Vredestheorie strandt in oorlogspraktijk

Eindelijk hadden de VN en de NAVO een probaat middel gevonden om indruk te maken op Karadzic en de zijnen en dan laat de afwerking zo te wensen over. De gijzeling van VN-personeel door de Bosnische Serviërs is immers niet meer en niet minder dan een desperate reactie van een gezelschap dat in een militair, politiek en psychisch isolement is geraakt. De bombardementen op de munitie-opslagplaatsen rondom Pale waren zogezegd de eerste succesvolle operatie van de ten dienste van de VN geactiveerde NAVO-squadrons. Niet alleen vanuit een militair, maar vooral vanuit een politiek oogpunt bekeken. Als de operatie op de grond beter was voorbereid en het VN-personeel in verdedigbare opstellingen geconsigneerd was geweest, had de algemene toestand er voor de internationale gemeenschap nu aanzienlijk beter uitgezien.

Twee gehoorde reacties geven intussen aan hoe amateuristisch men is te werk gegaan. Volgens de een was niet voorzien dat de Serviërs zo ver durfden gaan; volgens de ander, een officiële van een VN-woordvoerder, was een gijzeling ingecalculeerd. De eerste reactie zegt zoveel als: we wisten zelf niet waar we mee bezig waren. De tweede is eigenlijk te waanzinnig om er verder woorden aan te verspillen. In ieder geval kan worden geconstateerd dat de luchtaanvallen een essentiële escalatie betekenden en zelfs meer dan dat, het begin van een geheel nieuwe aanpak, en dat tegelijkertijd werd verondersteld dat de Serviërs zich niet als de bekende kat in het nauw zouden gedragen.

Zelfs kan de vraag worden gesteld of de luchtaanvallen wel nauwkeurig binnen het mandaat van de Veiligheidsraad vielen. De NAVO wordt geacht 1) het vliegverbod voor alle partijen in het Bosnische luchtruim te handhaven, 2) luchtsteun te geven aan in het nauw geraakt VN-personeel en 3) op te treden indien partijen zogenoemde 'veilige plaatsen' voor vluchtelingen onder vuur nemen en daartoe geconsigneerde zware wapens uit VN-depots halen. In de laatste twee gevallen is een verzoek van de VN voorgeschreven alvorens er tot actie kan worden overgegaan. De aanvallen op doelen in en nabij Pale waren weliswaar door de VN aangevraagd, zij waren uitvloeisel van een ultimatum aan de oorlogvoerende partijen om weggehaalde zware wapens weer onder VN-beheer te plaatsen dan wel uit de voorgeschreven veiligheidszones te verwijderen, maar de doelen zelf vormden een categorie apart.

De aanvallen op de munitie-opslagplaatsen kunnen niet anders worden gezien dan als van strategische betekenis. Bovendien hadden zij, gezien de nabijheid van het Bosnisch-Servische regeringscentrum, onweerlegbaar het karakter van een poging tot intimidatie, tot beïnvloeding van het zogenoemde vredesproces, een onderneming die uitging boven wat in het mandaat is voorzien.

De keuze van de doelen viel onder wat in een oorlogssituatie normaal is. Men treft de vijand daar waar hij het kwetsbaarst is en waar de resultaten militair gesproken optimaal zijn. Het onderbreken van de bevoorrading van gevechtsopstellingen is zo bezien zinvoller dan het (moeizaam) uitschakelen, een voor een, van diezelfde gevechtsopstellingen. Maar in Bosnië bestaat voor de VN nu eenmaal in beginsel niet een oorlogssituatie. De Serviërs hebben dan ook in hoge mate gelijk de VN vanaf vorige week als vijand te beschouwen. De deze week steeds weer herhaalde internationale verklaringen dat VN en NAVO geen partij kiezen, hebben veel van hun geloofwaardigheid verloren.

De totale verwarring waarin het VN-personeel in Bosnië na de operatie is achtergebleven, is begrijpelijk. De gevolgen waren ernaar. De Britten besloten (te laat) hun observatieposten te ontruimen. Het Franse opperbevel gaf zijn blauwhelmen de vrije hand om naar bevind van zaken te handelen. Het gevolg was in Sarajevo een Franse aanval op een in Servische handen geraakte VN-post. De Franse luitenant die de actie leidde, beschreef naderhand in Le Monde de verbazing van toekijkende soldaten van het Bosnische leger die aangenaam verrast werden door de daadkracht van de ook door hen geminachte blauwhelmen. Maar aan dit soort incidentele heldhaftigheid kan natuurlijk geen vruchtdragende vredesoperatie worden opgehangen.

De kloof in Bosnië ligt tussen theorie en praktijk. De theorie schrijft voor dat peacekeeping (vrede bewaren) slechts zin heeft als er ten minste sprake is van een door partijen aanvaard bestand en van een verzoek door partijen om een vredebewaarder. De VN-aanwezigheid op Cyprus is al vele jaren lang een schoolvoorbeeld, evenals de aanwezigheid van een multinationale (buiten de VN om opererende) eenheid in de Sinaï. In Bosnië was bij de aankomst van de blauwhelmen in 1992 formeel weliswaar aan de voorwaarden voldaan, maar in werkelijkheid kwamen de vredessoldaten terecht in een dynamische oorlogssituatie waarin drie partijen, Serviërs, Kroaten en de Bosnische regering (hoofdzakelijk gesteund door moslims), elkaar bestreden.

Zo kon het niet anders of de blauwhelmen werden gedegradeerd tot pionnen in de strijd om macht en grondgebied. De moslims waren overal op de vlucht voor de etnische zuiveringen van de andere groeperingen, Sarajevo, hoofdstad en regeringscentrum, raakte gedeeltelijk in Servische handen en het restant werd dagelijks vanaf de omliggende heuvels onder vernietigend vuur genomen. In de stad zelf opereerden sluipschutters van alle gezindten.

Met name van af het moment dat de Veiligheidsraad het concept van de 'veilige plaatsen' introduceerde, kwamen de blauwhelmen in de vuurlinie te liggen. Dat concept weerhield de Serviërs ervan een aantal door vluchtelingen overbevolkt geraakte Bosnische steden in te nemen, iets waartoe zij militair eenvoudig in staat waren. Anderzijds verschafte het de Bosnische strijdkrachten, ongewild, steunpunten die door de VN werden gegarandeerd.

Zo ontstond het chronische patroon van een botsing tussen de theorie van de vredeshandhaving en de werkelijkheid van de oorlogsdynamiek. Waar de Serviërs zich de toegang tot de 'veilige plaatsen' ontzegd zagen, gingen zij over tot een belegerings- en uithongeringstactiek waarvan ook de aanwezige blauwhelmen het slachtoffer werden. Van hun kant laten de belegerde Bosnische eenheden geen gelegenheid voorbijgaan om de Servische belegeraars te provoceren en aldoende de blauwhelmen in de strijd te betrekken.

De luchtacties tegen Pale en de daarop volgende gijzelingen hebben de impasse inmiddels totaal gemaakt. De radeloosheid sprak uit de verklaring van premier Major deze week toen hij nadrukkelijk erop wees, dat een vertrek van UNPROFOR, ondanks de gestuurde versterkingen, niet kan worden uitgesloten.