Geld en ijs

Al die weken kon je (vanaf het balkon schuin naar links) zien hoe hard er werd gewerkt aan een nieuwe ijsgrot in de bovenste gletsjer. Met Hemelvaartsdag waren ze klaar.

Hansruedi Moser (51) melkt dertien koeien en is sinds jaar en dag compagnon in de ijsgrot. Met zaag en bijl opent hij het fabelachtig blauwe gletsjerijs. Een man zonder poespas. Normale vragen, dan krijg je normale antwoorden.

Vorig jaar moest de ijsgrot voortijdig worden gesloten omdat de toegangsroute vergruizelde. Van '70 tot '90 had de gletsjer een uitval gedaan, daarna slonk hij opeens enorm. Dit dwong tot een andere benadering: een houten trap langs een honderdtachtig meter hoge rotspuist. Meer dan 150.000 Franken. Maar het moet wel heel raar lopen wil de gletsjer langs deze weg niet nog zeker twintig jaar bereikbaar zijn.

Een zeventig meter lange gang, hier en daar een lichtbak en een ijssculptuur (eekhoorn, steenbok enz.) En in de láátste meter werd een luchtschacht aangeboord, een tochtgat naar de bovenkant van de gletsjer. Daar trek het, daar smelt het. Nee, deze grot zal het einde van de zomer niet halen, er zal een tweede moeten worden gemaakt. Nog eens tienduizend Franken.

Als ik een stukje in de krant beloof en het bezoek van honderden, zo geen duizenden extra Nederlanders voorspel, spreekt Moser zijn voorkeur uit voor duizenden.

O ja, toegang vijf Franken, ruim achthonderd treden.