Het historisch oor

Iedereen heeft een fototoestel en nu ook: meer dan de helft van alle Nederlanders die een videocamera als belangrijk beschouwen hebben zo'n apparaat in hun bezit. Dit is onlangs uit een onderzoek gebleken. Over de bandrecorder wordt niets meegedeeld, misschien omdat het niet tot de opdracht van de wetenschappers hoorde daarover iets te rapporteren. Dat ligt voor de hand: de videocamera is nog gereedschap aan de frontier van de apparatuur, zoals een jaar of dertig of misschien wel veertig geleden de bandrecorder dat was. De eerste machines, niet te torsen en met grote spoelen, zijn nog niet oud genoeg om tot het antiek te worden gerekend. Wie er nog een heeft doet er goed aan hem zuinig te bewaren. Eerst komt de oude bandrecorder in het stadium van de dierbaarheid, dan in dat van de nostalgie en tenslotte wordt hij 'antiquarisch' zoals de radio's van voor 1930. Dat geldt dan waarschijnlijk niet alleen de aanblik. De oude goed onderhouden geluidsmachine zal het apparaat zijn waarmee zonder technische rompslomp nog gemakkelijk de oude banden kunnen worden afgespeeld. Begin volgende eeuw laat die luidspreker de stemmen horen uit het midden van deze eeuw, in de oorspronkelijke kwaliteit. Het zal het effect hebben, vergelijkenderwijs, als de stem van Caruso uit een fonograaf.

Wat deden de mensen van toen met hun grote bandrecorders? Binnen de beperkte grenzen van het geluid niet veel anders dan wat ze nu met hun videocamera's doen, veronderstel ik. Ze zetten de machine aan als het verjaardagspartijtje begon, namen de feestrede van opa op, en als het feest in een van de eerste blokken van Buitenveldert werd gehouden, is er een deel onverstaanbaar geworden doordat er een Superconstellation de landingsbaan naderde. Michel van der Plas heeft dit geluidsdécor gebruikt voor een gedicht waarin een vrijend paartje door het gedaver der motoren overdonderd wordt. Dan komt het meesterwerk van Gerben Hellinga en Pieter Verhoeff, het eerste antiSchipholuitbreidingsdrama, Rudy Schokker huilt niet meer. Dat is al televisie, maar het geluid speelt er de overheersende rol in. Het kan interessant zijn als de VPRO deze intussen historische geworden film nog eens uitzendt. Schiphol heeft meer voor de kunst gedaan dan we nu nog bereid zijn te beseffen.

Videocamera's veroveren het grote publiek. De historici van over honderd jaar zullen hun geluk niet op kunnen, ook al omdat deze modernste camera's beeld en geluid registreren. Ik veroorloof me, deze onderzoekers van straks nu een raad te geven: maak van het geluid een afzonderlijke band (als er dan nog banden zijn), draai die eerst af en voeg dan het beeld eraan toe. Door eerst te luisteren scherp je je waarnemingsvermogen, zodat je in de audio-video-voorstelling nog beter zult kunnen begrijpen wat daar toen is geregistreerd, of je nog dieper verbazen.

Ik weet het doordat ik de afgelopen weken lang heb geluisterd naar geluidsbanden van een jaar of vijftig geleden; over het algemeen toespraken van mannen die toen het gezag droegen, politici van alle richtingen, gezindten en overtuigingen, diplomaten, militairen, leiders van het volk. Via mijn oren kwam ik zomaar terecht in een verleden tijd die ik 'bewust heb meegemaakt' zoals het heet. Het was alsof ik verbonden was geraakt met het inwendige van een pyramide die een millennium geleden was afgesloten, bij wijze van spreken. Benjamin Disraeli heeft een boek geschreven, Sybil or the Two Nations, waarin we het besef vinden dat er een samenleving van de bazen en een samenleving van de knechten is. Had er toen een apparatuur van de geluidsregistratie bestaan dan was dat nu ook te horen geweest. Nederland in 1945, voorzover op geluidsband vastgelegd, is ook zo'n samenleving van bazen en knechten, een land van twee soorten stemmen, woordkeus, intonatie en een symbiose daarvan waaruit blijkt dat alle eigenaars van die stemmen weten waar ze staan. Dat is geen kwestie van dialect of een onderscheid tussen geaffecteerd, algemeen beschaafd, 'burgerlijk' en plat. Door alle andere verschillen heen klinkt de maatschappelijke hiërarchie en daarin het besef van gezag en nederigheid.

Ik was het vergeten. Soms, als een werkgever en een vakbondsleider op de tv in een discussie zijn, zie je rudimenten van de twee naties, resten van accenten die niet meer doordringen tot houdingen. Vijftig jaar geleden waren accent en houding één, voorzover ik dat met mijn oren kon beoordelen. De bandrecorder heeft de vooruitgang hoorbaar gemaakt. Over vijftig of honderd jaar staan we met ons gedrag voor de videocamera op onze beurt in een ander daglicht. Ik ben benieuwd, ik vind het jammer dat ik hun commentaar dan niet zal horen. Maar wel is het zeker: er kan nu niet genoeg door dat prachtige apparaat worden vastgelegd.