Schooljeugd Bijlmer drie jaar achter bij leeftijdsgenoten

AMSTERDAM, 2 JUNI. Leerlingen op basisscholen in Amsterdam-Zuidoost lopen gemiddeld bijna drie jaar achter op hun leeftijdgenoten elders in het land. De achterstand op hun Amsterdamse medescholieren bedraagt bijna twee jaar. Opvallend zijn vooral de grote verschillen tussen de basisscholen onderling.

Dit blijkt uit een vergelijking van resultaten van de CITO-toets, die 21 scholen in het stadsdeel Zuidoost hun leerlingen uit groep acht begin dit jaar hebben laten maken. Op de basisschool met de laagste resultaten haalt 1 op de vijf leerlingen de vastgestelde norm, op de school met de hoogste resultaten geldt dat voor 58 van de 100 scholieren. In heel Nederland voldoen 68 van de 100 leerlingen aan de norm. De CITO-toets beoogt het niveau van taal, rekenen en toepassing van kennis te meten.

De cijfers zijn geanonimiseerd door het CITO aangeleverd, verwerkt door een Amsterdams onderzoeksbureau en opgenomen in een vertrouwelijk concept-masterplan onderwijs Zuidoost, dat de kwaliteit van het onderwijs in dit stadsdeel in kaart moet brengen. In 1997 en 1999 zullen de scores opnieuw worden vergeleken.

In totaal telt de deelgemeente Zuidoost 35 basisscholen met 9.721 leerlingen. In heel Amsterdam zijn ongeveer 54.000 basisscholieren. Landelijk cohortonderzoek van de universiteiten in Nijmegen en Amsterdam toonde al eerder aan dat scholieren uit kansarme groepen in groep acht gemiddeld twee jaar achterlopen op medeleerlingen uit kansrijke groepen.

Het rapport is gisteren in een besloten vergadering van de raadscommissie onderwijs en arbeidsmarkt in het stadsdeel Zuidoost besproken. In een persconferentie weigerde verantwoordelijk wethouder H. Burleson het rapport vrij te geven en op de cijfers in te gaan. “Ze zijn alarmerend”, aldus een geëmotioneerde Burleson, “maar ik schrik er niet van. Het kan beter en de scholen weten hoe ze verder moeten gaan.” Op vragen over een plan van aanpak ging zij niet in.

In het rapport staat dat de prestaties van de leerlingen in Zuidoost binnen drie jaar op het niveau moeten komen van het Amsterdamse gemiddelde. Daartoe zal iedere school voor zich, de reken-, taal-, en leesprestaties van de eigen leerlingen moeten opvijzelen, aldus P. van den Berg, die het rapport opstelde. Ook moeten er meer speciale scholen komen, waar leerlingen met leerachterstand extra aandacht krijgen. Verder schrijft hij dat scholen op eenzelfde manier de prestaties van hun leerlingen moeten bijhouden opdat bij verhuizing naar een andere school de draad direct weer kan worden opgepakt. Op sommige scholen verhuizen per jaar soms 3 op de tien leerlingen.

De komende tijd zullen de schoolbesturen en de deelraad met elkaar overleggen of de cijfers per school openbaar zullen worden gemaakt. Als dat het geval wordt kunnen de scholen van elkaar leren en kan bovendien, aldus Van den Berg, het geld beter worden verdeeld. “Dan zullen we het vooral in die scholen stoppen die onder de maat presteren. Nu verdelen we het geld gelijkelijk over alle scholen in Zuidoost.” Niettemin is Van den Berg zich er terdege van bewust dat hij “vloekt in de kerk”. “In Nederland laten we ouders het liefst in de waan dat dat alle scholen hetzelfde zijn.”

Op oorzaken van de achterstand gaat het rapport nauwelijks in. Met het grote aantal allochtone leerlingen in Zuidoost heeft de achterstand volgens de opsteller in ieder geval niets te maken. Uit eerder Amsterdams onderzoek bleek al dat 40 basisscholen met merendeels allochtone leerlingen een gemiddelde CITO-toetsscore halen.

Wel worden de achterblijvende leerprestaties in verband gebracht met de hoge werkloosheid in Zuidoost. Het stadsdeel telt 16.000 werklozen, 38 procent van de beroepsbevolking. Ook hebben de leerlingen zelf lage verwachtingen over hun eigen kunnen en mogelijkheden zo blijkt uit aanvullend enquête-onderzoek.

Directeur W. van Vliet, van de Holendrecht-basisschool (340 leerlingen) toonde zich zeer ontstemd over de manier waarop het stadsdeel met de onderzoeksresultaten omgaat. “Achter onze rug om zijn de resultaten doorgegeven voor dit onderzoek. Zelf heb ik nog niets zwart op wit gezien.” Van Vliet noemt het “heel link” om een school af te meten aan één CITO-eindtoets.

Ook de raadsleden van de oppositiepartijen D66, CDA en SP toonden zich zeer ontstemd over de manier waarop de PvdA-wethouder is omgesprongen met de scholen. Ze vroegen zich in gemoede af waarom de scholen niet op de hoogte zijn gesteld van de resultaten van het onderzoek.