Achter de steigers van Florence

CHRISTOPHER CATLING: Capitool Reisgids Florence en Toscane

312 blz., geïll., Van Reemst 1995, ƒ 49,90

SHEILA HALE: American Express Florence en Toscane

398 blz., Het Spectrum 1995, ƒ 32,50

LINDA & HEINZ JOACHIM FISCHER: Baedeker Florence

242 blz., geïll., Wolters Noordhoff 1993, ƒ 19,90

MARTINE DAALDER: Elmar Stedengids. Florence

153 blz., geïll., Elmar 1990, van ƒ 24,50 voor ƒ 9,90 (in de ramsj bij De Slegte)

Kun je Florence nog bezoeken? Ja, want de binnenstad is nu vrijwel voor auto's afgesloten en dat is echt een zegen. Neen, want de wachttijd voor het Uffizi loopt zelfs in het voorseizoen al gauw op tot twee uur en bij de Accademia (waar de echte David van Michelangelo staat) slingert de rij zich om twee straathoeken heen. In het Baptisterium word je met grote snelheid de ene deur in en de andere weer uitgeduwd. In de Brancaccikapel mag je voor vijf gulden met maximaal 30 anderen precies 15 minuten naar de fresco's van Masaccio kijken. Het plein voor de Dom is nu al drukker dan de Dam op zaterdag en de toegang naar de Ponte Vecchio is tot laat in de avond versperd met Afrikaanse straathandelaren. Over enkele weken wordt het allemaal nog eens dubbel zo druk en zeker eens zo heet.

Toch, Florence blijft trekken en dit jaar wordt de aantrekkelijkheid nog verhoogd door de devaluatie van de lire. Lang zal dat voordeel niet duren, want de inflatie loopt alweer op en de prijzen zijn duidelijk aan het stijgen. Geen enkele reisgids (behalve uiteraard de rode hotel-Michelin) waagt zich nog aan het vermelden van prijzen voor wat dan ook in Italië. De enige zekerheid is dat ze altijd maar omhoog blijven gaan.

Om een indruk te geven: een gewoon hotel kost nu tussen de 150 en 250 gulden voor een kamer, een kopje koffie op een terrasje vijf gulden, een biertje een tientje en een uurtje parkeren twee gulden. De entree tot de musea is allang niet symbolisch meer en varieert van zes tot twaalf gulden (kortingen worden alleen onder de 18 en boven de 60 verleend). De kwaliteit in aanmerking genomen, zijn de prijzen in de restaurants heel redelijk te noemen, maar wie meer wil dan het simpelste Menu Turistico is toch zeker 40 gulden kwijt. Steeds drie nullen erachter en u hebt de prijs in lires.

De populariteit van Florence als reisdoel, al is het vaak maar voor één of twee dagen, is in de Nederlandse boekhandel direct af te lezen aan het enorme aanbod aan reisgidsen. Ik heb er wandelend door Florence vier, verschillend in prijs en uitvoering, naast elkaar gebruikt en steeds onderling vergeleken. De enige echt Nederlandse gids is de Elmar, voor weinig geld bij De Slegte te koop en heel geschikt voor liefhebbers van goed toegelichte stadswandelingen. De auteur is een Nederlandse die in Florence woont en daar ook aardig over weet te vertellen. Het boekje is niet mooi geïllustreerd en gaat (bijna) alleen maar over Florence. Het is door zijn opzet niet handig voor wie niet met de schrijfster mee wil lopen.

Onpraktisch

De Capitool-gids zag ik in Florence zelf veel gebruikt worden (het is van oorsprong een Engelse gids), maar ik vond hem erg onpraktisch. Te groot en te zwaar (meer dan een pond), veel zoeken ook naar vaak erg summiere informatie. Deze dure gids is wel prachtig geïllustreerd en heel rijk voorzien van opengewerkte tekeningen en plattegronden met alle bezienswaardigheden erop ingetekend. Ook in deze gids wordt Florence van buurt tot buurt verkend en staan wandelingen uitgestippeld. De zakelijke informatie is uitvoerig, al word je als een klein kind met een kleurenfototje uitgelegd wat een stekker is en staat er onder een afbeelding van een biljet van 5.000 lire dat dit een afbeelding is van een biljet van 5.000 lire. Niettemin, als smaakmaker vooraf thuis of als souvenir achteraf is deze gids zeker aan te raden.

De American Express gids, die net als de Capitool behalve Florence ook Toscane behandelt, is veel handiger in het gebruik, geeft alfabetisch veel informatie over de bezienswaardigheden, suggereert wandelingen en is van alle gidsen het meest uitvoerig en kritisch over plaatsen waar je je geld kunt uitgeven (hotels, restaurants, winkels, markten). Plaatjes ontbreken geheel - ter plekke geen punt, je staat immers met de gids in de hand voor wat het plaatje je zou laten zien. Jammer is wel dat de kaartjes nogal matig zijn uitgevoerd en bovendien verstopt zitten in de tekst. Veel zoeken dus in een veel te dikke en onhandige paperback. Ook deze gids is van oorsprong Engels en dat is niet alleen goed te zien aan de keuze van de literaire citaten, maar ook aan de voor Nederlanders wat komisch aandoende mededeling dat er in Florence een disco is met de 'eigenaardige naam' Yab Yum. Een prima gids verder voor wie op eigen gelegenheid wat langer in Florence wil verblijven.

Het handigst in het gebruik vond ik eigenlijk de van oorsprong Duitse Baedeker: klein, licht, met een plastic hoesje eromheen en een losse stadskaart bijgevoegd. De informatie wordt alfabetisch geboden en de tekst is helder en precies. Van de belangrijkste musea en kerken zijn plattegronden opgenomen, met sterretjes worden de bezienswaardigheden naar hun belang geordend en overal staat erbij met welke bus je er kunt komen. Net als de Capitool-gids kan het boek goed opengevouwen worden. Een leeslintje en een uitklapkaartje van alleen het centrum (zoals de Elmar-gids heeft) zou het gebruik nog plezieriger maken. Zeker gezien de zeer goede druk en de stevige uitvoering is de prijs van deze gids erg laag. De zakelijke informatie neemt meer pagina's in dan nodig is. Wel onzin als de adressen van Gucci, van de allerduurste antiquairs of de onbetaalbaarste restaurants, maar nergens dat bus 62 elke 25 minuten voor 1.400 lire van de Santa Maria Novella naar het vliegveld rijdt of dat Engelse boeken in Florence ongeveer de helft goedkoper zijn dan in Nederland. Feltrinelli in de Via Cavour heeft een goed assortiment.

Annunciatie

Alle gidsen vertellen over Florence vrijwel hetzelfde verhaal met dezelfde anekdotes en details. Alle bezienswaardigheden worden ook in alle gidsen op vrijwel dezelfde manier besproken en ze vinden ook allemaal hetzelfde belangrijk. Het negentiende-eeuwse 'Bildungsbürgertum' is hier gestold tot een canon van verplichte kennis. De toerist zal weten hoe Florence ontstaan en gegroeid is, hoe de stamboom van de Medici eruitziet, waarom de renaissance zo bijzonder was, wat een architraaf en een voluut is. Typisch van die dingen dus, die alleen interessant zijn voor mensen, die dat toch al weten.

De gewone toerist, die een dag of wat Florence 'doet', zal misschien eerder willen weten wat eigenlijk een Annunciatie is, hoe het leven in de kloosters was, waarom zoveel kerken van binnen doorbuigen onder barokke pracht en van buiten zo onafgewerkt zijn gebleven, wat een saaie schilder als Rafael nu zo beroemd heeft gemaakt, hoe de koepel van de Dom gebouwd kon worden, wie model stond voor de David (trouwens, wie was die David eigenlijk) en of de Arno weer kan overstromen. Zonder dat hij het weet, wordt de toerist echter binnengeleid in het museum van het toerisme, waarin het nog vanzelfsprekend is dat de bezoeker vertrouwd is met de wereld van de Griekse goden en de katholieke heiligen en waarin de kunstgeschiedenis om de renaissance heen gedrapeerd ligt.

De verplichte nummers van Florence zijn ook evenzovele bronnen van vervreemding en verveling. Nauwelijks honderd meter van de 'verplichte' Accademia ligt het prachtige klooster van San Marco met de lieflijke fresco's van Fra Angelico, in het Palazzo Medici-Riccardi kon ik in de kleine huiskapel helemaal in mijn eentje naar Benozzo Gozzoli's mooiste optocht aller tijden kijken en in de Brancacci-kapel waren we echt niet met dertig man. In het Museo Bardini, vol met heel bijzondere Middeleeuwse beelden, maar ook in het bezit van een bizarre Donatello, waren meer suppoosten dan bezoekers. Dit zijn geen 'Geheimtips', in elke gids worden ze uitvoerig beschreven en ze trekken soms ook veel bezoek, maar in vergelijking met de grote bezienswaardigheden liggen ze er bijna verlaten bij, hoewel ze zoveel meer bij de esthetische smaak van deze tijd passen.

Hetzelfde geldt merkwaardig genoeg ook voor de kitschige, bijna postmoderne pracht van de nieuw ingerichte koninklijke appartementen in het Pitti of voor de aangename vormelijkheid van de Piazza della Repubblica, die door iedere gids als een lelijk ding uit de vorige eeuw wordt afgedaan. Soms is men echter ook weer te neutraal: op de Piazza della Signoria bevindt zich sinds enige tijd een museum voor twintigste-eeuwse Italiaanse schilderkunst (Raccolta di Arte Moderna 'Alberto del Ragione') en daarvan wordt dan weer niet verteld dat het een rommelige verzameling middelmatige doekjes is. Florence is geen stad voor moderne kunst, al is er wel een mooi museum gewijd aan het werk van de beeldhouwer Marino Marini. Op tentoonstellingsgebied is er niet echt veel te beleven. Prenten van Chagall en dingetjes van Dali, toen ik er was.

Bouwkranen

Florence is eerst en vooral een gigantisch museum met een volledig opgestelde vaste collectie, die veel onderhoud vraagt. Vrijwel alles staat dan ook geheel of gedeeltelijk in de steigers en dat soms al jarenlang. Er staan bouwkranen bij het Uffizi, de binnenkant van de koepel van de Dom wordt gerestaureerd, de San Lorenzo en de Santa Croce zijn in bouwplaatsen veranderd en Christo heeft de Loggia dei Lanzi ingepakt.

De gidsen vermelden dat hoogstens in heel algemene bewoordingen, zoals ze ook openingsuren met grote terughoudendheid aangeven. Dat is begrijpelijk, want het wisselt allemaal nogal vaak en gemakkelijk. Op maandag is vrijwel alles gesloten, op zondag sluit alles om één of twee uur, terwijl door de week de kerken traditioneel tussen twaalf en vier dicht zijn, maar musea nu steeds vaker openblijven, net als steeds meer winkels. De klantvriendelijkheid van de musea gaat overigens in Italië nog steeds niet verder dan langzaam beter wordende openingstijden. Publieksvoorzieningen zijn er nog steeds nauwelijks en er wordt ook niets uitgelegd of toegelicht.

Daarvoor heb je dus een gids nodig en die hoef je zelfs niet per se hier al te kopen. Overal in Florence zijn voor weinig geld (van 6 tot 16 gulden) heel rijk geïllustreerde gidsen te koop, ook in het Nederlands, al is de vertaling vaak wel erg knullig en de tekst wat summier. Sinds kort is er ook een zeer goede en volgens het bekende recept samengestelde 'groene' Michelin-gids (18.000 lire slechts) van Toscane beschikbaar, wel in het Italiaans overigens. Edison, in de galerij van de Piazza della Repubblica, heeft een grote collectie gidsen en kaarten. Daar zijn ook video's van Florence te krijgen.