Stoomketel wint het van de mens in Val van Mussolini

Dick Raaijmakers: De Val van Mussolini door Theatergroep Hollandia en Toneelgroep Amsterdam. Regie: Dick Raaijmakers-Paul Koek. Gezien: 1/6 Zuiveringsgebouw Westergasfabriek Amsterdam. T/m 17/6, uitgezonderd 5 en 12/6.

Geen Belcanto, maar documentaire klankbeelden. Geen eindresultaat, maar noeste arbeid. Niet alleen bijdragen van acteurs en actrices, maar ook van Strik Stoomketelverhuur, resulterend in veel vervaarlijk sissen en rake klappen. Dat kan niet anders zijn dan muziektheater van Dick Raaijmakers, te weten: De Val van Mussolini in de vorm van een uiterst gestileerd passiespel in slow-motion, verdeeld over vier aktes en dertien staties.

Het beleefde donderdagavond in het kader van het Holland Festival zijn met veel open doekjes gehonoreerde première in het Zuiveringsgebouw van de voormalige Westergasfabriek, die voor deze gelegenheid was omgebouwd tot een Hollywoodstudio anno 1930 annex metaalfabriek. Een 'work in progress', want het begin is gebaseerd op de soundtrack van Laurel & Hardy's eerste geluidsfilm Night Owls, reeds in 1984 in het Holland Festival gepresenteerd.

Het vervolgt nu met een visie op de helaas onvoltooid gebleven film van een zekere Cassius, die Mussolini belachelijk maakte, ongeveer op de manier waarop later Chaplin dat zou doen met Adolf Hitler, door middel van een groteske fantasietoespraak. Ongetwijfeld werd Raaijmakers geïnspireerd door de 'opzet' van Cassius om droombeelden te genereren uit nauwelijks bewegende tableaux vivants, want het gaat hem altijd om slow-motion beelden van valbewegingen. Zo kan ook de omgekeerd opgehangen Mussolini worden opgevat als een gestold moment in een dodelijke val.

De derde component wordt aangedragen door de figuur van El Vidriero, een arme glazenier uit een roman van Slauerhoff, die ingehaald wordt als verlosser, zich ontpopt als bedrieger en dat moet bekopen met een kruisiging.

Maar eigenlijk gaat het niet om die figuren als Hardy, Mussolini en de Mexicaanse Messias in hun valbeweging. Spannend is vooral de eenwording van mens en machine, wat ook uit het motto van de voorstelling spreekt: 'de acteur als machine en de machine als acteur'. Zo is er onder meer in akte 1 een emmer- en een roofmachine, in akte 2 een ontdek- en doodmachine en in akte 3 een glas- en kruismachine. Prachtig is hoe de hoog opgetakelde menselijke figuur als een eigentijdse engel in de ruimte zweeft, mooi is de bandmuziek als Mussolini opgetakeld wordt en Raaijmakers de opvallend serene muziek onttakelt, overgaand in brute marsmuziek.

De archaïsche werktuigen zijn van een ongekende schoonheid en maken het kind in de volwassene wakker. De stoomketels winnen het meestal van de mens, behalve dan aan het eind in een grote, kleurige, Mexicaanse optocht, waarbij de ascetische Raaijmakers in een uiterste stilering van elementaire vorm en beweging zich plotsklaps manifesteert als een extraverte feestneus. De machines blozen ervan. Het levert bloedmooie plaatjes op, al blijft de voorstelling vooral een must voor degenen die in hun jeugd niet van stoommachines konden afblijven.