Teruggekeerde Van 't Schip zet zijn troeven op Oranje

ZEIST, 2 JUNI. Natuurlijk kon John van 't Schip bedanken voor het Nederlands elftal toen hij deze week werd geïnviteerd voor de interland tegen Wit-Rusland. Dan had hij komend weekeinde met zijn werkgever Genoa kunnen proberen om in het Luigi Ferraris-stadion de dreigende degradatie af te wenden. Maar dat heeft de oud-Ajacied geen moment overwogen.

Het duel in Minsk komt hem volgende week woensdag voor zelf-promotie goed van pas. Want de toekomst van de 31-jarige Van 't Schip is uiterst onzeker. Als Genoa afdaalt naar de Serie B staat hij op straat en er blijkt vooralsnog geen enkele club die zich bij hem heeft gemeld. Als Genoa het vege lijf weet te redden, mag hij misschien nog een jaar blijven.

Van 't Schip heeft dus zijn troeven op Oranje gezet. Uiteraard hebben hij en Genoa nog geprobeerd om onder het pinkster-trainingskamp van het Nederlands elftal uit te komen. Maar dat was vechten tegen de bierkaai. Bondscoach Hiddink was niet te vermurwen. In tegenstelling tot Bergkamp en Jonk (Internazionale) en Winter (Lazio Roma) mocht hij woensdag en donderdag naar Nederland voor de eerste bijeenkomst in Zeist. Volgens het FIFA-reglement zijn clubs niet verplicht hun spelers eerder af te staan dan vijf dagen voor de interland. Genoa deed echter niet mee aan de pesterijtjes van Inter en Lazio, die hun Nederlandse internationals tegen hun zin in Italië lieten trainen. “En waarom zou Genoa dat doen”, vroeg Van 't Schip zich af. “Je kunt wel bij je club blijven, maar je medespelers zien je dan toch als een sta-in-de-weg. Je doet immers in het weekeinde niet mee.”

En zo deed Van 't Schip op het KNVB-sportcentrum mee aan een paar pittige trainingen. Met veel loopwerk dat eigenlijk niet voor hem, maar voor de feestvierders van Ajax en Roda JC was bestemd. Maar het afgetrainde lichaam van Lo Bello Johnny, zoals hij aan de Bloemenrivièra liefkozend wordt genoemd, maakte geenszins de indruk daar niet tegen bestand te zijn.

Van 't Schip speelde zijn laatste en veertigste interland op 23 september 1992. Hij werd toen mede verantwoordelijk gesteld voor de 2-1 nederlaag tegen Noorwegen. Eerder dit jaar overwoog Hiddink al om hem weer bij de selectie van Oranje te halen. Maar na een bezoekje aan Genua zag hij daar toch vanaf. “Daarna heb ik John nog een keer bekeken zonder dat hij het wist. Toen maakte hij op mij wel een sterke indruk”, aldus Hiddink.

Bij Genoa 'zwerft' Van 't Schip rondom de diepste spits Skuhravy. In het Nederlands elftal zal hij ongetwijfeld weer op de stek belanden waar hij bij Ajax furore maakte: op de rechterflank. Dat Hiddink Van 't Schip heeft teruggehaald, geeft aan dat er momenteel een tekort is aan adequate rechtsbuitenspeler. De bondscoach heeft lang gewacht op Gaston Taument, maar ook nu de Feyenoorder fit is, blijkt hij nog niet terug op zijn oude niveau. En Marc Overmars kan beter zoals bij Ajax als linksbuiten functioneren. In die rol zorgt hij ook voor de beste voorzetten.

Voor dat laatste heeft Hiddink ook Van 't Schip teruggehaald. Als geen ander kan hij een wegdraaiende voorzet geven. Zelfs Roy en Overmars kunnen daar niet aan tippen. De Amstelvener heeft zijn specialiteit de laatste jaren wat verwaarloosd, maar daar maakt hij zich niet al te veel zorgen over. “Dat je een goede voorzet kunt geven is vooral een kwestie van aanleg. Natuurlijk probeer ik het bij Genoa nog weleens. Vaak van halverwege de helft. Dat doe je als de tegenstander massaal verdedigt.”

Misschien dankt hij zijn contract in Genua wel aan zijn bijzondere gave. Genoa-Ajax 1992, tweede minuut: Van 't Schip geeft voor op Pettersson die 1-0 inkopte. Een overdonderende start. Mooier kan het niet.

Al tijdens dat succesvolle seizoen '91-'92 in de UEFA-Cup smeekte Van 't Schip bij Van Gaal om een positie op het middenveld. De oefenmeester gaf hem nul op rekest en vervolgens koos hij voor het Italiaanse avontuur. Twee jaar vocht hij met Genoa tegen degradatie. Dit seizoen was zijn beste. Hij scoorde vijf keer en speelde in alle wedstrijden.

In het begin maakte hij de fout de Ajax-ideologie als uitgangspunt te nemen. Maar dat liep alleen al stuk op een voetbalcultuur waarin de machtige voorzitter Aldo Spinelli de dienst uitmaakte. Spinelli hield zich persoonlijk bezig met de opstelling, met het aan- en verkoopbeleid en zelfs met de tactiek.

Bij het Nederlands elftal keert hij terug naar de Ajax-school, hoewel een speler als Kluivert voor hem een vreemde is. Zijn selectie wijst erop dat Hiddink na het debâcle van Praag nog nadrukkelijker het succesvolle concept van de Europa-Cuphouder wil nabootsen. Van 't Schip: “Als ik weer rechtsbuiten kom te staan, is dat geen enkel probleem. Ik heb bij Ajax tien jaar op die positie gespeeld. Die opdracht zal dus niet wereldvreemd zijn.” Saillant gegeven tot slot: Van 't Schip is nu dankbaar met een plek in Oranje waarop hij bij Ajax volledig was uitgekeken.