Agassi beslist ook derde partij in Parijs met ruime cijfers; Rock 'n roll-tennis zonder missers

PARIJS, 3 JUNI. Ieder punt dat Andre Agassi gisteren verloor in zijn partij tegen de Spanjaard Francisco Clavet, deed hem pijn. De Amerikaan houdt zijn partijen het liefst zo kort mogelijk. Pas bij 6-1, 6-2 en 3-0 permitteerde hij zich de eerste frivoliteit: hij won de game met een dropshot dat vlak achter het net viel en slechts vijf centimeter opstuitte. En won de set met 6-0.

Agassi besliste zijn eerste drie partijen in Parijs in anderhalf uur. Hij versloeg Braasch, Woodbridge en Clavet met ruime cijfers. Morgen, in de vierde ronde, wacht hem de Marokkaanse qualifier El Aynaoui, die 224ste staat op de wereldranglijst. Pas in de kwartfinale krijgt hij meer tegenstand: de winnaar van het duel tussen Kafelnikov en Corretja. In de halve finale stuit hij op Medvedev, Muster of Courier, in de finale mogelijk op Bruguera.

De eerste zes maanden van 1994 leek Pete Sampras onverslaanbaar. Zijn klassieke, vloeiende, allround-tennis zette toen de toon. Maar sinds Sampras last kreeg van blessures, regeert het moderne tennis van Andre Agassi. Hij won de laatste twee grand-slamtoernooien, in New York en Melbourne, en is ook deze week de belangrijkste kandidaat voor de eindzege bij de open Franse tenniskampioenschappen. “Het enige grand-slam dat ik nog niet gewonnen heb, is het toernooi waar ik al twee keer als favoriet aan de finale begon”, zei Agassi, die op Roland Garros in 1990 van Andres Gomez en in 1991 van Jim Courier verloor.

Agassi is de belangrijkste exponent van het moderne hit-or-miss-tennis. Zelfs op het vertragende gravel duren rally's tegenwoordig zelden langer dan tien slagen. Dan volgt er een winner, of een misser. Het bijzondere van Agassi is dat hij al een jaar lang nauwelijks mist.

“Als ik moet kiezen tussen een partij van Agassi of een van Sampras, kies ik voor de eerste”, zegt de Nederlandse bondscoach Stanley Franker. “Agassi staat model voor de toekomst van het tennis. Het rock 'n roll-tennis, fysiek tennis met een grote intensiteit. Agassi heeft er lak aan dat er vroeger met gevoel werd gespeeld. Hij valt de bal aan, komt helemaal los van de grond als hij slaat. Dat is de school van Nick Bollettieri, waar ook Jim Courier en Monica Seles vandaan komen.”

De recente successen van Agassi zijn niet te danken aan technische veranderingen. De 1.80-meter lange Amerikaan speelt nog altijd even agressief vanaf de baseline als vijf jaar geleden. Krijgt Agassi een kans dan timmert hij de bal genadeloos op de lijn. Hij slaat hard, neemt de ballen snel en gunt daardoor zijn tegenstanders nauwelijks tijd om te reageren. Hij kan zo snel en hard slaan omdat hij een hele korte achterzwaai vervolgt met een krachtige doorhaal, waarbij het racket helemaal op zijn rug eindigt.

“Agassi raakt alles heel zuiver”, legt Paul Haarhuis uit. “Dat is talent en timing. Dat heb je of dat heb je niet. Hij slaat de ballen vroeg, neemt ze het liefst op schouderhoogte, en slaat ze naar beneden. Dat zie je steeds meer spelers doen, bijvoorbeeld Kafelnikov, Enqvist en Philippoussis.”

“Een enkelhandige backhand, zoals die van Sampras en Stich, ziet er sierlijker uit”, zegt Jacco Eltingh. “Maar Agassi kan de bal mooi vol raken, net als vroeger Tom Okker. Het maakt niet uit in welke stand zijn lichaam staat: met zijn buik naar het net, achteruit bewegend of instappend, hij raakt de bal altijd goed. Daarom kan hij zo'n hoog tempo spelen.”

Agassi's meest geperfectioneerde slag is zijn return van de service. “Hij won Wimbledon, net als Conners en Borg, dankzij zijn return”, vertelt Franker. “Hij kan iedere service breken. Op Wimbledon wint eerder een speler met een zeer goede return en een goede service dan iemand met een uitstekende service en een matige return. Door die goede return zal de serveerder proberen harder te serveren, raakt hij zijn gevoel kwijt en komt hij onder druk te staan.”

“Zijn return is de beste van de wereld”, zegt ook Tim Gullikson, de coach van Sampras, in een Amerikaans tijdschrift. “Die begint met zijn positie op de baan. Hij staat zo ver mogelijk naar voren, vaak binnen de baseline. Hij neemt de bal snel na de opsprong. Vooral zijn backhand-return, zijn sterkste, toont zijn ware talent. Hij heeft een hele kort backswing, maar slaat met veel meer snelheid dan alle anders spelers door de bal heen. En de sleutel voor zijn succes is zijn agressieve instelling. Zijn return is een wapen, geen verdedigende slag.”

Wat Agassi het afgelopen jaar nog verbeterde is zijn instelling op de baan, zijn spelinzicht, zijn tactiek. “Vroeger was Agassi tactisch zwak”, vindt Haarhuis. “Hij gaf de bal gewoon een veeg en haalde alleen op zijn talent de top-vijf. Toen sloeg hij, ook bij 40-40, de bal blind weg. Maar het afgelopen jaar maakt hij dat soort fouten niet meer.”

De zegetocht van Agassi begon met het inhuren van de sluwe oud-speler Brad Gilbert als coach. “Vroeger vond Andre zichzelf zo goed dat hij dacht vanaf iedere plek een winner te kunnen slaan”, zegt Gilbert in een interview. “Nu gaat hij alleen voor een winner, als de mogelijkheid er is. Wanneer de bal vijf centimeter voor de baseline stuit, speelt hij gewoon verder. He stays in the point. Een harde klap zou twee van de tien keer binnen de lijnen vallen. Pas als de regels veranderen en zo'n loeiende winner drie punten oplevert, mag hij dat weer proberen. Nu verwacht ik eenvoudige winners en zo min mogelijk fouten.”

“Agassi verliest tegenwoordig alleen als hij een dag niet bij de les is”, zegt Franker. “Gilbert heeft hem op zijn verantwoordelijkheden gewezen. Aan het einde van zijn carrière telt niet het geld dat hij heeft verdiend, maar het aantal titels dat hij heeft gewonnen.”

Ook John McEnroe is het opgevallen dat Agassi zijn racket tegenwoordig voorzichtiger hanteert. “Hij probeert een iets hoger percentage ballen raak te slaan en wint eenvoudig de US Open”, zegt McEnroe in Tennis. McEnroe is goed bevriend met Agassi, maar speelde zelf een heel anders soort tennis: service-volley. Het spel van Agassi kan hem ook niet bekoren. “Wat ik het liefste zie”, zegt McEnroe, “is iemand met de persoonlijkheid van Agassi en het spel van Sampras.”