'Politieke democratie trekt weg uit parlement'

DEN HAAG, 2 JUNI. Er is niet zozeer sprake van een toenemende afstand tussen de burger en de politiek, maar veel meer van een verplaatsing van de politiek. Het denken van politici over vernieuwing zou dan ook niet geconcentreerd moeten worden op het dichten van de zogeheten kloof tussen burgers en bestuur. Veel beter is het om het politieke systeem aan de veranderende machtsverhoudingen en cultuurpatronen aan te passen.

Dit stellen de wetenschappers Mark Bovens, Wim Derksen, Willem Witteveen, Frans Becker en Paul Kalma in het gisteren gepresenteerde pamflet 'De verplaatsing van de politiek'. Het is een uitgave van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid.

De leidraad van hun betoog is dat het debat over staatkundige en bestuurlijke vernieuwing zoals dat de afgelopen jaren in de Tweede Kamer is gevoerd onder leiding van de commissie-Deetman voor een belangrijk deel een achterhaald debat was. “De agenda van de commissie-Deetman was feitelijk al opgesteld in de tweede helft van de jaren zestig”, aldus de auteurs. Maar de vraagpunten van Deetman zijn volgens hen niet meer de politieke strijdpunten van de jaren negentig. Veel van die oude punten zijn allang van hun scherpte ontdaan. Daarom zouden degenen die zich bekommeren om de democratie zich bezig moeten houden met andere vraagstukken.

De vijf opstellers van het pamflet gaan er daarbij van uit dat de politieke macht allang niet meer alleen in Den Haag ligt en ook nog maar zeer gedeeltelijk naar het Binnenhof zal kunnen worden teruggebracht. “Politiek is niet meer de Grote Probleem Oplosser”, zo luidt hun conclusie. Er kan zodoende volgens hen geen sprake zijn van het hernemen van het traditionele primaat van de politiek door de parlementaire democratie. Dit brengt de schrijvers tot de aanbeveling dat het maatschappelijk debat en de vraag om de publieke verantwoording moeten meeverhuizen. Het vergt een soort 'Copernicaanse omwenteling' in het denken over politiek en democratie.

Aan de ene kant zijn er de voor de hand liggende aanpassingen, zoals een betere samenwerking tussen het nationale en het Europees parlement. Maar daarnaast moet er ruimte komen voor nieuwe fora. Zij noemen daarbij de invoering van referenda en maatschappelijke enquêtes. Ook bepleiten zij meer georganiseerde maatschappelijke debatten.

Pag.2: Drie typen overheid op komst

Als voorbeelden worden genoemd de vergroting van het klachtrecht van individuele werknemers en de vergroting van de controle op (semi-)privaatrechtelijke rechtspersonen.

De verplaatsing van de politiek zal leiden tot drie soorten overheid: de 'responsieve' die zich meer dan tot nu toe open stelt voor een dialoog met burgers en maatschappelijke organisaties, de 'stimulerende' die als regisseur optreedt om belangengroepen te bewegen overeenkomsten met elkaar te sluiten en ten slotte de 'ordenende' overheid die de wettelijke randvoorwaarden stelt waarbinnen maatschappelijke organisaties hun conflicten zelf oplossen.

De politiek hoeft niet alles zelf op te lossen. Het is evenzeer een taak van de politiek maatschappelijke problemen te identificeren en op de maatschappelijke agenda te zetten. “Vervolgens is het ook haar taak de oplossing van deze problemen tot medeverantwoordelijkheid te maken van andere maatschappelijke actoren”, aldus de vijf wetenschappers.