Goeroe kapittelt Marokkaanse jongens

UTRECHT, 3 JUNI. Managers, kankerpatiënten, heroïneverslaafden en huisvrouwen gingen hen al voor. Gisteravond was het de beurt aan een vijftigtal Marokkaanse jongens in Utrecht om kennis te maken met de kunsten van de goeroe van het zelfvertrouwen, Emile Ratelband. Op uitnodiging van politieman H. Quint, waren ze naar een zaaltje in buurthuis Transvaal in de wijk Lombok getogen. Quint is regionaal coördinator van het bureau Halt, dat alternatieve straffen voor jonge delinquenten en preventieprojecten verzorgt.

Het is voor iedereen duidelijk dat er spektakel te verwachten is. De een houdt het op hypnose, de ander op slangen en spinnen “en daar houd ik niet van”.

Ratelband schuwt de confrontatie niet. “Het gaat vanavond om jullie, als jongen, als mens, als Marokkaan. Om aan de Nederlandse bevolking te laten zien dat Marokkanen geen criminelen hoeven te zijn.”

Want er zijn meedogenloze reacties in de samenleving, waarschuwt de meester. “In de gaskamers en weg ermee, of zet ze maar op de boot terug naar Marokko.”

Niet iedereen voelt zich aangesproken. Terwijl Ratelband op dreef is en schetst hoe de jongelui reeds bij het zien van een 'dikke auto' in de verleiding raken, wordt hij onderbroken. “Wat kom je hier doen? Dit weten we al. Je moet niet denken dat je criminelen voor je hebt.” Een ander constateert dat hij “allemaal nadelen van de Marokanen” vertelt. “Heb je dat van anderen gehoord?”

Ratelband heeft zijn antwoord klaar: het is het beeld dat bestaat en toenadering moet van twee kanten komen. Terwijl de zaal toekijkt met een mengeling van scepsis, verwondering en verbazing meldt zich een kandidaat voor de eerste act: met blote voeten vanaf een stoel in een partijtje glasscherven springen. Wat zal er gebeuren, als het mis gaat? “Zal hij me slaan of steken?”, vraagt de maestro. “Alles is bespreekbaar”, klinkt het in glashelder Nederlands vanuit de zaal.

Ook bij de vraag waaraan het slachtoffer op de stoel denkt, laat het publiek zich niet onbetuigd. Bloed, ambulance en kinderbijslag, wordt er geroepen. De sprong loopt goed af, maar de glasscherven gaan nog lang van hand tot hand. De meningen over de scherpte zijn verdeeld.

“Nou wil ik slangen”, roept iemand, maar eerst is het weer tijd voor een boodschap. Terwijl Ratelband oreert over de onherroepelijke komst van de multi-culturele samenleving, wordt het onrustig. Maar zo gauw hij belandt bij de clash die ook dreigt en zijn handen bij de microfoon ineen knalt, is het meteen stil. Een bombardement van beeldspraak, provocaties en wijsheden volgt. “Jij denkt dat het je cultuur is. Bullshit, het is je gevoel.”

Niet iedereen is onder de indruk; het is in de zaal een komen en gaan van jongeren. Zouhir zit vooraan en laat zich strikken voor het volgende optreden. Hij gedraagt zich als een paljas en elke opmerking van Ratelband wordt met een tergende plichtmatigheid herhaald.

“Als jij bij mij komt solliciteren, moet ik je niet hebben”, dreigt de spelleider, maar het maakt geen indruk. Even later kronkelen een boa constrictor en een tijgerslang over een sidderende Zouhir. “Heb je wel eens een multi-culturele samenleving gezien?”, dondert Ratelband. “Ja, op school”, klinkt het benepen. “En hoe functioneert dat?” “Tof”, zegt Zouhir. Het is blijkbaar het goede antwoord, want de slangen worden verwijderd. Onder luid applaus verandert Zouhir van een onwillige slungel in een held.

Er volgt nog een optreden met tarantula's en tot slot mogen de jongens blootsvoets over gloeiende kolen lopen. De 16-jarige Mimoun uit Lombok is de eerste die zich meldt. Waardig wandelt hij over het vuur. “Ik vond het een prachtige avond. Hij laat zien dat je een toekomst kunt hebben, als je 'm maar grijpt”, reageert Mimoun. “Maar voor mij is dat geen nieuws hoor. Dat hoor ik ook dagelijks van mijn ouders.”

    • Bert Determeijer