Dollarkoers als jojo op en neer

AMSTERDAM, 3 JUNI. De dollar is de afgelopen maand enkele malen aanzienlijk in waarde veranderd. Hiermee wordt het beeld bevestigd van een zeer volatiele valutamarkt, waarin onder meer technische factoren grote koersmutaties tot gevolg kunnen hebben. Voor de trendmatige ontwikkeling op lange termijn zijn fundamentele factoren van doorslaggevend belang - waaronder het aanhoudend grote handelstekort van de VS, het geringe belang dat de Amerikaanse monetaire autoriteiten hechten aan de externe waarde van de dollar en de afnemende betekenis van de dollar als reservevaluta. Al deze factoren wijzen in de richting van een aanhoudend zwakke dollar.

Tussen 10 en 12 mei steeg de dollarkoers van 1,55 gulden naar 1,62 gulden. Ter verklaring hiervoor werd onder meer gewezen op de door Clinton aangekondigde handelssancties tegen Japan. De kans dat de Amerikaanse autoriteiten de 'dollar omlaag gaan praten' om zodoende het handelstekort met Japan te verminderen zou hiermee kleiner zijn geworden.

Op lange termijn zijn importheffingen echter negatief voor de waarde van een valuta. Importrestricties leiden tot opwaartse druk onder de inflatie, omdat import duurder wordt en binnenlandse producenten de mogelijkheid krijgen om prijzen te verhogen.

Ter verklaring voor de dollarkoersstijging werd verder gewezen op de waardedaling van de Dmark. Een sterke belangstelling voor de zogenaamde 'high-yielding currencies' leidde tot een verschuiving uit Duits naar onder meer Italiaans en Spaans papier. Op de lange termijn lijkt overigens rekening te moeten worden gehouden met koersdalingen van de Italiaanse en Spaanse munt, aangezien de huidige problemen van deze landen - oplopende inflatie en slechte overheidsfinanciën - allerminst voorbij zijn. Voorts zou een eventuele toekomstige daling van de dollarkoers volgens traditionele patronen vooral het Dmark-blok ten goede komen ten koste van onder meer de Zuideuropese valuta.

Ook de Franse frank kan daarbij in woelig vaarwater terechtkomen, temeer daar enige twijfel bestaat over de vasthoudendheid van de nieuwe Franse regering aan sanering van de overheidsfinanciën (richting de EMU-criteria) en aan het 'franc fort' beleid. Verder werd ter verklaring voor de sterkere dollar gewezen op de afzwakkende economische groei in de VS. Die had een rally op de Amerikaanse obligatiemarkt tot gevolg, waardoor de buitenlandse belangstelling voor dit papier zou toenemen.

Dit laatste argument lijkt echter voorzichtig gehanteerd te moeten worden. Rond Hemelvaartsdag daalde de dollarkoers met 7 cent toen in plaats van 'afzwakkende economische groei' het 'R-woord' (recessie) om de hoek kwam kijken. Op de financiële markten wakkerde dit de verwachting aan dat de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de rente zou kunnen gaan verlagen. Hierdoor zouden beleggingen in dollarpapier minder aantrekkelijk worden.

In het verleden blijkt de dollarkoers echter niet sterk samen te hangen met de ontwikkeling van de korte rente. Daarnaast is een opleving van de economische activiteit in de tweede helft van dit jaar niet uit te sluiten. De effectieve depreciatie van de dollar zal de export stimuleren. Tevens is een aantrekkende consumptie te verwachten, gezien de gedaalde hypotheekrente en de gestegen waarde van de financiële activa.

Een belangrijke rol bij de beoordeling van de Amerikaanse economie spelen de werkgelegenheidscijfers voor mei, die gisteren verschenen. Wijzen deze of andere cijfers op een voortgaande afkoeling van de economie, dan bestaat het risico dat de dollar verder wegzakt.

Wellicht dat angst voor deze mogelijke dollarkoersdaling een rol heeft gespeeld bij de - onverwachte - gecoördineerde interventies van afgelopen woensdag. Na steunaankopen van de Fed, de Bank of Japan, de Bank of Canada en tien Europese centrale banken (waaronder de Nederlandse) is de dollar 6 cent in waarde gestegen.

De scherpe koersstijging hangt mede samen met technische marktomstandigheden. Voordat de interventies plaatshadden, bleken veel handelaren 'short-posities' te hebben ingenomen. Hierbij anticiperen ze op een daling van de dollarkoers, door nu dollars te verkopen en die later terug te kopen. De vraag naar dollars als gevolg van de interventies leidde echter tot een dollarkoersstijging. Om hun verliezen te beperken, hebben handelaren die 'short' zaten snel hun posities moeten gladstrijken. Het is deze additionele dollarvraag die heeft geleid tot de forse koersstijging.

Bron: Economisch Bureau ING Groep