Amerikanen weten geen uitweg uit Bosnische impasse

WASHINGTON, 3 JUNI. Het neerschieten van een Amerikaans vliegtuig boven Bosnië en het sneuvelen of de gijzeling van de piloot is een nachtmerrie voor president Clinton. De Bosnisch-Servische voltreffer heeft een einde gemaakt aan de illusie dat Amerika onkwetsbaar zou blijven door alleen vanuit de lucht te opereren en aan niet-Amerikaanse VN-troepen het gevaarlijke werk op de grond over te laten. Amerika is nu dieper in dit Balkan-conflict gezogen dan de regering-Clinton zou willen toegeven.

Ook blijkt nu dat eventueel beperkte steun van Amerikaanse troepen niet mogelijk is zonder grote risico's. De meeste Amerikanen verzetten zich tegen inzet van troepen in Bosnië. De 'lessen van de Vietnamoorlog', nogmaals ingeprent door het VN-debâcle in Somalië van 1993 schrijven voor dat Amerika zich niet mengt in een afgelegen burgeroorlog. De beelden van aan bruggen geketende VN-soldaten bevestigen de machteloosheid van de VN.

In Washington bestaat het gevoel dat Clinton steeds dieper in de oorlog glijdt zonder daar ooit openlijk rekenschap voor te hebben afgelegd aan de kiezers. Hij heeft nooit in het openbaar argumenten durven aandragen voor een grotere Amerikaanse rol in Bosnië. Niet alleen Republikeinen, voor wie de presidentiële campagne al is begonnen, maar ook Democratische Congresleden hebben felle kritiek geuit op Clintons voorwaardelijke toezegging tot een beperkte steunmissie voor de hergroepering of terugtrekking van VN-troepen. “Er is heel weinig steun voor het stationeren van troepen op de grond, zeker als het enige tijd duurt. Ik denk dat het een val is”, zei de Democratische senator Joseph Lieberman gisteren. Volgende week zullen drie Congrescommissies op hoorzittingen over Bosnië de kritiek op Clinton nog verder toespitsen.

Clinton is al wat teruggekrabbeld van zijn toezegging tot steun, afgelopen woensdag. Toen de Amerikaanse minister van defensie, William Perry, gisteren vertrok voor een NAVO-bijeenkomst die vandaag in Parijs plaatsheeft, kreeg hij als opdracht, “geef steun aan de NAVO maar houd de Amerikaanse troepen er zoveel mogelijk buiten.”

Clintons Bosnië-beleid heeft tot nog toe uitgemunt door gebaren waar nooit gevolg aan werd gegeven. De hoop was altijd dat hij de Bosnische Serviërs door enkele goed geplaatste dreigementen kon bijsturen, zodat hij van het politieke probleem af zou zijn. Zijn aanvankelijke pogingen tot opheffing van het wapenembargo tegen Bosnië en het bombarderen van de Bosnische Serviërs ketsten af op onwil van de bondgenoten. En omdat Clinton niet bereid was zelf de risico's van dit beleid te dragen door troepen te zenden, liet hij het idee vallen.

Zijn voorwaardelijke beloften om troepen te zenden zijn altijd in de eerste plaats bedoeld als morele opstekers. Zijn toezegging vorig jaar dat Amerikaanse troepen de NAVO-bondgenoten zouden bijstaan, als terugtrekking uit Bosnië was geboden, was bedoeld om de VN te laten blijven, zodat de Amerikaanse hulp níet nodig zou zijn. Ook de belofte van woensdag was volgens veiligheidsadviseur Anthony Lake bedoeld “om het zelfvertrouwen op te bouwen” van de VN-troepen, zodat ze zouden “volhouden”. Donderdag beloofde Clinton dat “Amerikaanse troepen niet betrokken raken bij de oorlog”.

Toen Clinton gisteren met kringen onder de ogen praatte over de “standvastigheid” van het Amerikaanse beleid in deze gijzelingscrisis riep hij herinneringen op aan andere gijzelingsdrama's, waarin Amerika machteloos stond. Gijzeling is het wapen van de zwakke, waarop het Westen nog geen passend antwoord heeft gevonden. In Iran in 1979, in Libanon, in Irak vlak voor de Golfoorlog bleef Amerika niets anders over dan afwachten tot de vrijlating. Hier gaat het hoofdzakelijk om niet-Amerikaanse soldaten. Maar het is de vraag of Clinton de levens van hen en de misschien nog levende Amerikaanse piloot in gevaar durft te brengen door harde actie. Toch moet hij iets doen. “Elke keer als we toelaten dat een kleine bende schurken ons vernedert, is dat gevaarlijk. Anderen zien het op CNN en kunnen op een idee worden gebracht”, zei de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Newt Gingrich.

De meeste kritiek uit het Congres blijft algemeen. De volksvertegenwoordigers hebben evenmin als Clinton een uitweg uit de huidige impasse. De Republikeinse presidentskandidaat en meerderheidsleider in de senaat, Robert Dole, blijft bij zijn voorstel tot terugtrekking van de VN-troepen en intrekking van het wapenembargo tegen Bosnië. “We moeten niet vijf vliegtuigen sturen maar misschien wel honderd”, zei Dole. De defensiespecialist en voormalige Vietnamvliegenier senator John McCain viel hem daarin bij. “Als we doorgaan met het zenden van Amerikaanse troepen in gevaarlijke gebieden dan moeten ze maatregelen kunnen nemen om de dreigingen op de grond weg te nemen”, zei hij. Weinig Congresleden durven in een debat en een stemming op hun opvattingen worden vastgepind.

Alleen de Republikeinse senator en presidentskandidaat Richard Lugar durfde gisteren te pleiten voor drastisch Amerikaans ingrijpen in Bosnië. Hij zei ook dat dergelijke actie in het Amerikaanse belang is, ook al zouden Amerikanen daarbij het leven kunnen verliezen.

Gisteren verzekerden Amerikaanse functionarissen dat Clinton bereid is om de politieke aanvallen van het Congres te trotseren bij zijn hulp aan Bosnië. Hij voelt zich medeverantwoordelijk voor deze nieuwe escalatie. Hij had bij de bondgenoten te lobbieën voor luchtaanvallen van de NAVO op de Bosnische Serviërs. Zo hoopte hij Congresleden die het wapenembargo tegen Bosnië wilden opheffen de wind uit de zeilen te nemen. Daarbij verloor hij de kwetsbaarheid van de niet-Amerikaanse VN-troepen uit het oog.