kiev in de eerste plaats naar het oosten gericht, terwijl de Poolse en Litouwse monarchieën zich duidelijk als Europese naties wisten te vestigen. In die eerste 150 bladzijden geeft de auteur feiten, die voor de Westeuropese lezer vaak de gloed van nieuwe waarden hebben, want de Middeleeuwen van dit deel van Europa zijn voor ons onbekend terrein.

Zernack hanteert consequent het woord natie als een begrip, waar zich staten omheen zullen vestigen. De loyaliteit aan heersers en de christelijke kerk vormen in de Middeleeuwen de kern van dit vroege natiebegrip. Door deze weg met vaste pas te volgen, toont Zernack een scherp perspectief. In navolging van Toynbee gebruikt hij de begrippen 'challenge and response' om de spanningen en verhoudingen in Polen en Rusland vanaf de latere Middeleeuwen aan te geven.

Tsaar Peter de Grote opent Ruslands vensters op het Westen en daaraan zal Polen als trotse adelsrepubliek te gronde gaan. Maar een eeuw eerder was er al een voortdurende confrontatie tussen beide landen. Ver voor de eerste Poolse deling is de Russische controle van het land verzekerd.

De sympathie van Zernack, een 'historicus van de grote lijn', gaat duidelijk uit naar de onderdrukte Polen, die zich het gedachtengoed van de Franse Revolutie hebben eigen gemaakt. Tegenover het Russische imperialistische nationale bewustzijn citeert hij met instemming Romantische schrijvers, die Polen als de lijdende Christus onder de naties zien. Tegelijk beschouwen de Russische tsaren vanaf Alexander I Polen als een proeftuin voor liberale experimenten.

In het machtspolitieke denken van de grote Europese landen in de negentiende eeuw wordt het Pools nationalisme een speelbal tussen de regeringen in Wenen, Berlijn en Sint Petersburg. In Polen zelf groeit het moderne begrip volksnatie tegen de verdrukking in. In de Eerste Wereldoorlog ontstaat in dit deel van Europa een machtsvacuüm, als het Russische tsarisme wordt opgeruimd, maar de Poolse soevereiniteit is slechts een kort leven beschoren tijdens het interbellum.

De zoveelste Poolse deling volgt, ditmaal tussen de Sovjet-Unie en Duitsland. Na 1945 krijgt Polen de status van Sovjet-satelliet met de grenzen van het jaar 1000 en lijkt alles bij het oude. Stalin als executeur-testamentair van de tsaren. Het leidt tot pagina's die in hun zeggingskracht en analyse tot de mooiste van Zernacks 'dubbelbiografie' behoren. In de jaren zeventig begint, onder invloed van de slotakte van de conferentie van Helsinki voor veiligheid en samenwerking, het ijs van de Koude Oorlog in Polen te smelten.

In een bijna mythisch-profetisch slotakkoord laat Zernack de 'challenge and response' van de afgelopen tien jaar zien. Gorbatsjov heeft de knoop van de Russische machtsgeschiedenis doorgehakt, Polen en Rusland zijn op het keerpunt van hun geschiedenis als Europese naties aangekomen. Terugblikkend onderstreept Zernack nog eens het duizendjarig contrast tussen beide landen: het voortdurend vernieuwingsdenken van Polen tegenover Ruslands conservatieve Panslavisme. Het is een verheven maar door zijn mystieke gehalte wat onbevredigend einde van een waarlijk monumentaal boek.