Air Miles en zo

“HOEZO, ANGST voor schending van de privacy?”, schreef de bestuurskundige prof. Frissen onlangs spottend. Hij wees op het Air Miles-spaarsysteem, dat binnen de kortste keren meer dan een miljoen deelnemers heeft getrokken. Het is een moderne variant op de aloude zegeltjes, die kennelijk appelleren aan een oer-instinct van de mens als verzamelaar. Maar anders dan die zegels zijn de Air Miles een goed voorbeeld van het dubbelzijdige karakter van de moderne informatie- en communicatie-technologie. Deze doet altijd twee dingen tegelijk: ze automatiseert bepaalde processen en activiteiten en verzamelt tegelijk allerlei informatie over die activiteiten en processen. Zo levert het spaarsysteem behalve luchtmijlen aan consumenten allerlei interessante gegevens over hun koopgedrag aan de deelnemende bedrijven op. Daar zou het zelfs allemaal wel eens om begonnen kunnen zijn.

De media brachten deze week hiervan nog een ander voorbeeld. Het wereldomspannende bedrijf Microsoft heeft een slim element ('wizzard') in zijn populaire computerprogramma Windows 95 aangebracht dat automatisch een aantal kenmerken van nieuwe afnemers (waaronder het gebruik van concurrerende software) aftast en doorseint naar het hoofdkwartier in Redmond, Washington. Het bedrijf zegt dat het niet anders is dan een elektronische versie van de vertrouwde klantenkaart. Maar zo eenvoudig ligt dat niet.

DE ENORME TOELOOP van Air Mile-consumenten lijkt de conclusie van Frissen te wettigen dat privacy nog slechts “de zorg van zonderlingen is”. Maar er zijn ook andere tekenen. De identificatieplicht op het werk stuit op verzet, niet alleen bij werknemers die al jaren in dienst zijn en het beledigend vinden dat zij alsnog een kopie van paspoort of rijbewijs moeten inleveren bij hun baas. De registratieplicht voor allochtonen blijkt massaal te worden genegeerd, zelfs door overheden die toch als eerste worden geacht de wet te dienen. Het valt niet uit te sluiten dat ergens in de begerige Air Miles-horden een onvermoede wrevel sluimert.

Air Miles is natuurlijk nog slechts een voorproefje. De stormachtige ontwikkeling van de elektronische snelweg brengt een ongekende schaalvergroting mee van de gegevensuitwisseling over personen, signaleerde het kabinet in zijn nationaal actieprogramma voor de multimediale samenleving. Het erkende dat daarvoor nieuwe regels nodig zijn. De Wet persoonsoonregistratie uit 1988 is, zoals de naam al zegt, gebaseerd op de gedachte van afzonderlijke, afgeschermde registratiebestanden. In de moderne netwerkmaatschappij zijn de grenzen echter veel vloeiender. We moeten in de woorden van het actieplan dan ook toe naar een dynamischer concept van “gegevensbescherming”. Over wat dat dan inhoudt zegt het kabinet echter niets.

TOCH ZIJN er al wel een paar elementen te noemen. Open kaart spelen tegen de consument over secundair gebruik van zijn of haar gegevens is een eerste vereiste. Onverbrekelijk daarmee verbonden is de mogelijkheid voor individuele consumenten nee te zeggen tegen exploitatie van hun persoonsgegevens. Bekende voorbeelden zijn geheime telefoonnnummers en de zogeheten Robinson-lijst van de direct-mailindustrie. De moderne techniek maakt ook selectieve blokkades mogelijk. Of het gebruik van aliassen, verschillende elektronische namen om werk en privésfeer te scheiden of om bepaalde gevoelige levensgebieden speciaal af te schermen.

Dergelijke voorbeelden illustreren dat elementair respect voor de persoonlijke bijzonderheden van consumenten niet louter een lastige factor is in de ontwikkeling van nieuwe diensten. Het kan juist een belangrijk verkoopargument opleveren om de weifelende gebruiker de elektronische snelweg op te helpen.