SHV wil verdubbeling vestigingen Maxis en meer Makro's; Stoelendans rond hypermarkt

UTRECHT, 2 JUNI. Een grote hal met meer dan 40.000 artikelen. Speelgoed, hobby-artikelen, veel meer verse groenten en fruit en honderden cosmeticaprodukten. En open van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Twintig jaar lang bleef de hypermarkt in Nederland een tamelijk marginaal verschijnsel. Maar SHV Makro, eigenaar van twee van de oudste hypermarktketens in Nederland - Makro en Maxis - ziet een kentering optreden bij consument en overheid. Samen met andere grootwinkelbedrijven zit SHV Makro op het vinkentouw nu de overheid vestigingsplaatsen heeft aangewezen voor grootschalige 'weidewinkels'.

Directeur ir. F. Schukken van SHV Makro zegt dat zijn concern plannen heeft om het aantal Maxis-hypermarkten (nu acht) binnen enkele jaren te verdubbelen tot 16. Daarnaast heeft de dochter van het SHV-concern, dat voor 60 procent eigendom is van de familie Fentener van Vlissingen, plannen voor uitbreiding van het aantal Makro-vestigingen in Nederland van 7 tot 9 of 10.

Schukken voegt daar onmiddellijk aan toe dat uitbreiding van het aantal Maxis- en Makro-vestigingen afhankelijk is van de bereidheid van gemeenten om grootschalige supermarkten binnen hun grenzen toe te laten. De aarzeling van gemeentebesturen is vaak ingegeven door de vrees dat de komst van hypermarkten zal leiden tot het failliet van de kleinschalige detailhandel en 'verschraling' van het stadscentrum.

Makro (1968) en Maxis (1974) zijn de oudste ketens in Nederland die gelijkenis vertonen met de hypermarkten zoals die in de ons omringende landen bestaan. Maar ook retailers als Albert Heijn en Vendex-dochter Konmar exploiteren steeds meer 'mega-supermarkten' die qua grootte in de buurt komen van een hypermarkt. Bij de Makro-groothandel kunnen in principe alleen zakelijke cliënten terecht, die meestal inkopen doen voor hun eigen zaak. Toegang tot de Makro is alleen mogelijk met een speciale pas, terwijl bij de Maxis iedereen terecht kan.

Hypermarkten zijn meestal buiten de stad gevestigd, voorzien van een royale parkeerplaats en herbergen een zeer uitgebreid assortiment van voedingsmiddelen (food) en andere artikelen (non-food). Vestigingen van Maxis en Makro bevatten respectievelijk circa 50.000 en 35.000 food- en non-food artikelen. Ter vergelijking: een forse Nederlandse supermarkt telt niet meer dan circa 12.000 artikelen.

SHV Makro was in de jaren tachtig een van de eerste Westerse retailers die actief werden in de groeimarkten in Azië en Latijns-Amerika. Momenteel heeft het concern (omzet 18,7 miljard gulden) 123 Makro-vestigingen in 15 landen. Makro wil dat aantal dit jaar uitbreiden met twintig. In China bouwt Makro momenteel zijn eerste vestiging.

Nederland, waar Makro 10 procent van de omzet boekt, loopt wat betreft de hypermarkten ver achter op de rest van Europa. Begin jaren zestig werden in Frankrijk de eerste hypermarchés geopend, later sloeg deze ontwikkeling over naar landen als Duitsland en België. Ook Nederlandse ondernemers trachtten op de nieuwe trend in te spelen. In september 1974 opende KBB in Muiden de eerste vestiging van Maxis. Nadat de keten nog even in handen was van het Duitse Coop, nam SHV in 1990 Maxis over. Ook de grootste supermarktketen van Nederland, Albert Heijn, stortte zich in 1971 met de Miro-keten op het verschijnsel hypermarkt, maar haakte uiteindelijk bij gebrek aan succes af. Ook bij Maxis gingen de zaken niet voortvarend: Het aantal vestigingen bleef steken op acht. Maar inmiddels heeft SHV Makro in Leeuwarden een nieuwe Maxis-vestiging geopend.

Achteraf wijt Schukken de stokkende ontwikkeling bij Maxis vooral aan het “restrictieve vergunningenbeleid” van de overheid, waardoor het aantal vestigingen beperkt bleef. “Massadistributie is alleen succesvol als je het op grote schaal kunt exploiteren. Het is één van de meest scherp concurrerende sectoren binnen de detailhandel met buitengewoon lage marges.”

Maar het tij is gekeerd. De overheid heeft enkele jaren geleden een aantal vestigingsplaatsen voor grootschalige detailhandel aangewezen. En heeft daarnaast kort geleden de openingstijd voor winkels verruimd tot 10 uur 's avonds. De kans is groot dat naast het nieuwe Ajax-stadion in Amsterdam-Zuidoost binnen enkele jaren een hypermarkt verrijst. Ook in 'stedelijke knooppunten' als Den Haag, Rotterdam, Breda en Groningen buigen gemeentebesturen zich over plannen voor grote hobbyhallen, meubelboulevards en reusachtige supermarkten. Niet alleen Nederlandse ketens azen op deze vestigingsplaatsen, ook buitenlandse concerns zijn geïnteresseerd. De Duitse hypermarktketens Lidl en Marktkauf zijn inmiddels begonnen met het werven van Nederlands personeel.

De vraag is of de Nederlandse consument zit te wachten op dergelijke hypermarkten. In tegenstelling tot het buitenland kent Nederland namelijk een fijnmazig distributiesyteem met veel middelgrote supermarkten met een oppervlakte van maximaal 1.500 vierkante meter. Een beetje hypermarkt heeft een omvang van 50.000 vierkante meter.

“Uit onze haalbaarheidsstudies blijkt steeds dat het kan”, zegt Schukken. Hij schaart zich in het koor van deskundigen dat een enorme behoefte aan groter assortiment bij de consument signaleert. Consumenten vragen enerzijds om goedkopere produkten en anderzijds om kwalitatief betere produkten, vaak uit exotische windstreken. Middelgrote supermarkten zijn simpelweg te klein om het steeds verder groeiende assortiment te herbergen.

Schukken: “We zien een toename van het aantal produkten dat we van het ene naar het andere land dirigeren. Dat is nu nog minder dan vijf procent, maar zal ongetwijfeld snel groeien. Wij transporteren jaarlijks 1.200 containers met Chinese sperziebonen naar Europa.”