Geschiedenis van de popmuziek zonder Elvis Presley

Mojo working, zondag, Ned.3, 19.27-20.00u.

De makers van de Engelse documentaireserie Mojo Working, die vanaf zondag wekelijks door de VPRO wordt uitgezonden, hebben een eigenzinnige opvatting over de geschiedenis van de popmuziek. Per aflevering wordt een muzikant of groep behandeld die een essentiële rol heeft gespeeld in die geschiedenis. Maar wie was ook al weer die man die altijd genoemd wordt als grondlegger van de muziek waar wij vandaag de dag naar luisteren? De man die popmuziek ook werkelijk tot populaire muziek maakte - die seks en devotie, zwarte muziek en blanke muziek verwerkte tot zijn eigen lied?

Elvis Presley kortom, ontbreekt. De documentaires zijn gewijd aan onder andere Janis Joplin, The Doors, Little Richard, Chuck Berry, Otis Redding, The Rolling Stones en Jimi Hendrix. Maar ook The Beatles blijven onvermeld, al komt John Lennon wel aan bod.

De serie begint met een inleiding die is samengesteld uit een verzameling scènes uit de programma's die nog zullen volgen - als een speelfilm die is opgebouwd uit trailers. En te oordelen naar de volgende uitzending, over blueszanger/gitarist Muddy Waters, zijn de portretten van de legendes op dezelfde liefdeloze manier gemaakt.

Dat de serie als documentaire wordt aangekondigd is dan ook niet op zijn plaats. Over het leven van Muddy Waters, zijn muzikale ontwikkelingen en zijn publieke status komen we bijvoorbeeld niets te weten. Er zijn geen historische beelden te zien, het programma bestaat uitsluitend uit live-opnames van Muddy Waters tijdens een niet nader toegelicht optreden. En terwijl Waters zijn bekende nummers speelt (Mannish Boy, I've Got My Mojo Working) verschijnen allerlei mensen in beeld die wat over hem op te merken hebben.

Zo vertelt een Engelsman een anekdote over John Lennon die voor het eerst met The Beatles in Amerika kwam en op de vraag wat hij wilde gaan doen, antwoordde dat hij naar Muddy Waters wilde gaan kijken. “Waar is dat? vroeg toen de journalist. En van een Schots klinkende jongeman, die bij de aftiteling Stuart Adamson van de allang vergeten groep Big Country blijkt te zijn, moeten we vernemen dat Waters een huge sexual energy had.

Omdat de serie iets duidelijk wil maken over de magie van het live-optreden is voor de nadruk op concertbeelden nog wel iets te zeggen. De oordoppen van Muddy Waters zijn aandoenlijk, net als zijn bewegingen - als een eend die zijn veren schudt - en het is verrassend om te zien dat Janis Joplin haar hartekreten uitte op kokette zandloperhakjes.

Wat echt stoort bij deze programma's is het commentaar. Wat kan mij het schelen dat Tony Halliday van de groep Curve er bijna in bleef als Jimi Hendrix, Wild thing, I think I love you, zong? Is er niets beters te verzinnen dan een parade meer en minder bekende popmuzikanten die vertellen dat The Doors, Otis Redding, Jerry Lee Lewis the best waren? Lewis, Redding en Hendrix zijn voor de popmuziek wat Picasso en Kandinsky voor de moderne schilderkunst zijn. Over hen hoeft toch ook niemand nog te zeggen dat ze geweldig zijn.