Als tafelvoetbalpop wordt keurige kerel een wildeman

LONDEN, 3 JUNI. Twee keer acht mannen zijn als galeiboeven aan metalen stangen geketend. Ze schreeuwen. Ze tieren. Ze zweten als otters. Betonnen reuzen van kantoorkolossen kijken misprijzend op hen neer.

Achter de getinte ruiten van gestyleerde burelen verdringen de mannen in maatpak zich om maar niks van het spektakel te missen. Hun gejuich, hun geschater, hun gevloek zal de gladiatoren daar beneden nooit bereiken. In de vijfsterren bedrijfskantine op de derde etage nipt een modieuze dame, gezeten op een barkruk, van een glas champagne terwijl haar rechterduim wreedaardig naar beneden wijst.

Mannen in doodgraversjassen snellen over marmeren trappen. Hun tred verraadt haast en vastberadenheid. Tenslotte zijn zij de meesters van de City, het financiele hart van de Britse hoofdstad. Of misschien zijn ze de slaven. Maar de tijd om daarover te peinzen ontbreekt hen. Tijd is geld; de markt slaapt nooit; en wie zijn pas vertraagt wordt onmiddellijk voorbij gestreefd. Als ze al zuchten kan niemand dat horen, omdat het gekerm van Montserrat Caballé over 'Barcelona' elk ander geluid overstemt.

In de Broadgate Arena vlakbij Liverpool Station hebben de financiële firma's uit de City deze week een voetbaltoernooi gehouden, om preciezer te zijn: een tafelvoetbaltoernooi. Nog nauwkeuriger: een tafelvoetbaltoernooi met mensen als poppen. Het spel wordt in een opblaasbaar stadion gespeeld dat grote gelijkenis vertoont met het deinende luchtkasteel, bekend van braderieën en partijen. Net zoals bij het echte tafelvoetbal kunnen spelers niet voor- of achteruit, alleen opzij.

De regels zijn simpel. Het is verboden aan de stang te hangen. De bal mag niet boven hoofdhoogte komen. Verder is alles toegestaan. Riemen om de middels van de spelers zijn aan de stang bevestigd en verhinderen elk fysiek contact.

Mel Atkins van de firma The Finishing Touch - 'Voor al uw bedrijfsevenementen' - zegt dat het spel een jaar geleden met het oog op teambuilding ontwikkeld is. Om te scoren moeten spelers samenwerken. Ze moeten de bal zo snel mogelijk naar de volgende linie spelen en daarbij ook de wanden gebruiken. Verder moeten ze elkaar in de breedte de bal toeschuiven om de tegenstanders op het verkeerde been te zetten. Dat zijn de tactische grondbeginselen die elke tafelvoetballer kent.

Maar zulke elementaire wijsheden gaan het collectieve vermogen van The Knob Jockeys, The Cor Blimey Guvners, Gawd Knows en hoe al die andere, kneuzige teams ook mogen heten, ver te boven. Als ze zich van hun grijze colberts en pantalons ontdoen, lijkt het trouwens toch of die keurige kerels plotseling wildemannen worden. Alle decorum laten ze vallen. Ze hullen zich in fluorescerende bermuda's en strakgesneden tanga-slips waarboven dikke buiken bollen.

Met hun kleren hebben ze ook hun beleefdheidsfrasen afgelegd. Ze kankeren, ze foeteren, ze vloeken als in een zeemanskroeg. Spelers die aan dezelfde stang staan, werken elkaar alleen maar tegen. Iedereen wil de bal hebben en niemand wil hem geven. Het is een wonder als in die chaos nog gescoord wordt. In een staat van algehele uitputting moeten de spelers na afloop worden afgevoerd.

Misschien is tafelvoetbal met mensen niet zo'n geschikte sport voor de meest individualistische werkplek van Londen. Maar het is wel een ideaal amusement voor de verwende en verveelde massa in dit fin de siècle.