De wereld is niet veranderd

KLAAS KORNAAT: De pen in de aanslag. 100 jaar belasting in de politieke prent

156 blz., Sdu 1995, ƒ 29,90

FRITZ BEHRENDT: Helden en andere mensen. Tekeningen en karikaturen

240 blz., Van Soeren 1995, ƒ 46,-

Het boekje De pen in de aanslag brengt ons de lange voorgeschiedenis van de politieke prent weer eens onder de aandacht. Dit gebeurt aan de hand van prenten die op enige manier zijn verbonden met de heffing van belastingen of ministers van financiën. De auteur, Klaas Kornaat, gaat in zijn begeleidende beschouwing terug tot de zeventiende eeuw, wanneer de Italiaan Caracci zijn naam aan de karikatuur verbindt. Dat is, het wordt erkend, willekeurig gekozen. Uit veel eerdere perioden kennen wij geschilderde of getekende commentaren op de samenleving of op bepaalde gebeurtenissen. Het is een kwestie van definiëren of men dat al dan niet tot de politieke prentkunst wil rekenen. Gezien het onderwerp dat Kornaat heeft gekozen, is het niet onredelijk de geschiedenis van de politieke prent samen te laten vallen met die van de pers. Het zegelrecht op drukwerk was immers mede bepalend voor de verspreiding van prenten onder lezers van kranten.

Al wordt de bundel op die wijze zowel in tijd als onderwerp beperkt, dan nog is de hoeveelheid materiaal overstelpend. Elke keuze heeft dan een sterk arbitrair karakter. Klaas Kornaat heeft in ieder geval gepoogd ons een gevarieerd beeld aan stijl en journalistieke opvattingen te tonen.

Desondanks is de selectie van de kunstenaars onevenwichtig. De nadruk die Len Munnik in deze bundel krijgt, is niet in overeenstemming met de plaats die hij inneemt in de wereld van de politieke karikatuur. Een aantal namen ontbreekt geheel, zoals Rolle en Ger Dekker, terwijl de krant waarin hun werk indertijd verscheen, De Telegraaf, zo nu en dan toch bepaald indringend belangstelling had voor belastingen en ministers van financiën. Jan Willem van Voogt mis ik eveneens node en Samson acht ik ondervertegenwoordigd.

De taal van de politieke prent is beperkt. Bij fiscale zaken komen citroenpersen of andere mangelapparatuur al snel in beeld, evenals schroeven, knevels en schatkisten. Opmerkelijk - en dat wordt door de auteur wat onderbelicht gelaten - is de manier waarop en het kader waarin de politieke tekenaar zich uit. Niet zelden zal zijn prent illustratie zijn van de inhoud van de redactionele kolommen, maar daarnaast is er zowel de min of meer objectieve portrettist als de zeer geëngageerde partijkiezer.

Aan die laatste categorie doet Kornaat in zijn conclusie wel recht, al bindt hij dat wat te nadrukkelijk aan de noodzaak tot een simpele weergave. De prenten van Opland, die ik tot de meest uitgesproken en zich zeer uitsprekende cartoonisten reken, vult zijn papier met een Dubout-achtige hoeveelheid figuren en situaties die het een genoegen maken naar details en spitsvondigheden te speuren. Doeve, Jordaan, Gijsbers nemen in het algemeen persoonlijk een wat grotere distantie en komen daardoor vaker als objectieve, rapporterende, als het ware tekenende journalisten over dan de categorie geëngageerden.

Een portrettist als Veth, hoe fraai zijn weergave van Pierson ook is, zou ik, evenmin als Jan Toorop, hebben opgenomen, omdat die buiten het door de auteur aangegeven bestek vallen. Dat geldt overigens eveneens voor het portret van Johan Braakensiek door een der grootmeesters van de politieke prentkunst Albert Hahn. De pen in de aanslag is niettemin voor de liefhebbers van het genre het overwegen waard. Het ondersteunt de uitspraak van Lord Byron: “Ik houd van belasting als ze niet te hoog is.”

Geëngageerd en grootmeesterlijk. Die beide epitheta komen zonder enige twijfel Fritz Behrendt toe. Gelukkig verschijnen er zo nu en dan bundels waarin zijn werk over een afgepaald onderwerp is samengebracht. Door zijn persoonlijke geschiedenis voelt hij de behoefte opheldering te verschaffen over de situatie in het oostelijk deel van ons continent.

Humor

Zowel in Waakzaam en steeds paraat, waarin NAVO en Warschau-pact op de korrel werden genomen, als in Het was stil vandaag in Sarajevo toont Behrendt zijn grote kracht. Bovendien gunt hij ons in zijn werk een blik op de ontwikkeling van zijn kunstenaarschap. Zijn verontwaardiging en verontrusting over de naïviteit waarmee de vraagstukken in de relatie tot de voormalige Sovjet-Unie en nu in het voormalige Joegoslavië worden benaderd, worden getemperd door een grote mate van humor en relativerend vermogen. Daarbij behoort Behrendt tot die prentkunstenaars die hun objecten met grote nauwkeurigheid weergeven. De karikaturen zijn herkenbaar.

In 1965 tekende Behrendt een schitterende prent over het dwarse optreden van De Gaulle, die als Republikeins Gardist in vol ornaat de andere kant op kijkt dan alle overigen in het NAVO-gelid, gelijk gekleed in battle-dress. Ik vermeld die plaat omdat daar zo schitterend in tot uiting komt dat Behrendt, hoezeer ook de noodzaak van eendracht benadrukkend, tegelijk iets laat blijken van zijn waardering voor de statuur van De Gaulle. Dat vermogen tot tweezijdigheid maakt zijn prenten zo zeer de moeite waard.

Dat hij ook op het gebied van de nationale politiek tot een hoogtepunt in staat is, blijkt uit een tekening die hij maakte na het aftreden van het laatste kabinet-Drees en die in mijn geheugen is geprent. Daarin ziet men hoe de socialistische coryfeeën in oppositionele optocht node afscheid nemen van jacquet en het ambtsketen, teneinde zich in de meer alternatieve kledij van de jeugdige achterban te hullen.

Behrendt is altijd zichzelf gebleven, zo blijkt ook uit zijn laatste bundel Helden en andere mensen. In dat opzicht is hij vergelijkbaar met coryfeeën als Albert Hahn en Jordaan. Voor alle drie geldt dat de wijze waarop zij de wereld verbeelden nauwelijks is veranderd. Kunsthistorici zullen dat mogelijk beschouwen als een gebrek aan ontwikkeling, maar voor liefhebbers van de politieke prent gelden andere normen.