Een man van zijn woord

Zelden (beter gezegd, nooit) heb ik een interview zo stijf zien staan van inconsistente en tegenstrijdige uitspraken als dat met de scheidende hoofdredacteur van de VPRO-radio, Jan Haasbroek (NRC Handelsblad, 27 mei). Hij tracteert de lezer onder meer op het volgende:

- “Waarom ik weg ga bij de VPRO weet ik niet precies” (maar) “ik ga weg 1) omdat ik wel eens wat anders wil, 2) omdat de radio over zijn hoogtepunt heen is, 3) omdat het publieke bestel zijn mooiste tijd gehad heeft en 4) omdat het van onze voorzitter geen Rosa Spierhuis mag worden.”

- “Dat de VPRO over vijf à tien jaar niet meer bestaat als omroeporganisatie vind ik een goede zaak” (maar) “De VPRO moet doorgaan met vechten tegen verloedering en commercialisering.”

- “Het zijn de ratten die het zinkend schip verlaten, ik ben zo'n rat niet” (maar) “ik vind het niet jammer dat er schepen in Hilversum gaan zinken, maar ik heb er geen behoefte aan die ondergang zelf mee te maken.”

- “Geen flauw idee wat ik over vijf jaar zal doen” (maar) “ik kan dan best terugkeren bij de VPRO.”

- “Ik klink niet verbitterd” (maar) “ben juist buitengewoon ontspannen.”

- “Ik was van de generatie die niet zapte” (maar) “het werkt anders: je zapt er maar wat op los en over twee jaar zap ik wel weer verder.”

Goed dat ze nog bestaan: mannen die je aan hun woord kunt houden en die staan voor wat ze zeggen, want veel kom je die niet meer tegen.